Aan het vullen van de voederton kan je merken dat het seizoen weer stevig aan de gang is. De duiven eten veel, vooral met de koude temperaturen die we al hadden en met de grote jongen die er liggen. Toch moet je oppassen voor overdaad: anders laten ze de mais liggen en pikken ze alleen het kleine voer eruit dat ze aan hun jongen voeren.

Ook met kweekmengelingen met veel erwten moet je oppassen; ze voeren de jongen dan te veel eiwitten, wat volgens mij slecht is voor de lever. Jongen moeten normaal opkomen en niet vetgemest worden.

Een blik op de verkoop

Gisteren was ik samen met een goede vriend op een verkoop van clubgenoot Jan de Werd. Het was weer perfect geregeld door Rik Hermans en consorten. Van de 74 duiven die er perfect uitzagen, gingen er volgens mij 65 naar China.

Bij die enkele duif die minder dan 1.000 euro bracht, moest je jezelf afvragen of die misschien maar één vleugel had. De rest ging voor hele dure bedragen weg. Kortom: de duiven van Willem de Bruijn zijn erg hot in China, en dat was gisteren goed te merken.

Kweken uit het allerbeste

De vliegduiven gaan de komende dagen ook leggen. De planning is om de duiven die top 10 in de afdeling wonnen (ongeveer dertig stuks die onderling gekoppeld zijn) te verleggen, zodat ik daar ook enkele van kan testen.

Kweken uit de allerbeste en dan hard selecteren — ik heb nooit anders gedaan. Ook ruim dertig jaar geleden deed ik dat al en won ik bijna alles wat er te winnen was in mijn speelgebied, vooral met de jonge duiven.

Zo stond ik begin 2000 op het podium bij de Gouden Cracks FZN, destijds nog in een goed gevulde Bosbadhal. We kregen van die Gouden Cracks-duiftrofeeën op ware grootte; ze staan nog bij mijn schoonvader in de schuur en in huis. Van de tien Gouden Cracks had ik er volgens mij negen. Ludo Claessens had destijds de zesde, dus we stonden met z’n tweeën op het podium.

Vervlogen tijden en nieuwe realiteit

In 2011 won ik al eens de eerste tien in de afdeling. Super Rossi en zijn twee broers wonnen de eerste drie, en meermaals won ik de eerste vijf.

Toen werd er hier in de contreien verschrikkelijk gepould op de duiven, en sloot ik het jaar altijd af met een stevige winst — die werd weer geïnvesteerd in nog betere duiven.

In de streek waar wij speelden kwam men met kleine mandjes achter op de fiets, met zes of twaalf duiven erin. Wout Wijnings uit Sprundel was toen de blikvanger en grootste inkorver. Diegenen waar ik destijds tegen speelde herinneren zich nog wel dat vijf kleuren-tv’s winnen in één seizoen in het rayon vrij normaal was voor mij.

Tot het doek viel in 2006. De zestig duiven gingen van de hand wegens het opheffen van de combinatie met mijn schoonvader. Ludo Claessens kocht op de verkoop het Vedetje, een jaarling duivin uit Ironman die in 1999 als jong 1e Asduif Brabant 2000 werd met 5.000 leden. Ludo kweekte er meteen de 1e Nationaal Orléans uit, en later werd ze in zijn veiling weer aangekocht door Great Wall uit China. Ook anderen waren nadien erg succesvol met nazaten uit die zestig duiven.

In 2007 kwam de herstart op eigen erf. Ik begon met enkele overgebleven jongen van 2007, wat meteen een moeilijk jaar werd. We kregen de zware Pithiviers. Van de twaalf jaarlingen verloor ik er zes. Rocketeer (1e Asduif Brabant 2000), Supergirl (2e Asduif Brabant 2000) en de zus van Rocketeer (6e Asduif Brabant 2000) keerden na enkele dagen terug en zijn direct gestopt en op de kweek gezet.

In 2008 was ik met de jongen alweer als vanouds. In 2010 won ik zelfs de 1e–4e en 8e Nationaal Orléans tegen 60.000 duiven, en in 2011 dus de eerste tien in de afdeling.

Evolutie, selectie en de toekomst

Vervlogen tijden. De meeste sterspelers van die jaren zijn overleden; sommigen zijn er nog, maar zijn stil blijven staan in de evolutie van de duivensport.

We moeten met de tijd mee en nooit denken dat je de beste hebt. Vandaar dat ik elk jaar wel wat nieuwe aanwinst uittest en veel duiven moet kweken voor die enkele pareltjes die je op één hand kunt tellen.

Hier telt alleen het allerbeste — niet “kind van”, “broer van” of commerciële duiven. Ik had die ook, puur om beter te presteren, maar als dat niet lukte, werden ze gewoon verwijderd, waar ze ook vandaan kwamen.

Vroeger hield ik zestig duiven totaal door in de wintermaanden. Nu, door de steeds grotere verliezen door allerlei omstandigheden, zijn dat er 120 — de absolute grens. Mocht ik geen dagfond spelen, hield ik er nog minder.

Zo is het ook gegaan met de ontwikkeling van de Championsmix en later de NPO-mix. In de jaren ’90 liet ik die bij Van Camp in Boechout mengen in jute balen van 50 kg — 500 kg per keer, voor eigen gebruik.

Later werd hij gemengd door De Weerd in Steenbergen, daarna door Wagenmakers uit Roosendaal, die hem liet mengen door Ronny van Tilburg. Toen dat tussen hen misliep, benaderde Ronny mij met de vraag of ik de mengeling niet commercieel op de markt wilde zetten.

Ik zag dat zelf niet zitten met de drukke bezigheden in mijn aardbeienbedrijf. Onze zoon was op zoek naar een afstudeerproject en heeft dat opgepakt en uitgebouwd tot wat het nu is. Nadien zijn de NPO-mix en de bijproducten erbij gekomen. Maar de afspraak was duidelijk: er komt geen enkel product op de markt dat ik zelf niet gebruik en waar ik niet volledig achter sta. Mijn naam staat immers op de zakken en producten vermeld.

Het is zijn bedrijf; ik heb er verder niets mee te maken, behalve het beantwoorden van vragen van gebruikers van de mengeling en bijproducten. En dat gaat zeker niet altijd alleen daarover, maar vaak ook over het reilen en zeilen op probleemhokken, of over jonge liefhebbers en herstarters.

Investeren met een doel

Zo haal ik elk jaar wel wat nieuwe aanwinsten in huis. Of het echt nodig is weet ik niet, maar er kan altijd een verbetering tussen zitten.

Zelf investeer ik alleen in duiven om nog harder te gaan vliegen. Ik sprak laatst een liefhebber die ging investeren in bekende duivenlijnen die goed in de markt lagen. Zelf begrijp ik dat niet. Ik ben 47 jaar geleden de duivensport ingestapt met één doel: vluchten winnen.

Sommigen houden schijnbaar duiven om er geld aan te verdienen, en het liefst zoveel mogelijk. Prestaties op eigen hok lijken hen niet te interesseren. Opvallend genoeg zijn dat vaak al welgestelde mensen op leeftijd die niet snel genoeg lijken te hebben. Misschien verwachten ze dat ze entree moeten betalen in het hiernamaals — wie zal het zeggen.

Natuurlijk veil ik ook elk jaar een twintigtal jongen om de kosten te dekken, maar mijn drijfveer is presteren. Daar heeft altijd alles voor moeten wijken. Zo vind ik voor mezelf elk jaar weer nieuwe uitdagingen. Er zijn er altijd wel die je de loef af willen steken met mooie praatjes, en ik steek daar maar al te graag een stokje voor door net wat beter te presteren.

Winterrust en seizoensmentaliteit

Zoals gezegd ben ik in de winter een gemakkelijke duivenliefhebber die de duiven eenmaal per dag verzorgt. Maar zodra het vliegseizoen begint, gaan de puntjes op de i en moet en zal het gebeuren. Dan moet er veel wijken.

Ook ben ik iemand die elk jaar wel iets vertimmert in of aan het hok, altijd met het doel om te verbeteren. Is het niet naar mijn zin, dan maak ik het weer ongedaan — ook dat hoort bij de duivensport.

Dat deed ik vroeger in de wintermaanden ook met de machines voor de aardbeienteelt. De teelt moest perfect verlopen; ik wilde geen sprietje onkruid tussen de aardbeien zien. Al moest ik op zondagavond nog het veld op met de spuit, of nachten in het land bivakkeren om voor nachtvorst te beregenen — mislukken was geen optie. Werkweken van negentig uur in het voorjaar en de zomer draaide ik mijn hand niet voor om.

Altijd op zoek naar verbetering

Zo ben ik dus altijd op zoek naar verbetering. Ik kocht al heel wat duiven — sommige misschien te duur — maar altijd uit de beste van de liefhebber. Enkele jaren later kwam ik die liefhebbers vaak weer tegen en vroegen ze of ik ermee geslaagd was. Vaak waren die duiven dan al verwijderd.

Ik speel mijn hele leven al goed met de jonge duiven, dus als nieuwe aanwinsten het niet laten zien, is het vaak einde verhaal. De duiven die het wél deden, stonden er als jong meteen. Geduld is niet mijn sterkste eigenschap, en dat is niet altijd een voordeel. Oneerlijkheid kan ik ook slecht verdragen, maar dat hadden de meesten inmiddels wel begrepen.

Vooruitblik op 2026

Het nieuwe vliegprogramma voor 2026 ziet er mooi uit, en we gaan er alles aan doen om daarvan enkele vluchten op onze naam te zetten.

De vernieuwde mengeling hopen we zo snel mogelijk op de markt te krijgen. Alles hangt af van de productiedatum van de nieuwe zakken die in bestelling zijn. De etiketten op de emmers, potten en flessen zijn al in een nieuw jasje gestoken, en ook de zakken komen er zo uit te zien.

Eerste ringen en winterjongen

De eerste ringen zitten eraan, al zijn die winterjongen hier vaak niet de allerbeste. Ze zitten simpelweg te lang stil voordat het vliegen begint. Maar ik kweek vier rondes, dus vanaf eind januari is het hier elke week bijspenen.

De ringen staan in Compustam; ik voer ze direct in, dan ben je er maar vanaf.

Duiven neem ik eigenlijk nooit in de hand, tenzij er ergens één in elkaar zit — maar die wordt dan meestal meteen verwijderd.

Duiven heb je in alle soorten en maten: de ene wat groter, de andere wat dikker. Dat zien we bij mensen ook. Keuren is vaak niet meer dan de voorkeur van de keurder.

Selectie en kwaliteit

Sommige ouderparen voeren de jongen vaker en beter dan andere koppels, waardoor het soms lijkt alsof bepaalde jongen achterlopen. Daarom begint de echte selectie pas een dikke tien dagen na het spenen.

Dan neem ik de jongen in de hand en krijgen ze hun eerste vaccinatie met Rota RP. Diegene die me dan niet aanstaan, kunnen hun voetring inleveren. Ik hoef de hokken niet bomvol — liever kwaliteit dan kwantiteit.

Afgelopen jaar hadden we op de eerste vlucht een slechte lossing waarbij de helft verdween. De rest van het seizoen had ik er nog een zestigtal, en dat beviel me opperbest. Uiteindelijk zitten er toch maar een handjevol supers tussen: duiven die meermaals top 10 in de afdeling kunnen winnen. Dáár draait het hier om.

Niet elke Embregts-Theunis-duif is bruikbaar. Dat geldt voor alle tophokken in Nederland.

Kampioenschappen en eerlijk spel

Zoals gezegd boeien kampioenschappen me niets. Dan moeten ze eerst de spelregels maar eens eerlijk maken.

Dat aantallen jongen bij de oude duiven in de berekening meetellen, slaat nergens op. Het is toch simpel: als er zes vitessevluchten op het programma staan, dan haal je daar de Nationale Asduif Vitesse uit. En dat geldt net zo voor midfond, dagfond en jonge duiven.

De nalijn telt hier nergens voor, en zou ook voor de Nationale kampioenschappen én de Olympiade niet mee mogen tellen. Het is concoursvervalsing omdat daar ook jongen vliegen die de aantallen beïnvloeden.

Top 10 in de afdeling — en straks in het nieuwe district — dat is wat me interesseert. Dit jaar ga ik meer werk maken van de NPO-vluchten.

Bij de Gouden Duif werd ik Superstar van het Jaar op de snelheid. Van de maand was ik het al vaker geweest. Een sterke competitie waarbij je enigszins geluk moet hebben met de drie eerstgetekende. In een groot spelverband ben je qua coëfficiënten iets meer in het voordeel omdat het aantal duiven in concours meetelt.

Ik ga er normaal elk jaar wel even heen, wanneer mijn rug het toelaat. Een mooie happening met veel bekende liefhebbers, maar dat lange doorhalen is aan mijn lichaam niet besteed.

Gezondheid, verzorging en toekomstige toppers

De vliegers zijn inmiddels ook gekoppeld, en dat ging vanzelf — een kwestie van goed voorbereiden en een sterke basisgezondheid. Bij de dierenarts kom ik voor de entingen; een mest- of keeluitstrijk gebeurt een week of twee voor het nieuwe vliegseizoen.

Verder krijgen de duiven hier niets anders dan dagelijks één eetlepel Origanum Red op één kilo voer, met een schep uit de mineralenemmer erover. En tweemaal per week een maatschep Prestavit op één kilo voer.

Wie zich daar niet mee kan redden, verwijder ik. Als je alle duiven onderzoekt, heeft er altijd wel ergens één Tricho. Ik vergelijk het maar met een verkoudheid bij mensen: ze moeten dat kunnen overwinnen.

We weten nu eenmaal dat de meeste duiven prijsvliegers zijn, en slechts een enkeling groeit uit tot een topper.

Zo had ik afgelopen jaar half april nog enkele jongen bijgespeend uit een topkoppel. Beide waren plaatjes, maar de duivin leek me wel erg slim. De dag erna zat ze al in de spoetnik bij de jongen en hield alles in de gaten. Ik dacht: dat kan een super worden.

En dat werd ze. Ze won twee keer top 10 in Brabant 2000. Er zat er nog één die dat ook deed, en een stuk of vier wonnen drie keer top 20 in de afdeling. Daar zit potentie in.

Rond de kerstdagen zijn de eerste jongen hier uitgevallen. Niet alles komt natuurlijk uit, maar die eenlingen leg ik dan bij elkaar of onder een ander koppel. Ik kies er liever voor om drie jongen onder een koppel te leggen dan één jong alleen op te laten komen — vaak krijg je dan dat gedoe met buispennen.

Koude nachten en ongelijke uitkomst

Met deze koude nachten zie je vaak dat de duiven direct vast gaan broeden op hun eerste ei. Daardoor komen de jongen soms verschillend uit. Tegen de tijd dat ze geringd worden, leg ik de kleinste bij elkaar, anders blijft het grootste jong alle aandacht opeisen.

Bij normale omstandigheden moeten ze gelijk uitvallen. Een jong dat dan later uitkomt, is vaak niets.

Voeren en opgroeien

Zijn de jongen eenmaal tien dagen oud, dan komt er een extra broedschotel bij te staan voor de nieuw te leggen eitjes. Bij de kwekers is het regime nu nog: eenmaal daags voldoende voeren. Zodra de jongen geringd zijn, voer ik tweemaal daags.

Beter zou zijn om meerdere keren per dag te voeren — elke keer dat je voert, voeren de ouderparen immers de jongen. Maar vetmesten is hier niet de bedoeling. Ze moeten gewoon normaal en gelijkmatig opgroeien.

Het jaar 2025 zit er zo goed als op. We zijn alweer begonnen met het kweekseizoen en de eerste jongen vallen volgende week uit. De voornaamste koppels die verlegd waren, zitten inmiddels al voor de tweede keer op eitjes.

Vooralsnog heerst er rust op het kweekhok. Zodra er jongen zijn, ga ik de duiven tweemaal daags voeren. De vliegers worden half januari gekoppeld. Daarna is de relatieve rust voorbij en begint de dagelijkse drukte weer: eind januari zitten namelijk de eerste jongen eraf.

Volgende week lijkt het weer mooi te worden — koud maar droog. Misschien maak ik dan van de gelegenheid gebruik om de duiven naar hun hok over te wennen. In die periode moet je er toch bij blijven, anders zit er zo een roofvogel onder.

PIPA-veiling

Alle geïnteresseerden in onze duiven in de PIPA-veiling, die eind deze maand afloopt, wens ik heel veel succes. Het zijn duiven van mijn allerbeste, geselecteerd op een perfecte bouw. Duiven die ik zelf ook op het kweekhok gezet zou hebben.

Feestdagen

Vanaf hier willen we iedereen fijne feestdagen met de familie toewensen, en een gelukkig en gezond 2026!