02 feb Kweken en testen
Het is elk jaar dezelfde cyclus: jongen kweken en uittesten op de wedvluchten. Elk jaar lukt het me wel om een handjevol topjongen te kweken, soms uit bewuste en soms uit onbewuste koppelingen.
Ik zie er dan ook geen nut in om zes tot acht jongen uit één koppel te trekken. Vaak heb je bij vier jongen kans op een goede, maar dat wil niet zeggen dat je er twee goede uit acht krijgt. Vandaar dat omkoppelen beter is, al kost het een boel werk.
Een schoon en gezond hok
Hier ligt nergens meer iets op de bodem, alleen een dun laagje schelpenzand. Vroeger had ik lavakorrel en beukensnippers — uit gemak, wegens weinig tijd — maar tegenwoordig wil ik dat niet meer.
Eens per dag of om de twee dagen, net hoe het uitkomt, schraap ik de bodem met een schraper aan een lange steel. Daarna gaat er weer een dun vers laagje schelpenzand overheen, zodat de bodem droog blijft en de mest niet vast gaat zitten.
Als je ziet wat er onder die bodembedekking zit aan stof en insecten, schrik je ervan. Stro en beukensnippers kunnen op een vochtig hok al snel gaan stikken of schimmelen. Ook de plafonds zijn hier schoon gemaakt; daar kwam een centimeter dik stof af.
De jongen worden hier afgespeend op een houten verwarmingsplaat die al meer dan dertig jaar oud is en twaalf maanden per jaar aanstaat. Echt warm voelt hij niet aan, maar voor het hokklimaat is het perfect. Het gekke is dat ze vaak na enkele dagen alweer in de bakken zitten en niet meer op de plaat lopen, die ik ook als voedertafel gebruik.
Hard selecteren
De jongen krijgen een B.S.-tablet van Belgica De Weerd en daar moeten ze het mee doen tot ik net voor het vliegseizoen op controle ga. Ik selecteer erg hard op gezondheid. Tellen doe ik ze niet; wat wegvliegt, vliegt maar weg. Ik kan me daar niet druk om maken. Zoals ik al eerder aangaf: het gaat om dat handjevol toppers — de rest is bijzaak.
Bijproducten, vitaminen en talent
Zoals men inmiddels wel weet, ben ik een voorstander van bijproducten — anders had ik ze ook niet ontwikkeld. Ik heb een hekel aan geld over de balk smijten, dus als ik er geen meerwaarde in zou zien, gaf ik het niet.
Zo denk ik ook over vitaminen. Ik neem die zelf dagelijks, en bij de duiven heb ik ze in de bijproducten laten verwerken. In het vliegseizoen gaat er bij thuiskomst, en op woensdag (en bij zware vluchten ook op donderdag), nog een extra bruistablet vitamine C van de supermarkt in het water.
We zagen Van der Poel wereldkampioen in het veld worden. Dat is voor negentig procent aangeboren talent, en daar komt dan nog een goede training en verzorging (voeding en bijproducten) bij kijken. Bij onze wedstrijdduiven is dat niet anders. Dus waarom heel veel duiven houden? Steek de onkosten maar in diegenen die het verdienen.