Ik kan me maar weinig jaren herinneren waarin het zo zwaar was voor de duiven. De oude duiven kregen drie hittegolven te verwerken, en ook de jongen hadden het lastig in de voorbereiding — opleren tussen de hittegolven door.

Ik kan me ook niet herinneren dat ik de jongen ooit zo weinig heb opgeleerd als dit jaar. Per saldo raakte ik vroeger op de eerste vlucht ruim twintig procent kwijt, terwijl ik ze zeker dertig keer weg had gehad, vaak één voor één. Nu heb ik er heel weinig mee gereden en was ik op de eerste vlucht ook twintig procent achter.

Goede duiven bestaan niet in series

Zo sprak ik een liefhebber die maar niet begreep dat hij elk jaar zoveel duiven verspeelde — ze kwamen immers allemaal uit goede duiven.

Ik blijf erbij: duiven die alleen maar goede geven, zitten op commerciële hokken. Als een koppel vier jongen geeft, kan er één bruikbare bij zitten. Geeft datzelfde koppel er acht, dan zit er vaak nóg maar één bruikbare bij. Zo simpel is het nou eenmaal.

Ik vind van mezelf dat ik geen bal verstand heb van duiven — vandaar dat de duiven hier alle vluchten meegaan, en dat al zolang ik me kan herinneren. De mandselectie is het enige waar ik op vertrouw.

In afd. Zuidwest hebben we een mooi jongeduivenprogramma, met vanaf 15 augustus haast elke week boven de 400 km. Natuurlijk houd ik mijn hart vast wanneer we gezamenlijk los gaan, vooral bij oostenwind. Maar thuishouden voor de wind is nog nooit in me opgekomen. Alles wat er half september nog zit, kan haast blijven — die zijn geselecteerd door de mand.

Handselectie is vaak wensdenken

De nalijn‑spelers gaan in september op de hand selecteren en houden vanzelf de mooiste aan. Nou, ik kan je vertellen: de meeste zijn het aanhouden niet waard.

Selecteren is puur voorkeur: de één houdt van grote duiven, de ander van geblokte, weer een ander ziet graag een witpen of een blauwe, en sommigen denken dat de grootste druktemaker de beste zal zijn. Noem maar op.

Duiven die een geheel seizoen gevlogen hebben, onder alle omstandigheden, zijn vele malen beter gespierd — spieren die ze ontwikkeld hebben op het zware pad dat ze afgelegd hebben. Dat halen duiven waar amper mee gevlogen is nooit meer in, is mijn gedachtegang.

Jonge duiven die in januari gekweekt zijn en pas acht maanden later gespeeld worden — ik geloof er niet in.

Ook Bas Verkerk miste zijn start dit jaar met de jongen en moest de eerste vlucht laten schieten. Maar ook hij wist dat hij reuzesprongen moest maken om alsnog het reguliere jongduivenspel af te werken. Jaren speelde hij zijn jongen op de nalijn, maar dat doet hij dus nooit meer. En dat is zeker een liefhebber die weet waar hij over praat.

Breedte versus diepte

Afd. 11 heeft het allermooiste programma: de jongen gaan vanaf het begin gezamenlijk los, met concoursen van boven de 10.000 duiven. Hier lukt dat in nog geen honderd jaar — het spel is te breed om in één keer los te gaan. Tegen de tijd dat het wél kan, is de helft van de duiven al weg en begint de nalijn. Dan komt men in heel Zuidwest amper aan de 6.000 duiven.

We hadden eenmalig de kans om met de oude een groot concours te vervliegen, met een heleboel gratis prijzen en zelfs een te winnen auto — en ook dat heeft afd. Zuidwest gedwarsboomd.

Willem de Bruijn zei het me destijds nog: hoe kan het dat jullie van de beste afdeling van Nederland in een paar jaar gekelderd zijn naar de slechtste op alle gebieden?

Ik begrijp nog steeds niet hoe je alles in de breedte kunt leggen en niet in de diepte. Diegenen die dat besloten hebben, hadden beter wat meer overleg met de leden gehad.

Er zijn teveel liefhebbers die zich bezighouden met wat een ander verliest. Ik denk dan maar: wees blij dat je er vanaf bent — zelden ga je slechter spelen als er een deel verloren zijn.

Selectie door de mand

Hier gaan er 76 naar Morlincourt, 248 km voor mij, met kopwind. De duiven die erbij zullen zitten, zijn uit het goede hout gesneden. Wie het niet aankan — jammer dan.

Ook deze week zijn er nog duiven uitgeselecteerd die niet eens de training van de anderen konden bijhouden en eerder naar huis kwamen om vervolgens op het dak te gaan zitten. Dan hebben ze aan mij de verkeerde.

Ook bij Jan in Friesland zijn vele jongen verspeeld, maar ik vertelde hem al: als de goeie er nog zitten, is dat geen enkel probleem. En de aanvulling voor volgend jaar? Je kan beter alleen de bakken vullen met duiven die het verdienen, en niet in aantallen denken. Met 12 goede duiven kan je beter spelen dan met 120 slechte.

Zorgen over de verzorging onderweg

Zo had ik het gisteren al over het water geven aan de duiven. Ik spreek regelmatig met Belgen, en die waarschuwden vorig jaar al voor het vervoer met Bauwens. Schijnbaar nemen die het volgens hen niet zo nauw met de verzorging van de duiven. Aan de thuiskomst van onze jonge duiven te zien begin ik dat ook te geloven.

Ook de verluchting van de nieuwe trailers lijkt nog niet goed op orde te zijn, wat dan weer tot ornithose‑achtige klachten bij onze duiven leidt. Dat is een serieus punt om mee te nemen in de evaluatie.

Onvrede over Zuidwest

Verschillende liefhebbers uit het voormalige afdeling 5 willen alweer terug naar afd. 5, omdat volgens hen de verzorging van de duiven daar vele malen beter is. Dat ze dan het bedrag moeten terugbetalen dat ze meekregen bij de overstap naar Zuidwest — én de trailer — lijkt me vanzelfsprekend.

Het was een proefjaar, schijnbaar, dus afd. Zuidwest zal dat niet kunnen tegenhouden, vrees ik. Het wordt dus weer een spannende winter, verwacht ik.

Vierzon wordt Orléans, Vivonne blijft staan

Heel Nederland kort de Nationale Vierzon in naar Orléans, op advies van het IWB, volgens Ruud Moes. Voor mij is Vierzon 516 km, Orléans 450 km.

Onder invloed van vooral Zeeland, dat graag boven de 600 km vliegt, blijft men vasthouden aan Vivonne — voor mij 655 km. Ik neem aan dat het IWB ook hier een negatief advies voor heeft afgegeven.

In Brabant is volgens mij nauwelijks interesse voor Vivonne. Voor Orléans hadden er heel wat meer meegedaan. Ook dit is een punt dat meegenomen mag worden in de evaluatie.

Dagelijkse mineralenmix

Ik krijg ook nogal wat vragen over het mineralenmengsel dat ik dagelijks aan de vliegduiven verstrek.

Dit is de samenstelling:

  • 3 delen (900 g) uit onze Champions Mineralenemmer (zonder poeders of zaden)
  • 1 deel (100 g) snoepzaad
  • 2 eetlepels Origanum Red (soms afgewisseld met Roosvicee)
  • 1 volle maatschep Octavit
  • 1 eetlepel roze Mariën‑poeder

 

Dit meng ik goed door elkaar en zet het na de ochtendmaaltijd in het hok. Ze eten het hier erg graag. Let wel: dan doe ik geen Origanum of Octavit op het voer, want dat zit al in dit mengsel verwerkt.

Ze krijgen dit van zaterdag tot donderdag.

Het oude duivenseizoen zit er hier op. Toch denk ik dat ik nog een zestal oude rakkers, die niet goed genoeg zijn om naar de kweek te gaan, ga spelen op Vivonne. Voor de rest ligt alle focus nu op de jongen. Zaterdag staat 248 km op het programma, waarschijnlijk met kopwind.

Twijfel over drinkgelegenheid

Wat me de afgelopen weken zorgen baart: het lijkt alsof onze jongen niet op tijd op de losplaats zijn, waardoor ze geen gelegenheid krijgen om te drinken. Ik heb bijna vijftig jaar duiven, maar zelden zag ik ze zo dorstig thuiskomen als de laatste weken.

Normaal zou het zo moeten zijn dat men minimaal drie uur voor de lossing aanwezig is op de losplaats, zodat de duiven enkele uren de tijd krijgen om te drinken. Daar twijfel ik oprecht aan. Schijnbaar gaan er geen convoyeurs mee — dan zou het te verklaren zijn. Maar ik kan dat niet onderbouwen.

Jan vertelde dat er in Friesland in de trailer een apart gedeelte is waar convoyeurs kunnen slapen. Ik weet niet of dat bij ons ook zo is.

Het enige wat ik weet, is wat ik constateer: de duiven hebben niet gedronken. Hier leren ze dat vanaf het spenen; alle jongen drinken uit goten met een wand zoals in de reismand. Ze weten niet beter — maar als er geen drinken is, kunnen ze uiteraard niets drinken.

Minder duiven per mand

Ik zou een voorstander zijn om bij de jongen in de eerste vijf weken — en zeker met warm weer — niet meer dan twintig duiven per mand te stoppen. Dan kunnen ze gemakkelijker bij de drinkgoot komen. Dan maar iets meer inleg betalen; uiteindelijk houden we vanzelf meer duiven over.

Ook onderweg moet er altijd een bodempje water in de drinkgoot zitten. Doe het anders zoals bij duiven die op transport gaan naar het buitenland: leg er een langwerpige spons in, zodat het water niet uit de goten kan spatten. De duiven hebben snel door dat die spons vochtig is.

De oude duiven maakten hun laatste vlucht. In het gehele afdeling Zuidwest‑concours werd begonnen met de 4e tegen 3.356 duiven.

Volgende week staat nog Vivonne op het programma: een vlucht voor de Zeeuwse liefhebbers die zo graag boven de 600 km concoursen. Met de voorspelde noordoostenwind verwacht ik dat hier niet veel liefhebbers zullen inkorven.

Jongen op Morlincourt

Met de jongen vlogen we Morlincourt. In de vereniging won ik 1 en 2, en in Vlieggebied Geel A werd het tegen 1.542 duiven: 2‑3‑5‑8‑10‑11‑12‑13‑14‑22‑23‑24‑25, enzovoort. Die zijn wel in orde, ondanks dat er ook hier wat one‑eye‑cold gevallen rondlopen.

Vaak kan je die een kuur van een week geven en dan zijn ze er vanaf; doe je een week niets, dan zijn ze er ook vanaf. Vroeger rookte ik ze uit met Koudijs, maar met de nieuwe formule lijkt dat niet meer te werken. Ik heb enkele jaren terug zo’n nieuwe blok aangestoken — er kwam een zwarte rook af alsof ik een autoband had aangestoken. Ik kan niet geloven dat dat goed is voor duiven. Ook andere rookbommen lijken de luchtwegen te irriteren, dus daar pas ik voor.

Sterke referenties

Jan Timmermans won in Friesland 4 en 8 tegen ruim 13.000 duiven, en Heinhuis pakte de 12e met een kruising met Jan.

Dennis Koolen liet weten dat Geert Krauss in België de 1e won tegen 1.353 duiven met een kleinkind Mathieu x Golden Eye. Mathieu is een zoon van het Millennium‑koppel, en Golden Eye een dochter van het Gouden Koppel.

Kwekers in de rui

Ondanks dat we nog volop in het vliegseizoen zitten, gaan de kwekers al stevig de rui in. Hier krijgen ze nu alle dagen Origanum Red, tweemaal per week Prestavit op het voer en eenmaal de roze Mariën‑poeder. In het water gaat er afwisselend twee dagen Naturaline en twee dagen Sedochol.

Ze krijgen eenmaal per week een bad en eenmaal per dag eten: 4 delen Championsmix en 1 deel NPO‑mix. Dat hebben ze nodig om mooi in te pluimen.

Ik maak ongeveer 900 gram Champions Mineralenmix aan, gooi daar 100 gram snoepzaad bij, twee eetlepels Roosvicee of Origanum Red, een volle maatlepel Octavit en een eetlepel roze Mariën‑poeder. Dat krijgen de jongen na hun ochtendmaaltijd in een schoteltje op de vloer — en daar zijn ze razend op.

Het gaat verder worden, en de NPO‑vluchten komen binnen drie weken op hun pad. Ze moeten nu goed zijn; tijd om nog aan de duiven te sleutelen is er haast niet meer. Over zeven weken is het gedaan.

Bourges in aantocht

De Belgen vliegen volgens mij volgende week Bourges. Ook daar zijn nog heel wat jongen niet klaar voor, vooral als het zwaar wordt. Vandaar dat ook daar nu alle dagen Octavit bij de jongen gaat — de natuurlijke spierversterker.

De Bourges‑vliegers zou ik begin van de week zeker enkele dagen een combikuur tegen de luchtwegen geven. Ook een Tricho‑tablet op zaterdagavond bij thuiskomst kan geen kwaad, de week voor Bourges.

De jongen krijgen hier nu ook 1,5 uur na hun laatste voeding nog wat NPO‑mix. Staan ze nu niet rond, dan gaat dat niet gemakkelijk meer worden — zeker niet bij jongen die nog bijeen zitten en de hele dag achter elkaar lopen drijven.

Alle weken keren er nog enkele jongen terug, vaak van weken voordien. Diegene die gezworven hebben herken je meteen; een duif die binnen gezeten heeft valt niet op.

Verliezen door wind en indelingen

Zoals gezegd: geen attractievlucht uit Vierzon hier — men houdt zich strak aan het vliegprogramma. Ik ben benieuwd of men ook zo eigenwijs blijft om niet te evalueren in de vlieggebieden van het najaar.

We zijn een massa oude duiven kwijtgeraakt met de oostenwind, door al die duiven van Zeeland en de eilanden. Zijn de duiven de kustkant opgegaan, dan drinken ze vaak brak water — in combinatie met de hitte zijn er veel gesneuveld.

Het bestuur van Zeeland moet er rekening mee houden dat onze duiven meer dan 100 km uit het westen terug moeten komen met oostenwind. Ik blijf erbij:

  • Zeeland en Goeree‑Overflakkee gezamenlijk los.
  • Oude Brabant 2000 gezamenlijk los vanaf een andere losplaats, met de Hoeksche Waard erbij.

 

Anders denk ik dat het hier in het zuiden snel klaar zal zijn met de duivensport. Liefhebbers haken massaal af door al die verliezen — stof om over na te denken, en tijd om eigen principes aan de kant te zetten.

Vlieggebieden die niet kloppen

Zo zit ik in een vereniging waar ik 1e asduif kan worden en een andere liefhebber 2e asduif, maar die kan dan weer wel 1e Nationaal asduif worden — en ik niet — omdat hij punten uit een ander vlieggebied haalt.

Ik vind het nooit kunnen dat men in dezelfde vereniging speelt en toch in een ander vlieggebied. Ik kan de eerste vijf spelen in de eigen vereniging, maar degene die 6e speelt kan in Vlieggebied B de eerste winnen, terwijl ik in Vlieggebied A niet eens aan de pas kom.

Heel Nederland moet nog wennen aan al die uitslagen met allerlei kleuren hier in Zuidwest. Maak dat ook eens wat simpeler, zou ik denken.