De titel gaat niet over mezelf, maar over goede vriend Oliver Sabol van Team Eijerkamp. Oliver won voor de tweede keer dit jaar Nationaal Argenton, en daarnaast zeven keer nationaal in de zone. Een ongekend seizoen.

We hebben al jaren goed contact, en Oliver sprak vroeger al vaak zijn wens uit om zich te meten met de beste liefhebbers van België. De familie Eijerkamp maakte die droom waar: ze kochten de prachtige accommodatie van André Roodhooft, inclusief de duiven.

2026 zou een proefjaar worden om te zien hoe alles in België werkt — van het systeem tot de wegen om te trainen. Nou, als dit het proefjaar is, ben ik benieuwd naar volgend jaar.

Team Eijerkamp won met een kleinkind van Geeloger, die in korte tijd laat zien een topvererver te zijn. Ook in deze Argenton‑winnaar zit een stukje Embregts‑Theunis‑bloed: de grootmoeder Murphy’s Millennium komt immers uit de samenkweek Murphy’s Law × Olympic Millennium.

Geluk en pech liggen dicht bij elkaar

Bij samenkweek moet je geluk hebben. Er werden drie jongen geboren: één schitterende duivin (Murphy’s Millennium) en twee iets mindere exemplaren. Slimme Willem zei: “Ik neem die duivin wel, hou jij die twee maar. Mochten ze niet kweken, kun je altijd nog iets halen uit die van mij.” En dat had hij goed gezien, haha. De duivin van mij gaf een goed jong; de doffer gaf niets. Dat is nou eenmaal geluk of pech.

Ate Jan Mulder won de 2e in afdeling Friesland met een 50% Embregts‑Theunis duif. Jan Timmermans won de 9e, uiteraard met een 100% Embregts‑Theunis duif. Vorige week won Jan ook al de 3e in afdeling Friesland — maar die duif werd bij de landing achterna gezeten door een roofvogel en verkwanselde kostbare minuten. Vermoedelijk speelde hij daardoor de eerste kwijt. Ook dat is geluk of pech.

Topprestaties overal

Over geluk en pech gesproken: Oliver vertelde dat hij dit jaar de eerste op enkele seconden verspeelde aan Roger & Nick Thijs. Nu won hij de eerste met enkele seconden vóór diezelfde Roger & Nick Thijs — inmiddels één van de beste hokken van België.

Verder had Stefan Steenbergen de eerste vijf provinciaal, geklokt op enkele seconden, op een vlucht van amper 1100 mpm. Ook Davy Tournelle had ze weer geweldig.

Ik spreek Jan Timmermans meerdere keren per week, net als Oliver, Stefan en Davy. We leren van elkaar en hebben geen geheimen. Zo is Oliver erg tevreden over de NPO‑mix, net als Fernand Mariën. Stefan is dan weer erg tevreden over onze mineralenemmer.

Rui en verzorging richting het einde van het seizoen

Het is nu tijd voor de rui. De kwekers en vliegers zitten gescheiden; hier drinken ze Naturaline of Sedochol, en alle dagen krijgen ze Origanum Red op het voer, alsook Champions Mineralenmix en twee keer per week een schep Prestavit.

De duiven worden eenmaal daags gevoerd met 3 delen Championsmix en 1 deel NPO‑mix, om ze goed aan het ruien te krijgen. Ook krijgen ze eenmaal per week een bad.

Nog drie vluchten, en dan zit het seizoen erop — een moeilijk jaar voor mij en voor de meeste liefhebbers. Nu begint de kunst van het evalueren, zodat we het volgend jaar beter doen. En dat begint direct na de laatste vlucht.

peter-theunis-oliver-sabol

Met Oliver omstreeks januari 2020.

Korten kon ik begrijpen, afgelasten niet

Dat we met deze hitte zouden gaan korten, kon ik goed begrijpen — beter dan het afgelasten wat men nu doet. Maar: op donderdag met 35 graden niet mogen manden omdat het te warm is, en dan op vrijdag onervaren jongen voor de eerste keer in de grote mand stoppen met 37 graden… dat snap ik dan weer niet.

Heel Nederland gaat zaterdag in groepen hun nalijn‑duiven aan de grens lossen, en wij bij Zuidwest moeten ze allemaal voor laten gaan. Zodoende zullen wij pas laat aan de beurt zijn, met 29 graden, en dan onervaren nalijnjongen, oude duiven en opgefokte vroege jongen door elkaar. Wat voor zooitje gaat dat worden, denk ik dan.

Friezen houden koers, Zuidwest versnippert

Die Friezen zijn een slim en stug volkje; ze laten zich niet zo snel van het kastje naar de muur sturen. Ze hebben vanaf het begin één grote lossing en elke week een mooi aantal duiven, terwijl ze hier alles versnippert hebben — met kampioenschappen vanuit verschillende losplaatsen en verschillende lostijden.

Toen de NPO een code rood afvaardigde voor de inmanddag, waren de Friezen er als de kippen bij om het NPO‑bestuur terecht op de vingers te tikken. Men had immers zelf vastgelegd dat code rood alleen voor de vluchtdag mag worden afgegeven, niet voor de inkorfdag.

De zoveelste flater van het NPO‑bestuur — net zoals die mail waarin men beweerde dat overnachtduiven meer gespierd zijn en makkelijk tegen 41 graden kunnen. Vervolgens stonden de prijzen een week lang open, maar daar hoorde je niemand over. Over belangen gesproken.

In mijn ogen hebben de Friezen het bij het juiste eind: ze manden gewoon in en houden F33 in stand, terwijl de rest van Nederland het hele vluchtprogramma moet aanpassen en een mooie vlucht moet laten vervallen.

Diervriendelijkheid begint bij de mand

Duiven zien van twee nachten mand vele malen minder af dan van één nacht mand. Ik blijf erbij: jongen zouden nooit met meer dan twintig duiven per mand mogen zitten als men het over diervriendelijkheid wil hebben. Ze drinken en eten dan vele malen gemakkelijker.

Maar naar spelers wordt niet geluisterd. Anders had men Nederland allang anders ingedeeld: diagonaal en verticaal een lijn trekken, vier grote sectoren maken, en die vervolgens in drie gelijke delen in de lengte opdelen. Zo zou een duivenliefhebber het doen.

Nu gaat hier alles onder de rivieren om zeep. Het ledental daalt drastisch — en dat is vele malen erger geworden door de nieuwe indelingen. We hebben hier inmiddels meer trailers dan duiven.

Men had mijns inziens gewoon op donderdag moeten inmanden, de vlucht 50 km korten, en als het zaterdag niet bekwaam was, op zondag lossen. De serieuze jongeduiven‑spelers hebben hun duiven klaar; ze zijn misschien minder gespierd dan de overnachtduiven, maar wel in topconditie.

Flexibiliteit ontbreekt volledig

Of is men vergeten dat we de laatste maand alleen maar 41 graden hadden in Frankrijk? Toen hoorde je niemand over afgelasten. Nu zijn de dagen korter en koelt het ’s avonds en ’s nachts flink af, terwijl het pas na de middag echt warm wordt — dan zijn onze duiven al thuis.

Het NPO‑bestuur zag de afgelasting in België — een vlucht boven de 550 km met de jongen — en raakte gelijk in de war. Men stuurde een mail uit die mijns inziens nergens op sloeg.

Zo luistert men te vaak naar Facebook‑klagers die niet eens de moeite namen om hun jongen vanaf het begin mee te geven, maar elke week wel iets hebben om over te zaniken. Omdat ze weer eens te laat en te voorzichtig waren in hun voorbereiding.

De duivensport is een mooie bende aan het worden zo.

Afdeling 5 gelaste als eerste af, maar laat geen vlucht verloren gaan: ze schuiven alles gewoon een week op. Hier kan dat niet — onze bestuursleden hebben hun koffers al klaarstaan om 12 september allemaal gelijktijdig op vakantie te gaan. Wat natuurlijk absurd is; één van de bestuursleden die ik ken is nu al op vakantie.

Dus nemen ze liever een vlucht af van liefhebbers die acht maanden hun jongen hebben voorbereid op de mooiste vluchten van het jaar. Omdat het gros van die bestuurders niet eens met de jongen heeft meegedaan. Ook hier weer: belangen.

En aan al die Facebook‑klagers die mij ook een klager vinden, wil ik nog dit zeggen: niemand is verplicht om mee te doen — daar heeft men de natour voor, die ze van mij mogen afschaffen.

Een beter systeem is simpel

90% van die natourduiven is tussen januari en april geboren. Zet naast het jonge‑duivenprogramma de eerste weken wat korte vluchten, zodat herintreders kunnen aanhaken. En zodat de klagers — die weer een excuus hebben gevonden om niet mee te doen wegens verliezen, warmte, oostenwind of wat dan ook — alsnog op 100 km kunnen vliegen en na enkele vluchten kunnen instromen in het jonge‑duivenprogramma.

Dat programma gaat pas vanaf de vijfde vlucht naar 250 km en daarna verder.

En dan nog moet men flexibel zijn. Je moet onder een steen gelegen hebben om niet te constateren dat we vaker met dit soort weersomstandigheden geconfronteerd worden. Dan vind ik dat men het vliegseizoen minstens tot eind september moet mogen rekken. Dan plant het bestuur de vakantie maar in oktober.

Vrijdag wordt er ingemand voor de natour. Zelf heb ik 6 herintreders en 12 late jongen om daarop mee te spelen. Die gaan nu vier keer mee en pakken daarna de laatste NPO‑vlucht om extra ervaring op te doen. Het is dan een sprong van 170 km, maar dat geeft niets.

Of ik de oude duivinnen op de nalijn ga spelen, zie ik deze week. Als de nalijnjongen keer op keer voor de oude thuis zijn, heeft het weinig zin om me daar nog voor in te zetten — dan krijgen de duivinnen rust.

Mineralenmix slaat aan

Heel wat liefhebbers hebben naar tevredenheid het mineralenmengsel gemaakt zoals ik, en het in een schoteltje op de vloer aan de duiven gegeven. Omdat onze mineralenemmer zo goed als geen poeder bevat, is dat gemakkelijk aan te maken.

De basis:

  • enkele eetlepels Origanum Red of Roosvicee over ca. één kilo mineralenmix
  • een volle maatschep Octavit
  • een eetlepel Recuperatie‑poeder van Mariën
  • een scheutje snoep‑ of hennepzaad

 

Goed mengen, en daarvan een stenen pikpot op ongeveer twintig duiven op de vloer zetten. Ze maken daar gretig gebruik van, en de Octavit en Recuperatie‑poeder gaan dan goed op.

Octavit voor de laatste weken

Nu zijn er nog teveel jongen, maar de laatste twee vluchten krijgen ze alle dagen een Octavit‑capsule opgestoken — zoals ik bij de oude deed. Zo kunnen ze een zwaar programma gemakkelijker aan en komen ze niet verrot thuis.

Op dit moment meng ik het daarom dagelijks door de mineralenmix.

Rui bij de kwekers goed op gang

Bij de kwekers gaat de Oregano en mineralenmix gewoon over het voer, dat ze maar eenmaal daags krijgen. Daarnaast krijgen ze nu om de twee dagen Sedochol, en dan weer twee dagen Naturaline in het water. De rui is daar al goed op gang. Eenmaal per week krijgen ze een bad.

We stevenen af op het einde van het vliegprogramma. Nog een vlucht of vijf met de jongen en vijf met de nalijn, en dan zit het er weer op — een seizoen met gemengde gevoelens.

Bij de jongen werd ik in Geel 1e hok vitesse en in afdeling Zuidwest 2e hok vitesse. Ook werd ik 1e asduif vitesse in Geel en 3e asduif vitesse in afdeling Zuidwest.

Aan de kampioenschappen in Geel hecht ik nog waarde, maar aan die van Zuidwest niet. Hoe kan je een kampioenschap maken terwijl Rood, Bruin en Groen vanaf een andere losplaats vliegen, met ook nog eens verschillende lostijden dan Geel en Wit?

Wat ik ook niet begrijp, is dat Bruin, Rood en Groen eerder los gaan dan wij, terwijl hier de meeste hokken de verste afstanden hebben.

De heer Verkamman uit Arnemuiden wint de 1e in Groen en is tevens 1e hok kampioen van afdeling Zuidwest — en dat met een miniploeg. In Arnemuiden zijn dit jaar enorm veel duiven verloren gegaan. Verkamman is overigens ook een Championsmix‑gebruiker.

Pont‑Sainte‑Maxence

Hier kwamen de jongen naar tevredenheid van Pont‑Sainte‑Maxence, hoewel ze in mijn ogen zeker nog kunnen verbeteren. In Geel A werd het tegen 1.148 duiven: 4‑5‑6‑18‑22‑25‑27‑29‑40‑42‑49‑54‑55, enzovoort.

Op naar de NPO‑vluchten — hopelijk kunnen ze nog een tandje bijschakelen. We gaan er in ieder geval alles aan doen om dat te verwezenlijken.

Referentie

Henk Keizer uit Ter Apel won de 1e in de afdeling, met een kleinkind uit de Rocket‑lijn van ons. Altijd mooi om te zien dat die lijnen blijven presteren, ook op andere hokken.

Brabant 2000 volledig versnippert

Het oude Brabant 2000 is totaal versnippert en om zeep geholpen. Zo sta ik met de jongen momenteel 1e onaangewezen hok én 1e asduif in Vlieggebied Geel, maar bij de nationale kampioenschappen in de tussenstand ben ik nergens te bekennen. We moeten al in Zuid‑Holland spelen willen we hier nog nationaal kampioen kunnen worden.

Daarbij hanteert men overal andere regels: bij de één tellen vier vluchten, bij een ander vijf. Bij ons tellen gewoon alle jonge‑duivenvluchten, en dat zijn de terechte asduiven jong — het hele seizoen vroeg op de plank, van 100 tot 460 km.

Waarom ik niets meer heb met kampioenschappen

Het herinnert me aan 2021: toen was ik ook 1e asduif in Brabant 2000, maar in de tussenstanden nergens te vinden. Uit frustratie besloot ik te bellen of liefhebbers uit Brabant 2000 überhaupt mee mochten doen. Men ging opnieuw rekenen — en ineens werd ik 1e nationaal duifkampioen met Pure Gold. Had ik niet gebeld, was ik nergens geweest.

In 2019 werd ik 2e Olympiade‑duif vitesse met Olympic Millennium, maar ik werd verslagen door iemand die in oktober ook de taartvluchten mee mocht laten tellen.

In de jaren ’90 ben ik op haast alle hok‑ en duifkampioenschappen in samenspel O&O verslagen door een fraudeur die later geschorst werd. Halverwege 2000 gebeurde hetzelfde in Brabant 2000 — opnieuw door een fraudeur die later geschorst werd.

In 2010 kostte het me de auto van Le Mans. We hadden toen nog meldplicht; de felicitaties, bloemen en controle werden ’s avonds netjes uitgevoerd door het bestuur van Brabant 2000. De dag erna was er alsnog iemand voor gekomen — waar de meldplicht blijkbaar niet voor telde.

Eerlijkheid is ver te zoeken

Het betekent helaas dat eerlijkheid in de duivensport vaak ver te zoeken is. Dat zie je ook aan de aantallen duiven waarmee sommigen spelen. De meeste grote hokken zijn een heleboel jongen kwijt — vaak meer dan 200 — maar alsnog hebben ze er nu meer dan 100 in de wedstrijd.

Nu boeit het me allemaal weinig meer; alles heb ik al wel een keer gewonnen. We zullen ons in het gebied waar we uiteindelijk spelen — wat veel te breed is — gewoon moeten verdedigen.