Dat het een zware dobber ging worden na de rotvlucht van vorige week, was wel te verwachten. Men had totaal geen zin om de vlucht in te korten. Ik denk dat we dat te danken hebben aan de gezamenlijke lossing met Zeeland, die anders een te korte afstand zouden spelen.

Maar men zou zich best eens mogen afvragen dat de duiven hier gemiddeld 60 km verder moeten, en als ze naar het westen worden gedreven zelfs meer dan 100 km. Dat maakt een wereld van verschil.

In de top 100 zaten amper tien duiven van Brabant — inclusief de winnaar op de verste afstand. Die zal vast in een goede windlaag gezeten hebben, maar dat doet aan die superprestatie niets af.

Brabant in de gevarenzone

Als we straks met de NPO‑vluchten voor de jonge duiven een oostenwind krijgen, dan vrees ik dat zo goed als heel Brabant naar de nalijn gaat. Men houdt anders geen jong over.

Het zou beter zijn als de besturen de situatie met de jongen eens serieus zouden evalueren en ingrijpen voordat het te laat is.

Of onze voorzitter het daar mee eens is of niet: we houden zo amper duiven over — en nog veel erger: leden. Beter is om de eigen principes even te laten varen en te denken in het belang van ledenbehoud.

Samenvoegen: een vergissing die duiven kost

Dat samenvoegen… ik was er ooit voorstander van, maar wat heb ik me daarin vergist. Het kost elke week heel wat duiven.

Een goede speler uit Oost‑Brabant had 12 uitgelezen duiven mee op de midfond. 1,5 uur na de prijzen pakte hij zijn eerste, een uur later zijn tweede — en daar bleef het bij. Deze kleinere liefhebbers worden de dupe van de grote professionele hokken met 100+ duiven mee, en haken zo af.

Hier is er nog één weg. In de vereniging bij verschillende hokken meerdere kwijt — reken maar weer op 10% verlies. Zelf had ik in de vereniging wel de 1e, maar daar was alles ook mee gezegd.

Adeno bij de jongen

De jongen hebben op dit moment te maken met Adeno — voor de eerste keer dit jaar. Er waren er vorige week al verschillende achtergebleven van een moeizaam verlopen opleervlucht. Dan komen er elke dag wel duiven thuis; in een groep van ruim 100 valt dat niet op. Maar ik verwachtte al een Adeno‑uitbraak, en dat bleek te kloppen.

We hebben nog tijd, maar het opleren moet een weekje opschuiven. Anders ga ik er meer verliezen dan nodig. De eerste vlucht van 20 juni ga ik niet halen, maar tellen doet het toch pas vanaf 11 juli.

Ze krijgen nu enkel NPO‑mix met Origanum Red en Champions Mineralenmix, plus een kuur met Amco tegen Adeno. Zodra de mest goed is, stop ik daar meteen mee. Zwaarder voer werkt het braken alleen maar in de hand — vandaar tijdelijk alleen NPO‑mix.

Hitteprotocol, vluchten inkorten… je hoort er de NPO niet meer over. Afgelopen weekend kende 75% van Nederland een rotvlucht, vooral in het noorden. Vele duiven arriveerden pas op zondag.

Normaal had onze NPO‑voorzitter nu moeten zeggen: pas op vrijdag inmanden, en dan het liefst een vlucht van rond de 300 km. De duiven hadden dan een extra hersteldag gehad.

Vrijdag lijkt het tropisch warm te worden, dus wat minder duiven in de mand zou zeker geen overbodige luxe zijn.

Hier verliep de snelheidsvlucht op veel plaatsen niet vlekkeloos. Schijnbaar zijn ze pas laat in de nacht vertrokken naar de losplaats. Dat de duiven dan niet meer gedronken hebben voordat ze het luchtruim ingingen, is één ding dat zeker is.

Dode lucht en stroperige jongen

De lucht is momenteel dood met deze warmte. Ik heb de jongen nog wel opgeleerd op 15 km, maar dat ging niet vanzelf — de meesten kwamen één voor één. Ze worden hier in de avond goed afgevoerd met Championsmix, dus ze kunnen tegen een stootje wanneer het misgaat.

De tijd gaat snel en we moeten zorgen dat onze jongen ingevlogen raken. Persoonlijk houd ik mijn hart vast wanneer ze voor het eerst samen met Zeeland los gaan. Ik mag hopen dat er dan geen oost in de wind zit.

Keuzes maken in een zwaar seizoen

Dit weekend staat 455 km op het programma. Ik denk dat er 24 meegaan, maar ik beslis dat morgen. La Souterraine sla ik waarschijnlijk over als het kopwind wordt. Dan kies ik voor de vitesse.

640 km in zo’n zwaar seizoen, met kopwind, betekent al snel 10 uur vliegen. Dat is meer iets voor de grotere hokken met 100 duiven of meer — die kunnen tegen een stootje.

Een vlucht met vragen

Ik mag zeker niet klagen, aangezien alle duiven thuis zijn — op heel wat plaatsen is dat anders.

Of het in de diverse luchtlagen zat, weet ik niet. De duif van Verkerk hield van Cambrai 1684 mpm aan en van Vierzon 1391 mpm. Zegt u het maar. Natuurlijk zit er een verschil van 300 km, maar zo’n terugval in meters blijft opvallend.

Hier vielen de eerste duiven redelijk, met enkele uitschieters. Daarna viel het stil. Van Issoudun had ik een mooie tijdduif; die had in het vroegere Brabant 2000 de 5e NPO gehad — en dat is gewoon goed. Nu zaten er een dikke dertig Zeeuwen voor.

Een veel te breed spelgebied

Het spel is te breed, en dat kost duiven én leden — geloof mij maar. Ik scheel met Scheele bijvoorbeeld zo’n 50 km, maar rijd ik er met de auto heen, dan moet ik toch bijna 100 km westwaarts rijden.

En dan hadden we nu eigenlijk een vitessevlucht moeten hebben tussen de dagfond in. Maar nee, men kiest liever voor 455 km, en de week erna 640 km, met dit weertype. Of dat de duivensport in leven houdt… ik weet het niet.

Kleine spelers komen in de knel

Negentig procent van de liefhebbers zijn kleinere spelers. Die moeten haast wel keuzes gaan maken: óf midfond, óf dagfond. Beide spelen lijkt alleen nog voor de grote hokken weggelegd — die kunnen tegen een stootje.

Nu hadden we 9500 duiven, maar blijft het weer zo, dan zijn er voor La Souterraine (640 km) geen 4000 duiven meer in concours. En dan hebben we het over de tweede dagfond. Voor de verste afstanden in ons speelgebied is dat overigens bijna 700 km, en dat hoort eigenlijk al in de categorie ZLU thuis.

Zaterdag begint de dagfond

De aanloop daar naartoe verliep hier weleens vlotter, maar toch gaan er 12 de korf in. Ik weet als geen ander dat het ineens de goede kant op kan kantelen wanneer ze gezond zijn. Op de vitesse gaan er 24 mee.

Ze worden goed opgevoerd met de vette NPO‑mix en krijgen elke ochtend Octavit op het voer, samen met Origanum Red. De mineralenmix krijgen ze nu dagelijks vers in een potje. Zoals gezegd zitten daar geen zaden in — ze eten het omdat ze het nodig hebben, niet omdat ze de zaden lekker vinden.

Aanpassingen in de mengeling

We kregen enkele meldingen dat er grove gele maïs in onze mengeling terecht was gekomen. Dat hebben we direct gemeld bij de producent, en sinds kort komt dat — zo is ons verzekerd — niet meer voor.

Zelf heb ik ook doorgegeven dat er iets minder sojabonen in mogen. Omdat ik 1 deel NPO‑mix meng met 4 delen Championsmix, vind ik dat er toch nog net wat te veel sojabonen in zitten.

Wijlen Willem van Peer — destijds een topspeler in St. Willebrord — was overigens een enorme fan van sojabonen. Ook wijlen Marijn van Gastel. Vandaar dat ik ze destijds in de mengeling heb verwerkt.

We blijven nu eenmaal transparant naar onze klanten. Ik vind dat ze altijd mogen weten wanneer er iets wordt aangepast en waarom. De firma Jovati van Ronny van Tilburg staat vervolgens in voor de mengeling, de kwaliteit én de verzending.

Ronny verzekerde ons dat de Embregts-Theunis mengelingen en bijproducten altijd in zijn zaak aanwezig zijn. Mocht dat niet zo zijn, dan mag men daar een klacht over indienen bij hem.

Toen wij de mengeling zelf nog in de loods verkochten, zat ik er bovenop. Van elke pallet nam ik een zak voer die ik zelf aan de duiven gaf — was er iets mis, dan zag ik dat meteen.

Nu bestel ik een paar keer per jaar een pallet voor de eigen duiven, en vertrekken er dus regelmatig batches die ik niet zelf heb gezien. Daarom: mocht er iets zijn, meld het altijd bij Ronny en maak een foto van het batchnummer onderop de zak. Ik vertrouw erop dat Ronny altijd voor de allerhoogste kwaliteit gaat, zoals we al jaren van hem gewend zijn.

Geruchten en indianenverhalen

Duivenliefhebbers staan bekend om hun indianenverhalen. De één moppert over de dari, de ander over de safloor, weer een ander over de tarwe — en ga zo maar door. Gelukkig niet alleen over onze mengelingen, maar ook over die van anderen.

Sommigen vinden het leuk om mensen, duiven of bedrijven op social media af te breken met een groepje trouwe volgers.

Zo gaat er in diezelfde geruchtenmolen rond dat Ronny met zijn Jovati 55 onze mengeling gekopieerd zou hebben. Ik zou niet weten waarom hij dat zou doen. Hij mengt en verkoopt onze mengelingen — wat is dan het nut van kopiëren? Het zou alleen zijn eigen geloofwaardigheid aantasten.

Gelukkig krijgen we heel wat positieve feedback van onze klanten, en dat doet een mens altijd goed.

Sommige spelers denken dat wanneer hun duiven niet komen, het aan de voeding ligt. Dat is natuurlijk grote onzin. Ook hier komen de duiven nog niet naar mijn zin, maar dat gaat vast omslaan. De kwaliteit is aanwezig — dat hebben ze vaak genoeg laten zien.

Heb je geen kwaliteit op je hok, dan helpt geen enkele voeding, geen enkel bijproduct en geen enkele medicatie. En dat is vaak een gevoelig onderwerp: velen onderkennen de kwaliteit van hun eigen hok niet.

Jonge duiven

De jongen krijgen vandaag hun Paratyfus‑enting met een dode entstof. Voor hen wordt de training volgende week hervat — ze zijn tot nu toe één keer weg geweest. Ze hebben hun chip om, dus ik zie meteen wat er ontbreekt.

Een lastige vlucht door een verkeerde timing

Donderdag met de middag de duiven in de mand gezet; de buurman zou ze inmanden. Daarna snel een paar dagen ertussenuit met de vrouw.

De lossing moest op zaterdag vroeg gebeuren. De eerste Belgische lossing was in Toury om 7.05 uur. Daarna bleef het een uur stil, en wij gingen eruit om 8.00 uur — en dat hebben we geweten. De duiven zijn ergens een buienfront in gevlogen en kwamen nat thuis van een concours dat veel te lang openstond.

Een veel te breed spelgebied

Dat men inmiddels wel weet dat het spel hier te breed is, hoef ik niet meer te herhalen. Aankomend weekend op de dagfond gaan we dat opnieuw meemaken. Ze gaan in het najaar evalueren, maar is dat voor velen dan niet al te laat?

Wat het lossen betreft kan men van de lossingsverantwoordelijke van Zuid‑Holland nog veel leren. Die kennen haast geen slechte lossingen — wij meerdere per jaar.

Eigen duiven: helemaal niets

Met de eigen duiven was het helemaal niets. Ze kwamen allemaal van de achterkant en uit het oosten weg. Dat ligt vermoedelijk meer aan de eigen duiven dan aan het slechte weer.

Als het gaat, weet je vaak niet waardoor het komt — en als het niet gaat, ook niet. Het seizoen is nog niet om, maar het moet een keer omslaan.

Afgelopen week was ik bij de dierenarts. De duiven mankeerden niets — althans niets wat je onder een microscoop kunt vinden. En dan heb ik het over tricho, coccidiose of wormen. Dat vermoeden had ik zelf al: zoiets zat er niet op. Duiven op zicht beoordelen kan ik zelf ook wel.

Dus de conclusie is simpel: geen conditie, en voor mijn hok en manier van duiven houden moet het gewoon wat warmer worden.

Een vreemd seizoen

Het is een raar seizoen in Vlieggebied Geel. Hokken die de ene week top spelen, draaien de week erop helemaal niets.

Ik zag het ook in andere afdelingen: de ene week winnen ze de eerste vier in de afdeling (superhok Leideman), de week erop amper 37 prijzen van 150 gezette duiven.

Een kleinere goede liefhebber uit Ouddorp maakte een knaluitslag — genoeg om 1e te worden in de NADOEN-competitie. Deze week, in hetzelfde vlieggebied, begon men bijna aan de 486e prijs. En van de 12 duiven die de week ervoor nog die knaluitslag maakten, nu 6 prijzen.

Duivensport is dit jaar moeilijk te verklaren.

Vooruitblik op de dagfond

We gaan het zien op de dagfond. Hier gaan er niet veel mee — laat ze eerst maar eens in orde komen.

Het lijkt ook ONO te worden met warm weer, dus het zal een zware dobber worden. Aan de kust zitten er dan al 100 duiven voor er hier ergens één valt, vermoed ik.

Nieuwe naam in België

De nieuwe hokverzorger van Hooymans in België — de Nederlander Gero Dijk — geeft ook gelijk zijn visitekaartje af door de 1e Provinciaal te winnen. Samen met zijn echtgenote lijkt hij daar meteen goed van start te gaan.