De midfond staat voor de deur. Het weer blijft wisselvallig en grillig — ook aankomend weekend weer. Gelukkig is het nog maar het begin van de week, dus het zal vast nog wat veranderen tegen dat het zover is.

Wanneer gaan de jongen los?

Ik kreeg de vraag wanneer ik de jongen op ga leren. Zoals gezegd wacht ik daar nog een volle maand mee.

Vroeger was ik fanatieker, maar ondanks dat ik nog in de jeugdcategorie hoor, word ik volgend jaar toch echt 60. Met het verstrijken van de jaren neemt het fanatisme af. Ik scheid nu meer de zin van de onzin — en dat vroege opleren hoort voor mij bij de onzin.

Wil je de eerste twee vluchten spectaculair voor de dag komen, dan moet je nu inderdaad op pad met de jongen. Maar dat is niet mijn doel.

Waarom ik niet meer vroeg opleren doe

Dertig keer rijden met de jongen om de eerste twee vluchten op te rollen, en dan op de derde vlucht gelijk met de rest staan? Daar pas ik voor.

De belangrijkste en mooiste vluchten voor de jongen beginnen pas vanaf de eerste week van augustus. Alles ervoor is voor mij niet belangrijk meer.

Uit ervaring op eigen hok — al dertig jaar — is gebleken dat de jongen die vanaf augustus super presteren, later de beste duiven worden.

Iedereen beleeft zijn sport op zijn eigen manier. Enkele jaren geleden was ik nog zo fanatiek dat ik de jongen één voor één loste. Maar vorig jaar, na een slechte lossing, was ik de helft kwijt… terwijl liefhebbers die ze maar een paar keer hadden opgeleerd er minder kwijt waren.

Waarom dan die moeite doen? Zoals gezegd: je maakt ze toch niet slimmer. Je bouwt hoogstens meer conditie op.

Hoe echte vorm voelt

Duiven in topconditie zijn zo rond als een bol en zo hard als een steen. Wanneer ze nog te mals zijn van vlees en spieren, zijn ze simpelweg nog niet in orde.

Hier zijn ze aan het veranderen — ze raken meer gespierd. Als je dagelijks trainende jonge of oude duiven vergelijkt met duiven die niet loskomen, voel en begrijp je precies wat ik bedoel.

Een duif in forme ligt super in de hand, is zijdezacht en heeft een smalle staart waarbij de onderste staartveren eromheen gekruld liggen. Ook zie je vaak de bloem en vetplekken op de slagpennen — dan zijn ze goed.

Daarbij moet je het borstvlees voelen. Als ze nog enigszins bezweet aanvoelen, kun je met een goed gevoel inmanden. Vaak lag ik de nacht voor een belangrijke vlucht wakker, omdat ik wist dat het goed zou komen.

Alleen die echte vormpiek duurt vaak niet langer dan een maand. Dan deert het de duiven niets hoe de wind staat: ze zijn er gewoon en knallen als kogels het hok in.

De basis blijft simpel

Dit alles proberen we te bereiken met goede verzorging, voeding, bijproducten en training. En zoals altijd: overdaad schaadt.

Zoals eigenlijk al verwacht mankeerden de duiven niets. Ik had een zestal duiven én mest meegenomen, maar er was niets mis mee — en dan blijf ik eraf.

Het is voor mijn hok nog te koud, aangezien hier altijd alles openstaat. Maar vroeg of laat schieten ze in orde. Afwachten is de beste manier, maar wél wanneer je zeker weet dat ze niets mankeren.

Vanaf deze week ga ik wel met Octavit aan de gang en ze krijgen wat extra energie door na de laatste maaltijd wat extra NPO‑mix na te voeren. Omdat ik nog verduister bij de oude duiven, is die laatste maaltijd rond half zes in de avond.

Jongen in vorm — maar selectie blijft streng

De jongen blinken als pauwen, dus die zijn ook gezond. De mest is mooi in kleine korreltjes, al kan dat natuurlijk plots anders zijn. Eentje had slechte mest — die heb ik in de donkerte met het zaklicht opgespoord en verwijderd.

De jongen krijgen hier eten genoeg, dus die moeten allemaal even rond staan. Eentje die scherper is, haal ik er gewoon uit. Het is al moeilijk genoeg met perfecte duiven, laat staan met duiven die opvallen omdat ze anders gebouwd zijn of magerder zijn.

Voeding en weerstand

Alle duiven krijgen dagelijks Origanum Red op het voer in de ochtend om de weerstand op peil te houden. De duiven worden er zijdezacht van en glanzen volop; ook hebben ze altijd mooie mest.

Bij de jongen heb ik dit jaar als test 35% NPO‑mix en 65% Championsmix.

Ze vliegen hier meer dan anderhalf uur — zelfs de overbuurman zei het al: wat vliegen die jongen. Ze schrikken zelfs van een mus. Ik zie dat wel graag. Of dat door die 10% extra NPO‑mix komt, weet ik niet.

Nog niet waar het moet zijn

Het is nog zeker niet wat ik ervan verwacht — daar ben ik zelf wel van overtuigd. Ze worden beter, maar zijn zeker nog niet 100%. Vaak scheelt er iets waardoor ze net niet de conditie pakken.

Maandag ga ik daarom nog eens een check‑up doen. Kuren heeft geen enkele zin als je niet weet waartegen. Blijkt er niets aan de hand, dan doe ik ook niets en is het afwachten tot het tij keert.

Hier zijn er nog twee weg. Eén kwam terug en had een draad geraakt; vorige week ook al één. Het lijkt wel zoals in het wielrennen: renners uit vorm vallen het vaakst. Alerte renners in topconditie rijden in de kop van het peloton.

Melun in zicht en kromme indelingen

Volgende week vliegen we Melun, 351 km. Ik hoop dat we dan één lossing hebben, zodat de spreiding van de duiven wat breder is.

Bij de indelingen hebben ze in mijn ogen een beetje geslapen: Zeeland heeft er de eilanden bij gekregen én heel R1 van Brabant 2000. Ze hebben daar 21.000 duiven bijeen, en bij ons — de meer westelijke hokken — 11.000.

Daar klopt geen snars van. Wat we nu al zien, is dat onze duiven vaker uit het westen komen. Vroeger zat R1 daar nog bij en zaten de duiven wat breder.

Groepslossingen: geen vooruitgang

In Afdeling Zuid‑West wil men alles het liefst in groepen lossen. Afgelopen week dus weer in twee groepen. In vroegere jaren ging de verste afstand eerst los. Zeeland heeft nu schijnbaar nieuwe regels: de kortste afstanden eerst los.

Nu hoor ik al geluiden dat ze onze jonge duiven tot aan Pont‑Sainte‑Maxence (285 km) groep voor groep willen gaan lossen. Ik nodig iedere duivenliefhebber uit om eens naar een losplaats te gaan en te zien wat een lossing doet met de duiven die níet gelost worden. Als ze dan vijf keer een lossing horen, is het voor de laatste groep funest. Ik kan niet geloven dat zoiets diervriendelijk is.

We maken onze duiven zeker niet slimmer met al die groepslossingen. En dat er vroeg of laat fouten gemaakt worden — bijvoorbeeld doordat er een deur van een andere groep mee open gaat en die tien minuten te vroeg gelost wordt — staat vast.

Mochten ze binnenkort met de nieuwe trailers op pad gaan, die in één keer met een kabel gelost worden zodat alle deuren tegelijk open gaan, dan mogen ze wel héél goed kijken of de juiste kleur labels aan de goede zijde zitten op de vitesse-vluchten.

Onvrede en oneerlijke puntentelling

Het jammere is dat ik gisteren hoorde dat enkele goede spelers uit Vlieggebied Wit hun jas al aan de wilgen hebben gehangen en alles hebben opgeruimd. Over de nieuwe indelingen is nog lang niet iedereen te spreken — en daar ben ik er één van.

Zoals ik vorige week al aangaf: men kan beter van alle gebieden waar men punten uit mag halen voor de nationale kampioenschappen de aantallen duiven optellen en daar een gemiddelde van nemen. Dat gemiddelde kan dan gebruikt worden in de berekeningen, zodat elke liefhebber dezelfde eerlijke kansen heeft.

Het kan toch onmogelijk zijn dat de ene liefhebber een deelgetal heeft van 10.000 duiven en een ander — die in een klein spel speelt — een deelgetal van 1.500 duiven. Onze NPO‑voorzitter moet wel voor een eerlijke duivensport staan. Ik hoop dat hij daar voor open staat en er eens serieus over na gaat denken.

Bijproducten nodig? Bestel vóór 16 mei

In de periode 16 mei t/m 28 mei worden er geen bestelformulieren verwerkt in verband met vakantie. Bestellingen die in deze periode binnenkomen, worden vanaf 29 mei weer opgepakt.

Voor liefhebbers die nog bijproducten willen inslaan — denk bijvoorbeeld aan Octavit voor de langere vluchten die eraan komen — is het verstandig om tijdig te bestellen, zodat alles op tijd in huis is.

Bestellen kan via dit bestelformulier.

Dank voor jullie begrip en alvast veel succes in de komende weken.

Jeffrey Theunis

We gaan weer Frankrijk in voor de derde vitessevlucht.

Kromme puntentelling

Ons vlieggebied is opgedeeld in A en B op de vitesse — daar gaan ze, naar het schijnt, de punten uit halen voor de vitesse‑kampioenschappen.

Alleen zouden de NPO en zeker ook PIPA hun spelregels weleens mogen nalopen. Zo vind ik dat men in heel Nederland de aantallen duiven van alle speelgebieden bij elkaar moet optellen en daarvan het gemiddelde moet gebruiken voor de puntentelling.

Nu zijn er speelgebieden met twee keer zoveel duiven, en die tellen dus mee in de berekening. We zagen dat vorig jaar al bij de PIPA‑rankings: het kan toch niet dat twee liefhebbers uit Zuid‑Holland álle klassementen oprollen?

Bij PIPA zouden ze sowieso voor iedereen hetzelfde aantal vluchten moeten gebruiken — niet voor de één zes en voor de ander zeven. Ook daar zou het gemiddelde aantal duiven gebruikt moeten worden in de puntentelling.

De NPO staat voor een eerlijke duivensport, dus pak dát dan eerst aan. Dat sommige speelgebieden in de nieuwe indeling ineens de helft meer duiven hebben dan andere, klopt gewoon niet.

Brabant op achterstand

Hier in Brabant zitten nogal wat overnachtspelers. Die kunnen vanaf nu elke week inmanden in Hank, Oosterhout of waar dan ook. Die aantallen duiven hebben we dus niet op de wedvluchtdagen. Hier zijn het dus kleinere aantallen duiven — maar wel van programmaspelers.

Brabant is daardoor eigenlijk op voorhand uitgeschakeld voor de nationale kampioenschappen of Asduiven. Natuurlijk hoeft men het niet met mij eens te zijn; ik schrijf alleen wat ik constateer.

Roeken richten slachting aan

Eerst werd de buurman geteisterd door een koppel moordlustige roeken — ze hebben daar 17 jongen gedood. Nu zijn ze ook bij mij actief en hebben inmiddels al een winterjong voor de hokken gedood en half verscheurd.

Zo zien we de roofvogel minder, en zitten we ineens met deze zwarte moordenaars. En het gekke is: de duiven schrikken er niet eens van. Ze zien die roeken niet als gevaar.