De Adeno heerste dit jaar stevig onder de jongen. Het was enkel slechte mest — geen kotsende duiven. En ik weet het: ik controleer de hokken voordat het licht aangaat. Dan is het een weekje dweilen in plaats van krabben.

Wel heb ik alle dagen de brander erdoor gehaald, die ik al jaren niet meer had aangeraakt. De jongen hebben in deze dagen 85% NPO‑mix gehad, met alle dagen Origanum Red erover en medicatie op het voer én in het water. Daarnaast kregen ze dagelijks Belgasol in het water.

Elke dag gaf ik ze een schoteltje Champions Mineralenmix met daarover de Mariën‑poeder ter beschikking. Ze zijn hier alle dagen tweemaal daags los geweest voor een training — en trainen deden ze: een vol uur per keer, stevig, ondanks de Adeno. Dat zal vast aan de hoeveelheid NPO‑mix liggen.

Enkele jongen die het erg moeilijk hadden om erdoor te komen, heb ik verwijderd. Uit ervaring weet ik dat die duiven toch nooit goed worden; het lijkt wel alsof er van binnen iets blijvend aangetast is.

Oude duiven richting het weekend

Bij de oude zijn er 12 naar La Souterraine (640 km): drie redelijk goede en de rest testers. De overige gaan naar 250 km — er komen nog vluchten genoeg.

Het zal zeker weer moeilijk worden om te lossen. Zondag lijkt voorlopig de beste kans om de duiven een droge terugreis te geven, al zullen onze Zeeuwse vrienden daar anders over denken met de WZW‑wind.

Internationale markt onder druk

Zo hoorde ik van een Chinese vriend dat de interesse om duiven te importeren tot een nulpunt gedaald is. Men moet tegenwoordig erg veel inleg betalen voor de one‑loft races daar, en het gokken op duiven is sinds kort verboden.

Dus eigenlijk is het daar hetzelfde als hier 25 jaar geleden, toen we ook niet meer konden poulen op de duiven. Nu moet er ook heel wat geld bijgelegd worden, en alles lijkt steeds duurder te worden: voeding, medicatie en transport.

De duiven bekomen nu het regent. De jongen hebben vanochtend nog stevig in de regen gevlogen. De lucht is vies na het warme weer van de afgelopen dagen — misschien is dat wel de reden dat we zoveel oude én jonge duiven verspelen.

Daar komt nog bij dat we de duiven de laatste 25 jaar hebben lopen pamperen door ze deur‑voor‑deur te lossen. Nu komen ze opeens in een grote lossing terecht en verspelen we een massa oude duiven. Zelfs de beste tophokken ontkomen niet aan zware verliezen.

De — in mijn ogen — onverstandige lossing van Afdeling 11 kostte ook heel wat pluimen: na de middag lossen met 30 graden op meer dan 400 km is gewoon te veel.

Warmte, afstand en wind: een giftige combinatie

Ik rij vaak richting Zeeland voor een dagje weg. Wat me telkens opvalt: hier is het vaak vijf graden warmer dan daar. En dan komt er nog bij dat de duiven daar gemiddeld 60 km korter vliegen, terwijl ze met oostenwind ook nog eens westwaarts gedreven worden.

Ik voorspel niet veel goeds voor onze jongen als die met oostenwind gezamenlijk met Zeeland gelost worden voor de NPO‑vluchten. Ik denk dat ik dan de nalijn ga verkiezen.

Het systeem blijft hetzelfde

Onze oude duiven zijn dit jaar aan heel wat beproevingen blootgesteld. Elke week moeten we ze weer uit een dal trekken en oplappen.

Hier blijf ik gewoon het systeem volgen:

  • elke dag Origanum Red en Prestavit bij thuiskomst
  • vanaf maandag elke dag een Octavit‑capsule
  • alle dagen de basismengeling, maar de NPO‑mix nu alleen in de ochtend op zondag, maandag en dinsdag
  • in de avond basis tot er enkele gaan drinken

 

De jongen zitten nu op 80% NPO‑mix en 20% basis, nu ze Adeno hebben. Ze krijgen ook elke dag de Champions Mineralenmix om ze zo snel mogelijk erbovenop te krijgen zonder dat ze gewicht verliezen.

En die gaan hier gewoon alle dagen naar buiten. Ik denk dat 10% Adeno heeft — dus waarom zou ik de gezonde 90% niet laten trainen?

Keuzes richting het weekend

Mocht het zuidwestenwind zijn komend weekend, dan zet ik er enkele op La Souterraine (640 km). Maar zeker niet de beste — laat die maar eens een weekendje 250 km met de wind vanachter vliegen.

Dat het een zware dobber ging worden na de rotvlucht van vorige week, was wel te verwachten. Men had totaal geen zin om de vlucht in te korten. Ik denk dat we dat te danken hebben aan de gezamenlijke lossing met Zeeland, die anders een te korte afstand zouden spelen.

Maar men zou zich best eens mogen afvragen dat de duiven hier gemiddeld 60 km verder moeten, en als ze naar het westen worden gedreven zelfs meer dan 100 km. Dat maakt een wereld van verschil.

In de top 100 zaten amper tien duiven van Brabant — inclusief de winnaar op de verste afstand. Die zal vast in een goede windlaag gezeten hebben, maar dat doet aan die superprestatie niets af.

Brabant in de gevarenzone

Als we straks met de NPO‑vluchten voor de jonge duiven een oostenwind krijgen, dan vrees ik dat zo goed als heel Brabant naar de nalijn gaat. Men houdt anders geen jong over.

Het zou beter zijn als de besturen de situatie met de jongen eens serieus zouden evalueren en ingrijpen voordat het te laat is.

Of onze voorzitter het daar mee eens is of niet: we houden zo amper duiven over — en nog veel erger: leden. Beter is om de eigen principes even te laten varen en te denken in het belang van ledenbehoud.

Samenvoegen: een vergissing die duiven kost

Dat samenvoegen… ik was er ooit voorstander van, maar wat heb ik me daarin vergist. Het kost elke week heel wat duiven.

Een goede speler uit Oost‑Brabant had 12 uitgelezen duiven mee op de midfond. 1,5 uur na de prijzen pakte hij zijn eerste, een uur later zijn tweede — en daar bleef het bij. Deze kleinere liefhebbers worden de dupe van de grote professionele hokken met 100+ duiven mee, en haken zo af.

Hier is er nog één weg. In de vereniging bij verschillende hokken meerdere kwijt — reken maar weer op 10% verlies. Zelf had ik in de vereniging wel de 1e, maar daar was alles ook mee gezegd.

Adeno bij de jongen

De jongen hebben op dit moment te maken met Adeno — voor de eerste keer dit jaar. Er waren er vorige week al verschillende achtergebleven van een moeizaam verlopen opleervlucht. Dan komen er elke dag wel duiven thuis; in een groep van ruim 100 valt dat niet op. Maar ik verwachtte al een Adeno‑uitbraak, en dat bleek te kloppen.

We hebben nog tijd, maar het opleren moet een weekje opschuiven. Anders ga ik er meer verliezen dan nodig. De eerste vlucht van 20 juni ga ik niet halen, maar tellen doet het toch pas vanaf 11 juli.

Ze krijgen nu enkel NPO‑mix met Origanum Red en Champions Mineralenmix, plus een kuur met Amco tegen Adeno. Zodra de mest goed is, stop ik daar meteen mee. Zwaarder voer werkt het braken alleen maar in de hand — vandaar tijdelijk alleen NPO‑mix.

Hitteprotocol, vluchten inkorten… je hoort er de NPO niet meer over. Afgelopen weekend kende 75% van Nederland een rotvlucht, vooral in het noorden. Vele duiven arriveerden pas op zondag.

Normaal had onze NPO‑voorzitter nu moeten zeggen: pas op vrijdag inmanden, en dan het liefst een vlucht van rond de 300 km. De duiven hadden dan een extra hersteldag gehad.

Vrijdag lijkt het tropisch warm te worden, dus wat minder duiven in de mand zou zeker geen overbodige luxe zijn.

Hier verliep de snelheidsvlucht op veel plaatsen niet vlekkeloos. Schijnbaar zijn ze pas laat in de nacht vertrokken naar de losplaats. Dat de duiven dan niet meer gedronken hebben voordat ze het luchtruim ingingen, is één ding dat zeker is.

Dode lucht en stroperige jongen

De lucht is momenteel dood met deze warmte. Ik heb de jongen nog wel opgeleerd op 15 km, maar dat ging niet vanzelf — de meesten kwamen één voor één. Ze worden hier in de avond goed afgevoerd met Championsmix, dus ze kunnen tegen een stootje wanneer het misgaat.

De tijd gaat snel en we moeten zorgen dat onze jongen ingevlogen raken. Persoonlijk houd ik mijn hart vast wanneer ze voor het eerst samen met Zeeland los gaan. Ik mag hopen dat er dan geen oost in de wind zit.

Keuzes maken in een zwaar seizoen

Dit weekend staat 455 km op het programma. Ik denk dat er 24 meegaan, maar ik beslis dat morgen. La Souterraine sla ik waarschijnlijk over als het kopwind wordt. Dan kies ik voor de vitesse.

640 km in zo’n zwaar seizoen, met kopwind, betekent al snel 10 uur vliegen. Dat is meer iets voor de grotere hokken met 100 duiven of meer — die kunnen tegen een stootje.

Een vlucht met vragen

Ik mag zeker niet klagen, aangezien alle duiven thuis zijn — op heel wat plaatsen is dat anders.

Of het in de diverse luchtlagen zat, weet ik niet. De duif van Verkerk hield van Cambrai 1684 mpm aan en van Vierzon 1391 mpm. Zegt u het maar. Natuurlijk zit er een verschil van 300 km, maar zo’n terugval in meters blijft opvallend.

Hier vielen de eerste duiven redelijk, met enkele uitschieters. Daarna viel het stil. Van Issoudun had ik een mooie tijdduif; die had in het vroegere Brabant 2000 de 5e NPO gehad — en dat is gewoon goed. Nu zaten er een dikke dertig Zeeuwen voor.

Een veel te breed spelgebied

Het spel is te breed, en dat kost duiven én leden — geloof mij maar. Ik scheel met Scheele bijvoorbeeld zo’n 50 km, maar rijd ik er met de auto heen, dan moet ik toch bijna 100 km westwaarts rijden.

En dan hadden we nu eigenlijk een vitessevlucht moeten hebben tussen de dagfond in. Maar nee, men kiest liever voor 455 km, en de week erna 640 km, met dit weertype. Of dat de duivensport in leven houdt… ik weet het niet.

Kleine spelers komen in de knel

Negentig procent van de liefhebbers zijn kleinere spelers. Die moeten haast wel keuzes gaan maken: óf midfond, óf dagfond. Beide spelen lijkt alleen nog voor de grote hokken weggelegd — die kunnen tegen een stootje.

Nu hadden we 9500 duiven, maar blijft het weer zo, dan zijn er voor La Souterraine (640 km) geen 4000 duiven meer in concours. En dan hebben we het over de tweede dagfond. Voor de verste afstanden in ons speelgebied is dat overigens bijna 700 km, en dat hoort eigenlijk al in de categorie ZLU thuis.