07 mrt Alles draait om die ene super
Selectie begint bij de basis
We kunnen doen wat we willen, maar als de kwaliteit op het hok ontbreekt, wordt het niets. Vandaar dat ik mijn hele leven al hard selecteer — en dat begint bij de jonge duiven. Ook nu zijn er al enkele verwijderd die niet in de pas lopen.
Ook de oude duiven moeten in de pas lopen. Ik heb een hekel aan vechtersbazen die alles kapot vechten, en aan duiven die niet binnen willen komen. Die verwijder ik zonder naar hun prestaties te kijken.
Op het hok moet alles gesmeerd lopen. Jonge duiven die in elkaar zitten, schreeuwers of bange duiven blijven hier niet. Ook duiven die regelmatig op andere plekken binnen springen zijn aan mij niet besteed.
Kwaliteit boven kwantiteit
Onze duiven komen niets tekort. Ik houd liever wat minder duiven zodat ik ze goed kan verzorgen en ze de allerbeste voeding en bijproducten kan geven, dan dat ik alles half doe met goedkope troep.
Ik verwacht veel van onze duiven, dus is het aan mij om ze te begeleiden zodat ze niets tekortkomen — en dat gebeurt hier 365 dagen per jaar. Ook bij thuiskomst worden de duiven uitstekend verzorgd en opgevangen. Vandaar dat ik niet te veel oude duiven wil; zelfs op de allerbeste hokken draait het om een handjevol superieure duiven.
Ik ga er graag op uit als de duiven thuis zijn, maar nooit voordat alles goed verzorgd is.
Samenkweek en nieuwe kansen
Elk jaar zoek ik naar enkele nieuwe duiven die me goed aanstaan. Het liefst doe ik aan samenkweek met topduiven; daar ben ik al vaak goed mee geweest. Maar het moet klikken — zowel met de duif als met de liefhebber. Als het vertrouwen niet wederzijds is, kun je het beter niet doen.
Mijn Chinese vriend koopt elk jaar wel enkele duiven ergens aan die ik een jaar mag gebruiken als ik dat wil. Het ene jaar zijn die aankopen beter dan het andere. Afgelopen jaar was ik erg goed met twee duiven uit Ponto van Verkerk — een halfbroer en halfzus. Ik heb daar nog zomerjongen van gekweekt om het kweekhok aan te vullen voordat ze naar China gingen.
Ik had die twee ook nog even tegen elkaar gekoppeld, halfbroer maal halfzus, net voor vertrek. Ik kweekte er twee laatjes uit — zelden zulke mooie duivinnen gezien. Uiteraard wordt daar volgend jaar volop van gekweekt; bij sommige duiven zie je gewoon dat het goed gaat komen.
Laatjes kunnen goud waard zijn
Zo had ik ooit met Willem de Bruijn een jong geruild. Willem mocht hier uitzoeken uit zes jongen van het Gouden Koppel — daar zaten ook twee hele late bij. Die twee laatjes zette hij opzij; geen interesse.
Ik besloot die twee laatjes in maart met twee oude kweekdoffers in een hok te zetten. Uit de ene kweekte ik Pure Gold, tweevoudig 1e Nationaal Asduif Jong. Uit de andere kwam een jong dat bij Jan Timmermans 3e Nationaal Asduif werd.
Beide laatjes waren al toegezegd aan mijn Chinese vriend — die heeft er nu twee superkweekduivinnen aan waar hij al heel wat mee gewonnen heeft. En Willem was ook succesvol met zijn keuze.
Laatjes kunnen dus zeker, maar dan moeten het wel plaatjes zijn. En je moet ze het eerste jaar laten uitgroeien — het jaar erop herken je ze vaak niet meer terug.