Beurs en drukte op het hok

De beurs is weer achter de rug. Ik ben dit jaar niet geweest; ik krijg steeds vaker dat déjà-vugevoel zodra ik binnenkom. Ik ben ook niet zo’n sociaal dier dat om aandacht verlegen zit van Jan en alleman, en eerlijk gezegd heb ik het met dit mooie weer veel te druk met de duiven.

Zoals gezegd is het een drukke bende. De vliegers zitten met grote jongen én jongen van veertien dagen (de verlegde koppels). Ze zijn inmiddels al even buiten geweest om over te wennen naar het hok vanwaar ze dit jaar vliegen. Lang vliegen is er nog niet bij, en dat hoeft ook niet. Met dit weer zitten ze zo in conditie, terwijl het vliegseizoen pas over zes weken losbarst.

De kwekers zijn ondertussen nog volop bezig met het opkweken van jongen. Er zitten al een dikke negentig jongen af en die komen al buiten. Om alles te voorzien van hun natje en droogje en alles schoon te maken, ben je toch even zoet.

Gemak dient de mens

Door de jaren heen ben ik gemakkelijker geworden, mede door die vervelende rugkwaal waar ik niet meer vanaf raak. Vroeger stopte ik de jongen regelmatig in de mand om ze aan de mandstress te laten wennen, en hing ik daar water aan zodat ze leren drinken. Dat is inmiddels verleden tijd; ik steek daar geen moeite meer in.

Tegenwoordig handel ik meer zoals in de jaren ’90. Toen deed ik dat nooit door tijdgebrek, en de duiven kwamen er zeker niet slechter door. Je kunt de jongen drie dagen in de mand zetten met een drinkgoot eraan; laat je ze eruit, dan snelt 95% naar de drinkpan omdat ze in de mand niet gedronken hebben.

Mijn redenering was altijd: als ze een ander zien drinken, moeten ze dat zelf ook maar doen. In het hok is het immers niet anders. Ik stop er nooit eentje in de drinkgoot en nog nooit is er een omgekomen van de dorst. Wel ben ik voorstander van minder jongen in de mand bij warm weer, en de eerste keer twee nachten mand zodat iedereen bij de drinkgoot kan komen. Dan maar wat meer vrachtgeld betalen.

Selectie en oude gewoontes

Vroeger startte ik met achttien weduwnaars. Na zes vluchten had ik er al twaalf verwijderd — niet goed genoeg. Ik speelde toen uitsluitend vitesse en midfond.

Heel wat oudere liefhebbers begrepen mijn strategie niet; volgens hen was de sfeer uit het hok. Toch klokte ik vaak alle zes aanwezige duiven ruim één op honderd in de prijzen, tegen toen nog wekelijks meer dan 6000 duiven. Die stonden uiteraard bomvol ingezet. Het aantal tv’s dat ik elk jaar won was zo groot dat ik er meerdere weggaf. Met het gewonnen poulgeld werden na het seizoen altijd duiven aangeschaft om nog beter te worden. Aankomen waaien is het hier nooit geweest.

Zo kiemde ik vroeger granen, totdat ik inzag dat het allemaal lariekoek was. Het opleren van de jonge duiven gebeurde vroeger door tijdgebrek pas enkele weken voor de eerste vlucht. Vaak in de middag, als de aardbeien geoogst waren. Dat het dan vaak boven de 25 graden was, deerde de duiven niets.

Ik had — en heb — een hekel aan duiven die in de avond vliegen. Je ziet dan amper een vogel in de lucht; het is onnatuurlijk.

Voer, opleren en eenvoud

Met het voer had ik het al snel bekeken. Vandaag dit, morgen dat — dat was niets voor mij. Ik gebruikte al snel de twee zakken van Teurlings: de AS‑mengeling voor jong en oud.

Ik wilde dat nog verbeteren om maar één zak te gebruiken het hele jaar rond. Vandaar de Championsmix. Later maakte ik daar de NPO‑mix bij om de duiven op te voeren na hun laatste maaltijd.

Opleren van oude duiven vind ik totaal niet nodig. Vaak gaan die één, soms twee keer naar 30 km en dan gelijk op de eerste klokvlucht. Kuurtjes voorafgaand aan het seizoen doe ik al jaren niet meer aan. Half maart ga ik naar De Weerd met mest en duiven. Mankeren ze niets, dan wordt er niets gedaan — ook niet tegen lichte tricho.

Hoe ouder je wordt, hoe gemakkelijker je lijkt te worden. Mijn aandacht gaat ook uit naar andere dingen dan alleen de duiven. Het is vooral belangrijk de duiven goed te observeren. Na enkele vluchten weet je al snel welke de beste gaan worden en wie er niet bij gaan komen, zowel bij de jongen als bij de oude. Die verwijder je beter, zodat je meer aandacht kunt steken in diegene die het wel verdienen.

Bij de Dutch Stars Top 100 op dit moment op GPS‑Auctions staat nog een bon van mij bij deel 5. Doe er uw ding mee. Aan huis wordt niets verkocht in het vliegseizoen; ik wil die aanloop niet. Vandaar ook maar enkele geschonken bonnen. Ik weet bijna nooit wie de bonnen gekocht hebben, dus neem zelf contact met me op. De kwekers zitten nog bijeen tot juli.

In de afgelopen jaren heb ik heel wat eitjes verhuisd naar Jan in Friesland — toch dik tweeënhalf tot drie uur rijden vanaf hier. Soms verse eitjes, soms een dag of tien oud, en sommige vielen onderweg zelfs uit. Toch gebeurde het zelden dat er enkele niet uitkwamen.

Ook heb ik wel eens ouders gehad die hun jongen van een paar dagen oud in de steek lieten. De jongen waren dan koud of dood. Ik plaatste ze voor de zekerheid onder een ander koppel, en vaak zag je ze weer tot leven komen.

Duiven die enkele uren van de eitjes aflopen is geen enkel probleem, tenzij het stevig vriest. Ook van kleine jongen mogen ze gerust een paar uur aflopen. Duiven kunnen veel hebben en zijn taai. Ik heb duiven half opgegeten of zwaar aangevlogen thuis zien komen. Daarom ben ik er niet flauw mee: hier staat alles open, open hok voor de jongen, en ze slenteren de hele dag rond.

Verliezen horen erbij

Natuurlijk grijpen de roofvogels ook hier jongen. Dit jaar zijn de eerste alweer ten prooi gevallen. Ze worden er alert van, en ik kan er nu eenmaal niet de hele dag bij blijven staan.

Afgelopen jaar was ik door een foute lossing de eerste vlucht gelijk zestig jongen kwijt. Moet ik dan wakker liggen van die paar jongen die ze opeten? Als ze een bewezen oude pakken, doet het me meer pijn.

Ik wacht dus nog even met het loslaten van de oude duiven tot alle jongen gespeend zijn — over een dag of tien dus. De eerste dagen blijf ik dan wel in de buurt.

De eerste nieuwe zakken Championsmix en NPO‑mix (voortaan beide 20 kg) zijn aangekomen bij Ronny van Tilburg voor productie. Daar worden de verbeterde mengelingen opgezakt en klaargemaakt voor uitlevering. In de loop van deze en volgende week worden de eerste zakken uitgerold naar de winkeliers die hun bestelling als eersten hebben geplaatst.

Sinds de volledige overdracht van de distributie van alle Embregts‑Theunis producten aan Ronny hebben wij zelf geen actueel overzicht meer van welke winkels de nieuwe zakken als eerste op voorraad zullen hebben. Wil je zeker weten of jouw lokale winkel al is beleverd, neem dan even rechtstreeks contact op met de winkelier.

Hoeven en omstreken

Met deze overgang sluiten wij ook ons eigen afhaalpunt in Hoeven. Voor liefhebbers in de buurt neemt Tuincentrum en Vogelspeciaalzaak W. Brabers deze rol vanaf aanstaande zaterdag van ons over, slechts enkele straten verderop. Vanaf dat moment ligt daar onze verbeterde mengeling op voorraad.
Adres: Achter Het Hof 84, 4741 TN Hoeven.

Let op: dit betekent dat ons eigen afhaalpunt per direct gesloten is. Morgen (woensdagmiddag) is het dus niet meer mogelijk om bij ons voer af te halen.

Afgelopen week was de Gouden Duif‑huldiging, een groot feest zoals we gewend zijn van Rik en consorten — alles perfect geregeld.

De kampioenen kregen de aandacht die ze verdienen. De verkoop van de geschonken duiven liep ook geweldig, ondanks alle perikelen in China. De geschonken duif van Willem de Bruijn, waar deze keer ook soort van mij in zat, ging voor een vermogen weg naar zijn bekende Nederlandse bijhuis. Dat kan je wel zeggen als je meer dan 80 rechtstreekse De Bruijn‑duiven bezit.

Zelf was ik al vroeg aanwezig met een goede vriend, dus de duiven moesten in de ochtend hun verzorging hebben. Een nachtje overslaan wat verduisteren of avondvoeding betreft kan nu nog perfect met deze korte dagen.

Winterjongen

De winterjongen ruien als bezetenen en er hebben er al heel wat hun eerste pen laten vallen. Bij sommigen blijft het bij die ene pen, anderen gaan vrolijk door. Zo heb ik al genoeg goede jongen gehad op amper drie à vier pennen.

Het lijkt wel alsof de duiven het verduisteren gewoon raken en dat ze evolueren wat dat betreft. Vroeger gooiden ze amper een pen, nu veel sneller — ondanks dat ze verduisterd zitten. Vroege jonge duiven die ruien of een pen gooien, zijn in ieder geval in orde.

Hokken, mestbanden en aanpassingen

Hier zitten alle oude duiven op mestbanden, zoals bij Bas Verkerk, maar hij spijkerde de bakken dicht en ging schrapen. Willem vertelde me dat hij ze destijds ook weer had opengebroken. Op mijn eigen hok merkte ik geen enkel verschil in prestaties of kweek met of zonder mestbanden.

Sterker nog: ondanks een topseizoen brak ik enkele jaren terug het hele hok af en bouwde het deels vernieuwd terug. Volgens velen was ik niet goed bij, maar ik merkte opnieuw geen prestatieverlies.

Door de mestbanden vond ik het slimmer één groot hok te creëren voor zowel doffers als duivinnen — anders had ik twee motoren nodig, wat weer extra kosten gaf. Afgelopen jaar kreeg ik de doffers niet meer goed te pakken met mijn geopereerde arm, dus heb ik in het najaar een tussenschot geplaatst. De mestband loopt wel gewoon door van het ene naar het andere hok. Ook maakte ik een gang voorlangs.

Aan beide zijden zitten 14 bakken, maar al snel merkte ik dat het te druk was. Daarom heb ik in beide hokken twee doffers verwijderd.

Bij de duivinnen konden er 55 zitten, maar ik heb het hok verkleind naar 35 zitplaatsen voor de 24 duivinnen. Inmiddels voelt alles perfect aan en de band met de duiven is beter dan in het grote hok.

Mechanische verluchting

Onlangs is er mechanische verluchting aangelegd in het kweekhok en bij de jonge duiven. Bij de jongen merkte ik afgelopen zomer een terugval tijdens het extreem warme weer. Nu kan ik de mechanische afzuiging gestuurd laten werken op die hete dagen en nachten.

Alles is een kwestie van aanvoelen, observeren en — wanneer nodig — aanpassen.

De winter lijkt uiteindelijk op zijn einde te komen. Ik hoop ook dat de vogelgriep­perikelen tot een einde komen. Een seizoenstart begin mei vind ik overigens niet erg; het is nu veel te koud voor mezelf, maar de duiven kunnen daar prima mee omgaan.

Voeding en voorbereiding

Of ik me geen zorgen maak omdat de duiven nog niet los geweest zijn, wilde iemand weten. Onze duiven eten het hele jaar dezelfde mengeling, daardoor zijn ze nooit te zwaar. Onze mengeling is vetrijk en eiwitarm, vandaar dat ik twee keer per week Prestavit erover doe.

Het voordeel van een eiwitarme mengeling is dat de duiven mooi roze van vlees blijven. Duiven die nu volop kweekvoer krijgen, hebben sneller blauwer vlees. Daarbij stapelen die overtollige eiwitten zich op en worden ze erg stram wanneer je ze voor het eerst weer loslaat — dat is mijn ervaring.

Hier vliegen de duiven vaak meteen volop wanneer ze voor het eerst loskomen, zonder spierblessures. Alleen wanneer er op ze gejaagd wordt, kan je dat wel eens hebben.

Zoals gezegd verander ik mijn systeem nooit. Dat heb ik allemaal in de loop der jaren met vallen en opstaan uitgezocht. Ze kunnen hier perfect een heel jaar door met altijd dezelfde mengeling. De jongen komen perfect op, ze ruien perfect uit en elk jaar kweek ik wel enkele toppers.

NPO‑mix en samenstelling

Of de vernieuwde NPO‑mengeling gerst bevat omdat die nu beter geschikt zou zijn om bij thuiskomst te geven, wordt me ook vaak gevraagd. Nee dus. Gerst is voor mij voer voor de varkens — wat een ander daarvan vindt, boeit me niet. Ik heb liever paddy­rijst in de plek.

De vernieuwde NPO‑mix bevat iets meer witte en rode dari en iets minder witte safloorpitten. Eigenlijk is hij nog vetrijker, maar dat hebben de duiven nodig bij thuiskomst. Met alle aanwezige vetten en de toegevoegde eiwitten uit de Prestavit herstellen ze supersnel — en dat is nodig wanneer ze elke week gespeeld worden.

Voerschema tijdens het seizoen

De verbeterde NPO‑mix heb ik dit jaar uitgetest en die bevalt me super. Ik geef die op de dag van inmanden en bij thuiskomst 100% NPO‑mix. De dag na thuiskomst 50% NPO‑mix en 50% basis. Die basis bestaat uit vier delen Championsmix en één deel NPO‑mix.

Tijdens de vluchten ga ik vanaf dinsdagavond, na de laatste maaltijd basismix, nog een keer navoeren met enkel NPO‑mix.

Winterjongen en verzorging

De winterjongen ruien op dit moment als bezetenen. Die krijgen nu elke week enkele dagen Sedochol in het water en de andere dagen Naturaline. Ze luisteren perfect: bij de laatste maaltijd moet alles op zijn, anders haal ik het weg. In de ochtend gaan ze enkele uren los en wanneer ze binnenkomen, krijgen ze volop eten dat de hele dag blijft staan.