19 okt Rust, kwaliteit en richting
Rustige periode en verjonging in de kweek
De laatste tijd heb ik toch best wat bezoekers gehad, maar nu breekt de rustigere periode aan. De kwekers zijn weer supermooi aan het worden; ik had ze vorig jaar al stevig verjongd met zomerjong doffers uit de beste lijnen.
Dit jaar is er wat samen gekweekt en zijn enkele duiven aangeschaft, maar deze gaan zo goed als allemaal naar een ander adres. Daar mogen de mooiste exemplaren worden getest. Mocht er een super boven komen drijven, dan kan hij altijd nog terug naar hier.
De sterke lijnen blijven de basis
Zo zitten er nog vijf rechtstreekse zonen uit het Millennium‑koppel die al super gekweekt hebben; hier zullen volgend jaar de meeste jongen uit komen. Het blijven nou eenmaal — samen met Blue Witbuik en de broer en halfbroer van Olympic Dragon — mijn beste kweekdoffers: duiven die het van kort kunnen, maar ook van de lange taaie vluchten.
Daarnaast heb ik diverse kinderen van Olympic Dragon naar de kweek gebracht. Enkele hebben top gevlogen als jong, en enkele zijn nog nooit in de mand geweest.
De kwekers voelen superzacht aan; de dagelijkse Origanum Red en de vetrijke Champions-/NPO‑mix zorgen daarvoor. Duiven moeten te allen tijde goed gepluimd zijn. Ik had laatst enkele topliefhebbers uit Polen op bezoek, en hen viel de mooie pluim ook direct op.
Kwaliteit boven massa
Ik speel al meer dan 30 jaar op het hoogste niveau en doe dat niet als massa‑inkorver, maar gewoon met kwaliteit. Als je die bezit, heb je geen massa nodig om je te meten met de beste. Vandaar dat de weinige jongen die ik wegdoe het bij anderen ook vaak goed doen.
Ik word vaak gemaild of gebeld om bonnen, maar dit jaar schenk ik er geen. Ik heb het een en ander meegemaakt tijdens de laatste vluchten en ben in heel wat mensen mijn vertrouwen verloren. In de vereniging zal ik wél een mooie schenking doen — zij stonden die gehele vervelende periode achter mij, vooral het bestuur. Ik werd ook belangeloos bijgestaan door iemand die ik totaal niet kende; ook die ga ik daar goed voor belonen.
Gedachten over vlieggebieden en toekomst
Wij spelen in Vlieggebied Geel, dat opgesplitst is in A en B. Bij de opsplitsing is geen kampioenschapsstelsel, en in Vlieggebied Geel wel, maar ik verwacht niet dat er een prijsuitreiking komt — ik zou eerlijk gezegd niet weten waar ze het van moeten betalen. Dus zal het bij een papieren vlieggebied blijven, verwacht ik.
Voor de nationale kampioenschapsberekening was het mijns inziens beter en eerlijker om het aantal duiven per vlucht af te knotten op het landelijk gemiddelde ingekorfde duiven dat weekend.
Mijns inziens kan afdeling Zuidwest, om alles aantrekkelijk te houden, beter werken met een Oost‑ en West‑uitslag:
- Zeeland en Goeree‑Overflakkee in West,
- het oude Brabant 2000 en de Hoekse Waard in Oost.
Daarbij aparte losplaatsen tot 400 km, en voor alle vluchten boven de 400 km de gehele afdeling Zuidwest van dezelfde losplaats. Voor de rest alle vlieggebieden ertussenuit.
Dat scheelt een boel rompslomp, de duiven hebben een eerlijkere trek, en men kan dan twee aparte avonden voor de kampioenhuldigingen houden: één voor Oost, één voor West, en een aparte voor de gehele afdeling Zuidwest. Nu ziet men op Compuclub de bomen niet door het bos met al die versnipperde uitslagen.
Althans, dat is mijn gedachtegang erover. Er zijn nog heel wat jongere liefhebbers die ook een toekomst in de duivensport willen behouden. Ik hou me in 2027 vooral bezig met het pakken van vroege duiven op de vluchten die mijn interesse hebben, en zodoende het plezier in de duivensport voor mezelf te behouden.