De eerste keer met de vereniging zit erop. We hadden gisteren een eerste opleervlucht met de nieuwe afdeling. Het weer was mooi en de duiven kwamen aardig naar huis.

De laatste kwam deze ochtend — die was vorig jaar op de eerste vlucht verloren gegaan, maar kwam in oktober terug. Normaal krijgen zulke duiven geen kans meer, maar hij komt uit een goed koppel en je kon zien dat hij binnen gezeten had.

Vrijdagavond kan hij weer mee. Gaat hij dan opnieuw overnachten, dan is het natuurlijk einde verhaal.

Vitesse als test, niet als doel

Dus het kan beginnen. Zaterdag is hier een klokvlucht in de vereniging om alles te testen.

De vitesse is hier niet het hoofddoel; de duiven zitten immers nog verduisterd tot half mei. Al is dat al jaren zo, en toch ben ik vaak overal vitesse‑kampioen.

Daarbij moet ik wel de kanttekening maken dat het in april en mei vaak oostenwind is — en dat is hier vele malen beter dan west of zuidwest.

Jongen goed voorbereid

Zoals gezegd zijn de jongen er redelijk klaar voor. Bij het spenen kregen ze hun Rota‑enting, en onlangs hebben ze hun Paramixo‑enting gehad en gelijktijdig hun enting tegen de pokken.

Die pokkenenting gebeurt hier al 37 jaar één keer in hun leven, op de borst met het kwastje — dus niet jaarlijks, zoals bij liefhebbers die in de nek vaccineren. Pokken heb ik nog nooit gehad, dus de methode zal niet verkeerd zijn.

Een viertal weken voor de eerste vlucht vaccineer ik ze nog tegen Paratyfus met een dode entstof.

Ze gaan eenmaal daags naar buiten, zoals eigenlijk alle duiven. Omdat ik ze twee uur buitensluit, blijven ze alert en slaan ze met regelmaat de lucht in. Het andere voordeel is dat ze naar binnen stormen wanneer de kleppen geopend worden.

Voer en reacties

De vernieuwde Championsmix en NPO‑mix slaan ook bij andere liefhebbers geweldig goed aan. We krijgen daar heel wat positieve reacties op.

Onnodige zorgen

Zo krijg ik nu al mails van liefhebbers die bezorgd zijn omdat hun jongen niet trainen. Moet dat nu al, als je in Nederland speelt? In België kan ik dat begrijpen — die starten over een week of zes.

Hier maak ik me daar geen enkele zorg om. Ze moeten verplicht twee uur buiten. Ik sluit ze buiten en wat ze in die twee uur doen — vliegen of niet — boeit me niets. Ik heb me daar nog nooit druk om gemaakt.

Waarom ze niet meer wegtrekken

Ze slaan in die twee uur met regelmaat op, maar wegtrekken zoals vroeger doen ze al jaren niet meer.

Dertig jaar terug gingen de duiven in het nabijgelegen St. Willebrord vaak rond dezelfde tijd los, en dan kwamen er hier duizenden over. Toen zaten daar nog meer dan 400 liefhebbers. Nu moet je goed kijken wil je daar nog een duif rond zien vliegen — met het handjevol liefhebbers dat er nog zit. Bij mij in de straat vliegen er tegenwoordig meer los dan in heel St. Willebrord.

Dus wegtrekken doen ze niet meer. Ik zie ze altijd vliegen wanneer ze los zijn. Als de duiven hoog in de lucht zitten, weet ik dat het tijd is om de opleermand tevoorschijn te halen. Duiven die hoog in de wolken vliegen zijn gezond en in conditie.

Luierikken vallen vanzelf af

Wat ik wel doe: ik jaag alle jongen buiten, hokken dicht, en ik sla er één keer met de vlag onder zodat alles de lucht in gaat. Als ze daarna gelijk terug op het hok vallen, boeit me niets. Over vijf weken start hun opleerschool en dan vallen de luierikken vanzelf af.

Dat opleren gaat in stevige stappen: 5 – 10 – 15 – 20 – 25 – 30 km. Verder rij ik niet. Ze gaan wel elke keer in groepen van vijftien los om de risico’s te spreiden.

Het seizoen komt sneller dan je denkt

Of ik de duiven morgenavond al mee heb? Wat dacht je dan.

Châteauroux, 563 km, staat 23 mei al op het programma — dat is nog maar een week of zeven. Dan moeten ze de nodige kilometers in hun vleugels hebben. Dus dit jaar gaan ze, zo goed als het kan, alle opleervluchten mee.

Een blessure verandert alles

In het leven van een duivenliefhebber is het altijd wel wat. Zo liet ik de duivinnen uit, en helaas: de beste duivin van vorig jaar liep op de grond met een vleugelblessure.

Uit ervaring weet ik dat zulke duiven nooit meer de oude worden nadat ze hersteld zijn. En herstellen doen ze wel — ook de scheefvliegers — maar op hun oude niveau komen ze zelden terug.

Deze gaat nu dus vervroegd naar de kweek. Daar zitten er al meerdere die door een kwetsuur eerder met pensioen gingen. Elk nadeel heeft zijn voordeel, zou Cruijff zeggen: je kunt ze niet meer verspelen en vaak groeien ze op de kweek toch uit tot goede kweekduiven.

Gele aanwassen en Paratyfus

Ik had het eerder al over jonge duiven met van die gele aanwassen in hun bek. Links en rechts hoor ik meerdere liefhebbers met deze problemen. Opruimen is het beste — we moeten werken aan sterke, gezonde jongen, en daar horen deze duiven niet thuis.

Eén ding weet ik wel: hokken met deze problemen zijn vaak hokken waar ook Paratyfus rondsluimert. Zo werd ik onlangs door een topspeler gebeld; ook hij had Paratyfus onder de oude duiven.

Mijn ervaring en advies

Ik heb zelf één keer Paratyfus gehad, in de winter van 2011/2012. Ik ben toen samen met Ad Schaerlaeckens, die er een jaar eerder last van had, naar Stijn Gijsbrechts gereden. Die man had het bij het juiste eind: 10 dagen Baytril en daarna enten met een levende entstof.

Hij adviseerde me om elk jaar een kuur te geven met een afwisselend product en daarna te enten met een dode entstof. De levende entstof was om de Paratyfus te stoppen; de dode entstof was preventief om het onder controle te houden. Ook zei hij dat je eens in de drie jaar opnieuw 10 dagen Baytril moest geven.

Ik heb zijn goede raad opgevolgd en heb er sindsdien nooit meer last van gehad. Dus adviseerde ik de beller hetzelfde: 10 dagen Baytril, daarna enten met een levende entstof zoals Salmoporc. Daarna de hokken goed natspuiten met Virkon S en eventueel droog branden.

Let op: Virkon S is geen middel om licht over te denken. Sommige liefhebbers in België geven het zelfs in het drinkwater — dat zou ik nooit doen, ook niet om duiven in te dompelen bij One‑Eye‑Cold.

Duiven met duidelijke Paratyfussymptomen — sterk vermageren, kreupel lopen, warme gezwellen, bloedwratten, witte pupil — ruim ik altijd. Genezen kan soms, maar dragers blijven het vaak toch.

Selectie, weerstand en vroeger

Ik schrijf het al jaren: hard selecteren op gezondheid en een Paratyfuskuur + enting nooit overslaan. Eén keer per jaar is genoeg. Daarnaast werken aan weerstand: hokken open, elke dag Origanum Red, één soort voer en niet elke dag wat anders. Met af en toe Naturaline in het water doe je weinig verkeerd.

Duiven die zichzelf niet gezond kunnen houden, moet je ruimen. Dat wordt toch nooit iets — ongeacht afkomst of prijs. We moeten verder met de gezonde exemplaren, en zelfs dan zitten er maar weinig echt goede tussen.

Vorig jaar raakten een clubgenoot en ik door een verkeerde lossing heel wat jongen kwijt op de eerste vlucht. Natuurlijk baal je daarvan — ze komen immers uit goede duiven — maar dat zegt nog niets.

Bij de jongen die wél thuiskwamen zaten bij ons beiden verrassend veel bruikbare duiven. Misschien was het dus een harde, maar goede selectie.

In het algemeen zijn de duiven niet beter geworden dan vroeger. We selecteerden toen veel harder met het poulesysteem en er werd alleen uit toppers gekweekt. Nu wordt er vaak gekweekt uit duiven die nog niets bewezen hebben, met misschien als gevolg dat we meer jongen kwijtraken.

Vroeger kregen de jongen een veel zwaarder programma, met grotere lossingen en zelfs nationale lossingen. Duiven die toen top‑10 NPO wonnen, zette ik direct op het kweekhok — en daar had ik jaren plezier van.

Kweek en verzorging: eenvoud werkt

De jongen om mee te vliegen zitten allemaal op het jonge‑duivenhok. De kweek is, zoals eigenlijk altijd, super verlopen. Zoals ik al vaak heb aangegeven, verander ik nooit van verzorgingssysteem: 12 maanden per jaar dezelfde voeding en dezelfde bijproducten.

Hier geen legkorrel, eivoer, P40 of wat er verder allemaal op de markt is voor een “succesvolle kweek”. Mijn ogen gingen jaren geleden open bij een koppel koolduiven dat in de heg zat te broeden. Ik volgde het vanaf het begin. Toen de jongen speenklaar waren, pakte ik er één uit het nest — kogelrond. Die hebben ook geen eivoer of andere toevoegingen gehad.

Selectie zonder pardon

Zo moeten jongen kerngezond zijn vanaf het moment dat ze uit het ei kruipen.

Van mijn beste koppel had ik een mooi koppel jongen gespeend, maar na een dikke week vielen ze terug op de rest. Ze stonden niet aan de voerbak en toen ik ze in de hand nam, wilden ze ook niet drinken. Dan is er hier maar één remedie: weg ermee.

Een goede speler appte me dat hij enkele jongen had met gele proppen of aanwassen in de bek. Dat kan Herpes zijn, Difterie of zelfs Tricho. Mijn advies blijft hetzelfde: weg ermee.

Vóór de Rota‑enting er was, ruimde ik regelmatig een half hok jongen op. Adeno‑achtige klachten, enkele al dood… Alles wat ik niet vertrouwde, ging eruit — en met de resterende jongen had ik een topseizoen.

Rommelen aan jonge duiven die amper een paar maanden oud zijn, doe ik niet. Ze moeten zichzelf gezond houden. Daarom is Origanum Red voor mij superspul: het bouwt een basisweerstand op. Maar wil je die weerstand opbouwen, dan moet je het elke dag geven — daar gaat nu eenmaal een opbouwperiode van enkele weken aan vooraf.

Versterking halen, maar met beleid

Af en toe moet je wat versterking halen, maar pas op dat je niet van te veel verschillende hokken jongen haalt. Je haalt er immers ook kwalen mee binnen.

Ritme, discipline en conditioneren

Hier vliegen alle duiven — oud én jong — eenmaal daags, altijd in de ochtend. Valt er een regen‑ of hagelbui, dan hebben ze de hele dag nog om op te drogen. Een bui in de avond kan funest zijn voor de conditie als ze nat de nacht ingaan.

De jongen gaan vanaf 10 uur naar buiten en mogen dan enkele uren los. Daarna worden ze binnengehaald — en dat duurt geen vijf minuten voordat alles binnen zit.

Ze krijgen ’s ochtends geen eten; het restant van de avond kunnen ze oppikken zodra het licht aangaat. Om 12 uur is het volle bak, en dat is zo afgemeten dat er tegen de verduistering maar weinig meer in de bak ligt.

Alles moet luisteren. De duivinnen stormen binnen in het dofferhok zodra de vlaggen weg zijn; ze eten in hun eigen hok.

De doffers verhuis ik naar het duivinnenhok, die trainen zodra de duivinnen binnen zijn. Die vliegen zonder vlag, maar vallen zelden binnen het uur op het hok door de vele roofvogels in de buurt. Ook de doffers stormen binnen zodra de valplank open gaat.

Conditioneren heet dat — zodat je jezelf de rest van het seizoen niet hoeft te ergeren.

De eeuwige vraag: wat geef je?

Als duivenliefhebber krijg je vaak de vraag wat je wel of niet geeft aan medicatie. Schijnbaar is dat voor sommigen belangrijker dan de goede duif zelf. Die vragen komen meestal van dezelfde categorie mensen die na een vlucht meteen vragen hoeveel je er nog mist.

Medicatie gebruik je in een seizoen het best alleen wanneer nodig. Hier ga ik vóór het seizoen op controle met de duiven. Mankeren ze niets, dan doe ik niets.

Eén en twee nachten mand

Bij één nacht mand gaat er bij thuiskomst vaak een bruistablet C in het water, al dan niet met Belgasol of Tollyamin Forte. De dag nadien meestal Naturaline.

Bij twee nachten mand gaat er anderhalve dag B.S. of een ander gecombineerd ontsmettingsmiddel in. Dat is preventief, omdat de duiven dan ook drinken in de mand. Zitten ze naast liefhebbers die het niet zo nauw nemen, dan heb je de poppen snel aan het dansen.

Die liefhebbers die roepen dat er “niets mis is met zeven dagen zuiver water en tóch super presteren op alle afstanden” horen thuis in het sprookjesbos. Ik heb er een hekel aan om mensen op een dwaalspoor te brengen. Krijg ik ergens vragen over, dan beantwoord ik die eerlijk.

Een kijkje achter de schermen

Zo was er een geweldig presterend hok met weinig duiven. Een hok met weinig duiven is vaak gezond — zeker als het goed presteert. De beste man had een duif opgevangen van een liefhebber die hem kwam halen.

De opvanger bood de man een kop koffie aan en verliet de ruimte. De eigenaar van de gevangen duif zag het begeleidingsschema liggen en maakte er een foto van.

Blijkbaar zat er élke dag wel iets in de drinkpot. En de eigenaar van het duifje deelde dat vervolgens met iedereen die het maar wilde zien.

Niet handig natuurlijk van de opvanger om dat soort dingen te laten slingeren. Een duivenliefhebber alleen laten in een hokruimte is de kat op het spek binden.

Met mate, met verstand

Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Helemaal zonder medicatie vliegen met twee nachten mand zou ik niet adviseren, maar alles met mate en nooit langer dan twee dagen. En oppassen met warm weer.

Als de duiven eenmaal iets mankeren in het vliegseizoen, is het vaak gedaan met de pret. Een enkele topliefhebber kan dat nog ombuigen, maar is de conditie weg, dan zie je hem meestal niet meer terug dat seizoen.