Gewonde duiven voorop

De duiven deden het erg goed op de laatste vlucht. Op de nalijn had ik 11 laatjes mee en één gewonde. En laat nou net die gewonde de 1e winnen. Maar dat is geen gewone: hij had al meerdere keren vroeg gevlogen voordat hij gewond thuiskwam.

Hij komt uit een zoon van Ponto Verkerk × Broken Dragon, die zelf de 1e semi‑nationaal won van Saint‑Philibert, gekoppeld aan Turbo Dragon (dochter van Turbo Millennium × Olympic Dragon), wat op haar beurt ook een topvliegster is.

Deze gewonde bleef enkele weken thuis om te herstellen van een wond aan de zijkant van zijn lichaam. De korst zit er nog op, vandaar dat ik hem op de nalijn meegaf. Zijn volle nestzus is een werkelijk superieure duivin: zaterdag mijn 2e van Toury en inmiddels 1e Asduif Jong in afdeling Zuidwest over alle vluchten.

Mijn eerste van Toury is overigens óók een gewonde herintreder. Die vloog eerst enkele nalijnvluchten om te herstellen en werd nu voor het eerst weer ingezet bij de jongen. Ook zij had vóór haar verwonding al top gevlogen, vandaar dat ze een tweede kans kreeg.

Deze duivin komt uit Big Ponto, een kleinzoon van Ponto Verkerk × Super Dragon. Hij zat gekoppeld tegen Witbuiks Ponto, een dochter van onze beste kweker Blue Witbuik × dochter Ponto Verkerk.

Uit de vliegers gekweekt

Deze drie jonge duiven zijn allemaal uit de vliegers gekweekt:

  • Big Ponto won 2× top‑10 NPO
  • Witbuiks Ponto won top‑10 NPO
  • Turbo Dragon won 2× top‑10 NPO

 

Ze moeten wel uit de goede komen. Maar zoals gezegd: volgend jaar willen we niet te veel duiven meer houden, dus er gaan er een boel weg.

We hebben dit jaar heel wat kampioenschappen behaald in vlieggebied Geel, maar ook in de gehele afdeling Zuidwest:

  • 1e Generaal Hok Onaangewezen
  • 1e Hokkampioen Jonge Duiven
  • 1e Asduif Jonge Duiven over alle vluchten

 

Dus al met al mogen we niet mopperen over dit wisselvallige, zware seizoen.

Lijnen die blijven presteren

Het doet me terugdenken aan 1999, toen Brabant 2000 werd opgericht met bijna 5000 leden. Toen werden we meteen 1e hokkampioen met de jongen en 1e Asduif met Ironman, die later vader werd van Supervedetje. Zij werd op haar beurt moeder van de 1e en 2e Nationaal Orléans bij Ludo Claessens.

Nu zijn we 27 jaar verder en lopen de Rocket‑ en Witbuik‑lijnen van destijds nog altijd als een rode draad door de duiven heen.

De resultaten van afgelopen weekend:

  • Toury (Afdeling Zuidwest): 7‑11‑13‑14‑18‑31‑34‑42‑54‑55‑57 tegen 5273 d. — 45 mee / 27 prijs
  • Toury (Vlieggebied Geel): 1‑4‑5‑6‑8‑11‑12‑14‑20‑21‑22‑28‑30 tegen 968 d. — 45 mee / 23 prijs
  • Nalijn (Geel A): 1‑15‑20‑39 tegen 894 d. — 12 mee / 8 prijs

 

Iedereen die hier wel eens geweest is, weet dat we met west‑ of zuidwestenwind niet bepaald gunstig liggen — laat staan in de afdeling.

We spelen vaak met niet meer dan 50 jongen, op de eerste vluchten na, want daar sneuvelen de meeste. Bij de oude al helemaal niet. Ook veranderen we al meer dan 30 jaar niet van voeding, systeem of bijproducten.

Begeleiding, gezondheid en het nieuwe seizoen

Van die bijproducten mag iedereen vinden wat hij wil, maar wil je er elke week staan om generaal hok te worden — met alle afstanden, weersomstandigheden en windinvloeden — dan moet je regelmatig presteren, niet met pieken en dalen. Daar hoort goede begeleiding bij.

Onze duiven moeten allround zijn; we houden geen aparte afstandsduiven. Ze moeten altijd mee, en dan blijven de goede vanzelf over.

De oude kregen dit jaar rust op de nalijn en zijn nu al ver in de rui. Ook daar stonden we 1e en 2e Asduif, maar om die duiven voor een trofee de nalijn te laten vliegen en dat volgend jaar toe te geven, daar passen we voor.

Het is een wat langere blog deze keer, maar ook hier gaan we wat rust inbouwen — dus niet meer elke week een blog.

Nu gaan alle duiven aan de paratyfuskuur inclusief enting. Mijn tip: wissel die elke 2 à 3 jaar af met een andere kuur en enting.

Hier krijgen alle duiven in de rui ook een goed werkende tricho‑tablet of kuur. In de rui is de weerstand op zijn zwakst en steekt tricho vaak tegelijk met paratyfus de kop op — dus hebben ze dat mijns inziens nodig.

Vandaag begint voor ons het nieuwe seizoen 2027: de duiven die mogen blijven gaan op de hokken van de oude duiven, sommige oude naar de kweek, en de kwekers die niet voldaan hebben gaan weg.

We moeten nu eenmaal 365 dagen per jaar alert blijven en de duiven goed verzorgen.

De jongen zijn naar tevredenheid gekomen; met deze westenwind had ik zeker niet verwacht om hier vroeg te zitten. Aan de lage snelheid te zien moet er in Frankrijk wel wat noordenwind gezeten hebben — anders kan het normaal niet en zit alles gewoon in het oosten.

Nu dus plaats 2 en 5: ze waren gelijk, maar één viel op het hok en de andere direct op de plank. Dan zit er zo een halve minuut verschil in. Tegenwoordig vallen de kopduiven steeds dikker en is het ook op 450 km puur secondewerk.

Breed spel in Zuidwest

Het spel is erg breed in Zuidwest; je moet al in het oosten of in het westen wonen wil je de eerste winnen. Met de oude stonden we op de laatste midfondvlucht ook lang op de 1e plaats in afdeling Zuidwest, maar uiteindelijk kwamen er nog een paar voor. Nu dus ook met de jongen: soms zit het mee, vaak zit het tegen.

In afdeling 10 en 11 hebben ze het goed voor elkaar. Ze hebben een eigen meldsite waar vrijwel iedereen meldt, en je kunt daar zelfs duiven volgen met een tracker‑ring. Ook in België hebben ze het goed geregeld: op Anons worden alle duiven doorgemeld, zodat men meteen weet wie de eerste gaat winnen zodra de verste afstand geklokt is.

Zoiets zou in Nederland ook mooi zijn. Compuclub Live heeft namelijk alleen zin als iedereen daar meldt.

Naar minder duiven en meer kwaliteit

Nog één vlucht te gaan. De jongen die er nog zitten zouden haast allemaal kunnen blijven; ze hebben het goed gedaan en staan me goed aan. Maar alles doorhouden lukt me niet.

Ik denk dat de nieuwe duivensport gaat bestaan uit minder duiven, perfecte verzorging, voeding en training. Dus hier volgend jaar fors minder duiven. Vorig jaar vlogen we met een 40‑tal jongen op het einde — nu ook — en dat is meer dan genoeg. Zelfs 30 zou al genoeg zijn als men ook nog tijd wil vinden voor andere leuke dingen.

Nog een weekend en dan zit het erop. Ik bestel deze week de paratyfuskuur en enting; de kuur start direct na de laatste vlucht en dan kan de rui beginnen. Hier wordt gelijk alles gescheiden en overgewend naar het verblijf van de oude duiven.

Ze komen bij mooi weer zoveel mogelijk los in het najaar en de winter. Eénmaal per dag eten en drinken, en op het voer alle dagen Origanum Red voor weerstand en zachte pluim. Daarnaast dagelijks een schep uit de mineralenemmer, en twee keer per week Prestavit. De mengeling is in de rui 3 delen Championsmix en 1 deel NPO‑mix — hier geen korreltje gerst, maar wel een vetrijke mengeling, ook in de rui.

Zo doe ik het al jaren, en elk jaar mag ik niet klagen. Ondanks dat dit jaar moeilijker verliep dan we wilden, zijn er toch weer vele kampioenschappen behaald.

Sterke referenties op de nalijn

Kees Schieman behaalde de 1e op de nalijn in vlieggebied Groen met een 50% Embregts‑Theunis. Bennie Aarts won de 1e in vlieggebied Geel op de nalijn — eveneens met 50% Embregts‑Theunis.

Het seizoen raast voorbij. Alweer gooide het weer roet in het eten en alweer valt — voor de tweede keer — een fondvlucht voor de jonge duiven weg. Persoonlijk vind ik dat jammer. In de afgelopen dertig jaar is op eigen hok wel gebleken dat juist de duiven die op deze vluchten erbij zijn, het jaar erop mijn beste worden.

Zo werd Diamond Fire Eyes vorig jaar 2e Asduif jong op alle vluchten in Brabant 2000. Dit jaar werd hij 1e Generaal Asduif in Vlieggebied Geel. Goede duiven blijven immers vaak goede duiven het jaar erop.

Windspelletje

De duivensport wordt steeds meer een windspelletje, en dat was gisteren opnieuw te zien. Niet één liefhebber uit vlieggebied Rood, Bruin of Groen in de eerste honderd. Dat ligt zeker niet aan de kwaliteit van de duiven daar — maar tegen de wind is niet te spelen, al helemaal niet op vitesse‑afstanden.

Dus kijken we maar naar het eigen gebied. In Geel A gingen deze keer slechts 566 duiven weg en wonnen we: 1‑3‑6‑10‑11‑17‑18‑19‑21‑27, enzovoort. 49 mee, 38 prijs. En opnieuw grootmeester in heel vlieggebied Geel.

Strenge selectie richting volgend jaar

Vandaag heb ik een eerste selectie doorgevoerd en een deel verwijderd waar ik weinig vertrouwen in had. Ik keek daarbij niet naar prestaties, maar puur naar het gevoel of ze het waard zijn om door te houden.

In de nalijnploeg had ik 12 eind‑mei gespeende jongen en 7 herintreders. Die laatste 7 zijn nu ook verwijderd — ook op de nalijn bakten ze er niets van. Ze bleven dus niet voor niets weg op de jonge‑duivenvluchten.

De planning is om volgend jaar minder duiven te houden, dus de selectie moet streng zijn. Van de jongen waar ik nu nog mee vlieg, mogen alleen de allerbeste blijven — net als bij de oude. Alles doorhouden wil ik niet meer.

Op andere hokken ontpopten deze duiven zich vaak tot erg goede kwekers; zelfs NPO‑winnaars zijn eruit voortgekomen. De duiven waar ik niets in zie, worden verwijderd — die worden nooit verkocht.

Volgend jaar wil ik de oude vliegploeg terugbrengen naar 18 koppels, en de kweekploeg naar 24, misschien zelfs naar 18. Er zijn al 75 ringen minder besteld, dus zeker minder jongen volgend jaar.

Rui, verzorging en voorbereiding op het nieuwe seizoen

Bij de kwekers is het nu volop ruien geblazen. Ze krijgen elke dag een deel uit de mineralenemmer en Origanum Red op het voer voor basisweerstand en een zachte pluim, plus twee keer per week Prestavit. De mengeling bestaat uit 3 delen Championsmix en 1 deel NPO‑mix.

Over twee weken beginnen de duiven aan hun jaarlijkse 10‑daagse paratyfuskuur, inclusief enting. Na de laatste vlucht krijgen alle duiven preventief een Trichopil en een luisdruppel — ze komen dan toch niet meer met andere duiven in contact.

Direct na de laatste vlucht gaan alle jongen die mogen blijven naar het oude duivenhok, waar ze — net zoals vroeger — om de dag even naar buiten mogen om te vliegen, als het weer het toelaat. Zo behouden ze hun opgebouwde spierkracht en komen ze vaak sneller op gang tijdens de eerste vluchten, en blijf je het scheefvliegen voor. Uiteraard ben ik in het najaar en de winter in de buurt wanneer ze los zijn.

Jan Timmermans speelde in Friesland, waar de fondvlucht wél doorging, alweer de 3e NPO — drie weken achtereen top‑10 NPO. Dit duifje won ook vorige week top‑10 NPO en is een kleindochter van Olympic Millennium.

De titel gaat niet over mezelf, maar over goede vriend Oliver Sabol van Team Eijerkamp. Oliver won voor de tweede keer dit jaar Nationaal Argenton, en daarnaast zeven keer nationaal in de zone. Een ongekend seizoen.

We hebben al jaren goed contact, en Oliver sprak vroeger al vaak zijn wens uit om zich te meten met de beste liefhebbers van België. De familie Eijerkamp maakte die droom waar: ze kochten de prachtige accommodatie van André Roodhooft, inclusief de duiven.

2026 zou een proefjaar worden om te zien hoe alles in België werkt — van het systeem tot de wegen om te trainen. Nou, als dit het proefjaar is, ben ik benieuwd naar volgend jaar.

Team Eijerkamp won met een kleinkind van Geeloger, die in korte tijd laat zien een topvererver te zijn. Ook in deze Argenton‑winnaar zit een stukje Embregts‑Theunis‑bloed: de grootmoeder Murphy’s Millennium komt immers uit de samenkweek Murphy’s Law × Olympic Millennium.

Geluk en pech liggen dicht bij elkaar

Bij samenkweek moet je geluk hebben. Er werden drie jongen geboren: één schitterende duivin (Murphy’s Millennium) en twee iets mindere exemplaren. Slimme Willem zei: “Ik neem die duivin wel, hou jij die twee maar. Mochten ze niet kweken, kun je altijd nog iets halen uit die van mij.” En dat had hij goed gezien, haha. De duivin van mij gaf een goed jong; de doffer gaf niets. Dat is nou eenmaal geluk of pech.

Ate Jan Mulder won de 2e in afdeling Friesland met een 50% Embregts‑Theunis duif. Jan Timmermans won de 9e, uiteraard met een 100% Embregts‑Theunis duif. Vorige week won Jan ook al de 3e in afdeling Friesland — maar die duif werd bij de landing achterna gezeten door een roofvogel en verkwanselde kostbare minuten. Vermoedelijk speelde hij daardoor de eerste kwijt. Ook dat is geluk of pech.

Topprestaties overal

Over geluk en pech gesproken: Oliver vertelde dat hij dit jaar de eerste op enkele seconden verspeelde aan Roger & Nick Thijs. Nu won hij de eerste met enkele seconden vóór diezelfde Roger & Nick Thijs — inmiddels één van de beste hokken van België.

Verder had Stefan Steenbergen de eerste vijf provinciaal, geklokt op enkele seconden, op een vlucht van amper 1100 mpm. Ook Davy Tournelle had ze weer geweldig.

Ik spreek Jan Timmermans meerdere keren per week, net als Oliver, Stefan en Davy. We leren van elkaar en hebben geen geheimen. Zo is Oliver erg tevreden over de NPO‑mix, net als Fernand Mariën. Stefan is dan weer erg tevreden over onze mineralenemmer.

Rui en verzorging richting het einde van het seizoen

Het is nu tijd voor de rui. De kwekers en vliegers zitten gescheiden; hier drinken ze Naturaline of Sedochol, en alle dagen krijgen ze Origanum Red op het voer, alsook Champions Mineralenmix en twee keer per week een schep Prestavit.

De duiven worden eenmaal daags gevoerd met 3 delen Championsmix en 1 deel NPO‑mix, om ze goed aan het ruien te krijgen. Ook krijgen ze eenmaal per week een bad.

Nog drie vluchten, en dan zit het seizoen erop — een moeilijk jaar voor mij en voor de meeste liefhebbers. Nu begint de kunst van het evalueren, zodat we het volgend jaar beter doen. En dat begint direct na de laatste vlucht.

peter-theunis-oliver-sabol

Met Oliver omstreeks januari 2020.

Korten kon ik begrijpen, afgelasten niet

Dat we met deze hitte zouden gaan korten, kon ik goed begrijpen — beter dan het afgelasten wat men nu doet. Maar: op donderdag met 35 graden niet mogen manden omdat het te warm is, en dan op vrijdag onervaren jongen voor de eerste keer in de grote mand stoppen met 37 graden… dat snap ik dan weer niet.

Heel Nederland gaat zaterdag in groepen hun nalijn‑duiven aan de grens lossen, en wij bij Zuidwest moeten ze allemaal voor laten gaan. Zodoende zullen wij pas laat aan de beurt zijn, met 29 graden, en dan onervaren nalijnjongen, oude duiven en opgefokte vroege jongen door elkaar. Wat voor zooitje gaat dat worden, denk ik dan.

Friezen houden koers, Zuidwest versnippert

Die Friezen zijn een slim en stug volkje; ze laten zich niet zo snel van het kastje naar de muur sturen. Ze hebben vanaf het begin één grote lossing en elke week een mooi aantal duiven, terwijl ze hier alles versnippert hebben — met kampioenschappen vanuit verschillende losplaatsen en verschillende lostijden.

Toen de NPO een code rood afvaardigde voor de inmanddag, waren de Friezen er als de kippen bij om het NPO‑bestuur terecht op de vingers te tikken. Men had immers zelf vastgelegd dat code rood alleen voor de vluchtdag mag worden afgegeven, niet voor de inkorfdag.

De zoveelste flater van het NPO‑bestuur — net zoals die mail waarin men beweerde dat overnachtduiven meer gespierd zijn en makkelijk tegen 41 graden kunnen. Vervolgens stonden de prijzen een week lang open, maar daar hoorde je niemand over. Over belangen gesproken.

In mijn ogen hebben de Friezen het bij het juiste eind: ze manden gewoon in en houden F33 in stand, terwijl de rest van Nederland het hele vluchtprogramma moet aanpassen en een mooie vlucht moet laten vervallen.

Diervriendelijkheid begint bij de mand

Duiven zien van twee nachten mand vele malen minder af dan van één nacht mand. Ik blijf erbij: jongen zouden nooit met meer dan twintig duiven per mand mogen zitten als men het over diervriendelijkheid wil hebben. Ze drinken en eten dan vele malen gemakkelijker.

Maar naar spelers wordt niet geluisterd. Anders had men Nederland allang anders ingedeeld: diagonaal en verticaal een lijn trekken, vier grote sectoren maken, en die vervolgens in drie gelijke delen in de lengte opdelen. Zo zou een duivenliefhebber het doen.

Nu gaat hier alles onder de rivieren om zeep. Het ledental daalt drastisch — en dat is vele malen erger geworden door de nieuwe indelingen. We hebben hier inmiddels meer trailers dan duiven.

Men had mijns inziens gewoon op donderdag moeten inmanden, de vlucht 50 km korten, en als het zaterdag niet bekwaam was, op zondag lossen. De serieuze jongeduiven‑spelers hebben hun duiven klaar; ze zijn misschien minder gespierd dan de overnachtduiven, maar wel in topconditie.

Flexibiliteit ontbreekt volledig

Of is men vergeten dat we de laatste maand alleen maar 41 graden hadden in Frankrijk? Toen hoorde je niemand over afgelasten. Nu zijn de dagen korter en koelt het ’s avonds en ’s nachts flink af, terwijl het pas na de middag echt warm wordt — dan zijn onze duiven al thuis.

Het NPO‑bestuur zag de afgelasting in België — een vlucht boven de 550 km met de jongen — en raakte gelijk in de war. Men stuurde een mail uit die mijns inziens nergens op sloeg.

Zo luistert men te vaak naar Facebook‑klagers die niet eens de moeite namen om hun jongen vanaf het begin mee te geven, maar elke week wel iets hebben om over te zaniken. Omdat ze weer eens te laat en te voorzichtig waren in hun voorbereiding.

De duivensport is een mooie bende aan het worden zo.

Afdeling 5 gelaste als eerste af, maar laat geen vlucht verloren gaan: ze schuiven alles gewoon een week op. Hier kan dat niet — onze bestuursleden hebben hun koffers al klaarstaan om 12 september allemaal gelijktijdig op vakantie te gaan. Wat natuurlijk absurd is; één van de bestuursleden die ik ken is nu al op vakantie.

Dus nemen ze liever een vlucht af van liefhebbers die acht maanden hun jongen hebben voorbereid op de mooiste vluchten van het jaar. Omdat het gros van die bestuurders niet eens met de jongen heeft meegedaan. Ook hier weer: belangen.

En aan al die Facebook‑klagers die mij ook een klager vinden, wil ik nog dit zeggen: niemand is verplicht om mee te doen — daar heeft men de natour voor, die ze van mij mogen afschaffen.

Een beter systeem is simpel

90% van die natourduiven is tussen januari en april geboren. Zet naast het jonge‑duivenprogramma de eerste weken wat korte vluchten, zodat herintreders kunnen aanhaken. En zodat de klagers — die weer een excuus hebben gevonden om niet mee te doen wegens verliezen, warmte, oostenwind of wat dan ook — alsnog op 100 km kunnen vliegen en na enkele vluchten kunnen instromen in het jonge‑duivenprogramma.

Dat programma gaat pas vanaf de vijfde vlucht naar 250 km en daarna verder.

En dan nog moet men flexibel zijn. Je moet onder een steen gelegen hebben om niet te constateren dat we vaker met dit soort weersomstandigheden geconfronteerd worden. Dan vind ik dat men het vliegseizoen minstens tot eind september moet mogen rekken. Dan plant het bestuur de vakantie maar in oktober.