Ze hadden het over een noordwestenwind, maar uiteindelijk werd het meer west. We weten inmiddels wel dat de oostelijk gelegen hokken dan ver in het voordeel zijn in het grotere verband.

Hier waren er in de vereniging meer dan 900 duiven weg en begon ik met 1 en 2. In het speelgebied — waar ik de punten op de vitesse uit moet halen — waren er 1700 weg.

Indelingen die niet kloppen

Zoals ik eerder aangaf, zijn de indelingen niet goed gemaakt. In de andere speelgebieden gaan er twee keer zoveel duiven weg. En natuurlijk zaten er hier een aantal hokken in de vogelgriepcirkel, maar ik denk dat wanneer die volgende week weer meedoen, er nog steeds een groot verschil in aantallen duiven is.

Dat zou niet moeten kunnen, omdat wij dan te weinig punten kunnen halen voor de nationale kampioenschappen.

Zelf ben ik al geen voorstander van al dat gesplits. Kijk naar Afdeling Friesland bijvoorbeeld: vanaf het begin alles gelijk los en dik 18.000 duiven in concours. Hier blijft men vasthouden aan het deur‑voor‑deur‑beleid.

Verder

We maken ons op voor vlucht 2. Hier een doffer op de draad en één met vleugelproblemen, dus het kort verder in.

De jongen doen het super. Ze vliegen erg hoog en trekken met regelmaat weg. De mest is mooi in bolletjes, maar ik weet inmiddels dat het zeker nog een keer gaat veranderen in misère.

Regen op komst

Tot nu toe hadden we mooi weer, maar zoals het er nu op lijkt, is er toch regen voorspeld op de vluchtdag. En dat die regen komt, is zeker — dat voel ik vaak al dagen van tevoren aan mijn rugkwaal.

Hier gaan er veertig mee voor de eerste officiële prijsvlucht. De duiven lijken me in orde. Ik doe er verder weinig aan dan ze eenmaal daags te laten trainen. Bij thuiskomst gaat er een bruistablet C in het water, verder niets. Bij één nacht mand vind ik een ontsmettingskuur niet nodig.

Geen gedoe met luchtwegen of koppen

Ook voor de luchtwegen doe ik niets — daar is het nog niet warm genoeg voor. En voor de koppen doe ik zeker niets. De ramen staan hier het hele jaar open en de duiven trainen vanaf 8 uur in de ochtend. Ook dan is het niet warm, dus daar kunnen ze best tegen.

Luis: het eerste echte probleem

Wat wél al snel een probleem wordt zodra ze enkele keren in de mand gezeten hebben, is luis. En die luizen zijn tegenwoordig niet gemakkelijk meer te bestrijden.

Vroeger gaf ik de nekdruppels van Schroeder, maar uiteindelijk — twee in de nek en twee op het borstvlees — hielpen die niet echt meer, was mijn ervaring.

Nu geef ik sinds enkele jaren enkele druppels onder de vleugels, twee keer per jaar, met een product waar ze schijnbaar ook koeien mee behandelen. Dat werkt perfect.

Vroeger gaf ik Noury voor hoofdluis bij mensen. Ik stak een slagpen in dat flesje en smeerde het aan beide zijden onder de vleugels. De geur vergeet ik nooit meer. Het product waar ik nu mee druppel ruikt precies hetzelfde.

Simpel systeem, duidelijke selectie

Verder hou ik alles zo simpel mogelijk: elke dag dezelfde mengeling, veel frisse lucht en om de dag Naturaline in het water bij kweek- en jonge duiven. Bij de vliegers niet meer om de dag in het vliegseizoen, maar vaak op de dinsdag — soms ook op de zondag.

Over enkele weken gaan we al snel zien welke het kunnen en welke niet. Over de concurrentie kan ik simpel zijn: dat zijn vaak dezelfde hokken als het jaar ervoor.

De duiven hadden hier Bierges, 90 km. In de vereniging was het klokkentesten voor wie dat wilde.

Hier kwamen de duiven goed, alleen de eerste zes vlogen minuten rond voordat ze vielen. De volgende groep van een stuk of acht herhaalde hetzelfde kunstje.

Het zal er allemaal wel mee te maken hebben dat het te gemakkelijk ging. Ze zijn in ieder geval in orde, en de betere duiven van vorig jaar lieten zich gelijk al gelden — iets wat te verwachten is. Een mindere duif wordt namelijk zelden beter.

Nieuwe indelingen: weinig logica

Volgende week gaan ze voor prijs, al is alles wel erg onoverzichtelijk met de nieuwe indelingen. Ze hebben mij bij de meer oostelijke hokken ingedeeld, maar waarom ze daar ook het westelijk gelegen Langeweg en Zevenbergen bij hebben gezet, gaat mijn pet te boven.

Op de vitesse in de vereniging ben ik met de liefhebbers van de Langeweg, Zevenbergen en Zevenbergse Hoek dus ingedeeld bij het vroegere RCC‑speelgebied, terwijl de rest van de vereniging bij het westelijk gelegen deel zit.

Volgens mij hebben ze in de donkerte, of niet helemaal helder van geest, hier en daar wat scheidingslijnen getekend. Anders zou ik het ook niet weten. Maar goed, we doen het er maar mee; veel anders kunnen we toch niet meer.

Jonge duiven

De jongen vliegen inmiddels goed rond. Ik zou ze al op kunnen leren, maar ik wacht daar nog een maandje mee.

De eerste keer met de vereniging zit erop. We hadden gisteren een eerste opleervlucht met de nieuwe afdeling. Het weer was mooi en de duiven kwamen aardig naar huis.

De laatste kwam deze ochtend — die was vorig jaar op de eerste vlucht verloren gegaan, maar kwam in oktober terug. Normaal krijgen zulke duiven geen kans meer, maar hij komt uit een goed koppel en je kon zien dat hij binnen gezeten had.

Vrijdagavond kan hij weer mee. Gaat hij dan opnieuw overnachten, dan is het natuurlijk einde verhaal.

Vitesse als test, niet als doel

Dus het kan beginnen. Zaterdag is hier een klokvlucht in de vereniging om alles te testen.

De vitesse is hier niet het hoofddoel; de duiven zitten immers nog verduisterd tot half mei. Al is dat al jaren zo, en toch ben ik vaak overal vitesse‑kampioen.

Daarbij moet ik wel de kanttekening maken dat het in april en mei vaak oostenwind is — en dat is hier vele malen beter dan west of zuidwest.

Jongen goed voorbereid

Zoals gezegd zijn de jongen er redelijk klaar voor. Bij het spenen kregen ze hun Rota‑enting, en onlangs hebben ze hun Paramixo‑enting gehad en gelijktijdig hun enting tegen de pokken.

Die pokkenenting gebeurt hier al 37 jaar één keer in hun leven, op de borst met het kwastje — dus niet jaarlijks, zoals bij liefhebbers die in de nek vaccineren. Pokken heb ik nog nooit gehad, dus de methode zal niet verkeerd zijn.

Een viertal weken voor de eerste vlucht vaccineer ik ze nog tegen Paratyfus met een dode entstof.

Ze gaan eenmaal daags naar buiten, zoals eigenlijk alle duiven. Omdat ik ze twee uur buitensluit, blijven ze alert en slaan ze met regelmaat de lucht in. Het andere voordeel is dat ze naar binnen stormen wanneer de kleppen geopend worden.

Voer en reacties

De vernieuwde Championsmix en NPO‑mix slaan ook bij andere liefhebbers geweldig goed aan. We krijgen daar heel wat positieve reacties op.

Onnodige zorgen

Zo krijg ik nu al mails van liefhebbers die bezorgd zijn omdat hun jongen niet trainen. Moet dat nu al, als je in Nederland speelt? In België kan ik dat begrijpen — die starten over een week of zes.

Hier maak ik me daar geen enkele zorg om. Ze moeten verplicht twee uur buiten. Ik sluit ze buiten en wat ze in die twee uur doen — vliegen of niet — boeit me niets. Ik heb me daar nog nooit druk om gemaakt.

Waarom ze niet meer wegtrekken

Ze slaan in die twee uur met regelmaat op, maar wegtrekken zoals vroeger doen ze al jaren niet meer.

Dertig jaar terug gingen de duiven in het nabijgelegen St. Willebrord vaak rond dezelfde tijd los, en dan kwamen er hier duizenden over. Toen zaten daar nog meer dan 400 liefhebbers. Nu moet je goed kijken wil je daar nog een duif rond zien vliegen — met het handjevol liefhebbers dat er nog zit. Bij mij in de straat vliegen er tegenwoordig meer los dan in heel St. Willebrord.

Dus wegtrekken doen ze niet meer. Ik zie ze altijd vliegen wanneer ze los zijn. Als de duiven hoog in de lucht zitten, weet ik dat het tijd is om de opleermand tevoorschijn te halen. Duiven die hoog in de wolken vliegen zijn gezond en in conditie.

Luierikken vallen vanzelf af

Wat ik wel doe: ik jaag alle jongen buiten, hokken dicht, en ik sla er één keer met de vlag onder zodat alles de lucht in gaat. Als ze daarna gelijk terug op het hok vallen, boeit me niets. Over vijf weken start hun opleerschool en dan vallen de luierikken vanzelf af.

Dat opleren gaat in stevige stappen: 5 – 10 – 15 – 20 – 25 – 30 km. Verder rij ik niet. Ze gaan wel elke keer in groepen van vijftien los om de risico’s te spreiden.

Het seizoen komt sneller dan je denkt

Of ik de duiven morgenavond al mee heb? Wat dacht je dan.

Châteauroux, 563 km, staat 23 mei al op het programma — dat is nog maar een week of zeven. Dan moeten ze de nodige kilometers in hun vleugels hebben. Dus dit jaar gaan ze, zo goed als het kan, alle opleervluchten mee.