Vuile neuzen

In korte tijd heb ik enkele mails gekregen van liefhebbers met jongen met vuile of natte neuzen. Dat lijkt me Ornithose of Chlamydia, en volgens mij alleen op te lossen met een kuur waar Doxycycline in zit — al ben ik uiteraard geen dierenarts.

Beter is het om op zoek te gaan naar de oorzaak. Je hoort het vaker bij jongen die de kleine pluimpjes wisselen. Mijn gedachtegang: overbevolking, tocht, een vochtig hok, of het zit simpelweg in de stam.

Voor mij is zoiets onbekend. Ik heb nog nooit een jong op het hok gehad met een vuile neus. Mocht er ooit één tussen zitten, dan is hij gezien en wordt hij verwijderd. Ik selecteer mijn hele leven al keihard op gezondheid; individuele duiven met medicatie in leven houden is aan mij niet besteed.

Hard selecteren vanaf dag één

Ik hou niet van zwakte, en dat begint al wanneer ze uitkomen. Ik ring de jongen van een koppel graag dezelfde dag. Moet ik een jong een dag later ringen, dan ruim ik dat jong — zo simpel ligt dat hier.

Bij het spenen krijgen ze hun Paramyxo‑Rota‑enting. Zodra alles gespeend is, doet de dierenarts de Colombovac‑enting én de pokkenenting met het kwastje op het borstvlees. Daar moeten ze zich maar mee redden.

Een week of drie voor de eerste prijsvlucht krijgt alles nog een Paratyfus‑enting met een dood vaccin. Hier dus geen Herpes‑ of Adeno‑enting, simpelweg omdat ik daar niet in geloof.

Alle duiven, jong en oud, krijgen wel elke dag het hele jaar door Origanum Red over het voer om de weerstand te versterken — beter dan telkens preventieve kuurtjes geven tegen alles en nog wat.

Voeding: eenvoud werkt

Over voeding denk ik al dertig jaar hetzelfde. Hier gebeurt alles met één mengeling. Vandaag dit, morgen dat — ik kan niet geloven dat dat goed is voor de spijsvertering. Vandaar dat onze mengeling uit veel granen en zaden bestaat en erg vetrijk is, oftewel licht verteerbaar.

Gerst is voor mij kippen‑ of varkensvoer; er zit geen enkele toegevoegde voedingswaarde in. Dat het mengelingen “lichter” zou maken, zit tussen de oren van liefhebbers. Geef het maar volle bak en je zult zien dat de duiven aanvetten en zeker geen mooi roze borstvlees hebben. Nee, dan kies ik liever voor ongepelde rijst in een mengeling.

Wil je de duiven meer laten trainen, geef ze dan 50% Championsmix en 50% NPO‑mix, en pas het aantal grammen per dag aan naar een dikke 20 gram. Dan hangen ze vanzelf hoog in de lucht.

Zoals vóór corona zitten we opnieuw in de ban van de vogelgriep. Ik ben benieuwd wanneer er meer nieuws komt over wanneer we kunnen gaan vliegen.

De jongen zijn inmiddels weg bij de oude, en de oude trainen op dit moment al aardig. Zodra het licht op groen gaat, breng ik ze enkele keren weg en dan kan het weer beginnen.

De jongen waarmee gespeeld gaat worden zitten er bijna af. Dit jaar heb ik er zo’n vijftig minder gekweekt om mee te spelen, maar de ploeg is nog groot genoeg.

Zoals eerder gemeld is het hok van de vierde ronde afgelopen najaar afgebroken — zelfbescherming, haha.

Selectie en aanvallen

De eerste jongen zijn inmiddels gepakt en enkele verwijderd. We hebben in het buitengebied nu eenmaal wat meer jongen nodig; we moeten inspelen op de aanvallen.

Vorig jaar had ik na enkele vluchten nog een dikke zeventig jongen over om mee te spelen, en dat beviel me best. Of het er dit jaar wat minder of meer zijn, zal het voorjaar uitwijzen.

Kwalitatief zien ze er perfect uit; ze zijn geweldig goed opgekomen. Van de vliegers heb ik de beste doffers op de beste duivinnen gekoppeld en die twee keer laten leggen, zodat ik er vier jongen van heb. Hun ouders wonnen beide top‑10 in de afdeling — ik ben benieuwd.

De kwekers hadden elke 4,5 week nieuwe eitjes en er was haast niets kapot gevochten of onbevrucht.

De jongen krijgen drie keer per week Sedochol nu ze in de rui van de kleine veertjes zitten; de rest van de dagen Naturaline met extra look in het water.

Ook de oude krijgen nu tien dagen Naturaline om de boel in orde te zetten na de kweek.

Thuis afslaan

Verder ben ik druk bezig met het uitzoeken hoe ik thuis kan afslaan met de Benzing M3. De abonnementskosten zijn €93 voor twee jaar. Nu nog even uitpluizen wat er in de vereniging geregeld moet worden — we moeten immers met de tijd mee.

Ik kan dan van huis uit afslaan en hoef niet per se naar het lokaal als het me niet uitkomt. In mijn omgeving woont verder niemand die alle vluchten vliegt en eventueel mijn klok kan meenemen, dus thuis afslaan zou ideaal zijn.

Voeding en opleren

De jonge duiven krijgen nu de basismengeling: vier zakken Championsmix gemengd met één zak vernieuwde NPO‑mix. Daar neem ik vier delen van, en daar doe ik nog één deel oude NPO‑mix bij — ik had er nog een stuk of twaalf zakken van liggen.

De mengeling is dus iets lichter op dit moment, en dat is aan de jongen te merken. Waar ze anders rondslenteren, vliegen ze nu stevig rond ondanks de lichtere mengeling. Nodig is dat nog lang niet; het duurt nog een eeuwigheid voordat we met de jongen op pad gaan. Vroeger was dat vanaf half tot eind april, nu een dikke maand later.

Ik ben er inmiddels wel achter dat slimheid aangeboren is en dat we dat niet kunnen aanleren door ze veelvuldig weg te brengen. We bereiken er alleen maar conditieopbouw mee — en dat wil ik niet te vroeg hebben. Het gaat mij immers om de NPO‑vluchten. Dingen die onnodige energie en tijd kosten of geen toegevoegde waarde hebben, doe ik niet meer.

Op GPS staat de laatste geschonken bon van het jaar, en die loopt deze week af. Doe er uw ding mee, zou ik zeggen.

Selectie begint bij de basis

We kunnen doen wat we willen, maar als de kwaliteit op het hok ontbreekt, wordt het niets. Vandaar dat ik mijn hele leven al hard selecteer — en dat begint bij de jonge duiven. Ook nu zijn er al enkele verwijderd die niet in de pas lopen.

Ook de oude duiven moeten in de pas lopen. Ik heb een hekel aan vechtersbazen die alles kapot vechten, en aan duiven die niet binnen willen komen. Die verwijder ik zonder naar hun prestaties te kijken.

Op het hok moet alles gesmeerd lopen. Jonge duiven die in elkaar zitten, schreeuwers of bange duiven blijven hier niet. Ook duiven die regelmatig op andere plekken binnen springen zijn aan mij niet besteed.

Kwaliteit boven kwantiteit

Onze duiven komen niets tekort. Ik houd liever wat minder duiven zodat ik ze goed kan verzorgen en ze de allerbeste voeding en bijproducten kan geven, dan dat ik alles half doe met goedkope troep.

Ik verwacht veel van onze duiven, dus is het aan mij om ze te begeleiden zodat ze niets tekortkomen — en dat gebeurt hier 365 dagen per jaar. Ook bij thuiskomst worden de duiven uitstekend verzorgd en opgevangen. Vandaar dat ik niet te veel oude duiven wil; zelfs op de allerbeste hokken draait het om een handjevol superieure duiven.

Ik ga er graag op uit als de duiven thuis zijn, maar nooit voordat alles goed verzorgd is.

Samenkweek en nieuwe kansen

Elk jaar zoek ik naar enkele nieuwe duiven die me goed aanstaan. Het liefst doe ik aan samenkweek met topduiven; daar ben ik al vaak goed mee geweest. Maar het moet klikken — zowel met de duif als met de liefhebber. Als het vertrouwen niet wederzijds is, kun je het beter niet doen.

Mijn Chinese vriend koopt elk jaar wel enkele duiven ergens aan die ik een jaar mag gebruiken als ik dat wil. Het ene jaar zijn die aankopen beter dan het andere. Afgelopen jaar was ik erg goed met twee duiven uit Ponto van Verkerk — een halfbroer en halfzus. Ik heb daar nog zomerjongen van gekweekt om het kweekhok aan te vullen voordat ze naar China gingen.

Ik had die twee ook nog even tegen elkaar gekoppeld, halfbroer maal halfzus, net voor vertrek. Ik kweekte er twee laatjes uit — zelden zulke mooie duivinnen gezien. Uiteraard wordt daar volgend jaar volop van gekweekt; bij sommige duiven zie je gewoon dat het goed gaat komen.

Laatjes kunnen goud waard zijn

Zo had ik ooit met Willem de Bruijn een jong geruild. Willem mocht hier uitzoeken uit zes jongen van het Gouden Koppel — daar zaten ook twee hele late bij. Die twee laatjes zette hij opzij; geen interesse.

Ik besloot die twee laatjes in maart met twee oude kweekdoffers in een hok te zetten. Uit de ene kweekte ik Pure Gold, tweevoudig 1e Nationaal Asduif Jong. Uit de andere kwam een jong dat bij Jan Timmermans 3e Nationaal Asduif werd.

Beide laatjes waren al toegezegd aan mijn Chinese vriend — die heeft er nu twee superkweekduivinnen aan waar hij al heel wat mee gewonnen heeft. En Willem was ook succesvol met zijn keuze.

Laatjes kunnen dus zeker, maar dan moeten het wel plaatjes zijn. En je moet ze het eerste jaar laten uitgroeien — het jaar erop herken je ze vaak niet meer terug.

Jammer dat we nog met de vogelgriep zitten; met dit mooie voorjaarsweer zou je zo willen beginnen aan het nieuwe seizoen.

De jongen vliegen inmiddels al goed rond en ook de oude duiven voeren de training al op. Die vliegen hier nog vrijwillig zolang ze zelf willen.

Een bezoek aan Roodhooft

Deze week ben ik nog op bezoek geweest bij Oliver Sabol op de hokken van André Roodhooft, die inmiddels zijn aangekocht door de familie Eijerkamp.

Roodhooft was zijn tijd ver vooruit: de hokken waren dertig jaar geleden al voorzien van mestbanden, afzuiging, rolluiken en alle gemakken van dien. Ook de kwekers waren gemakkelijk van buitenaf te verzorgen, met een volledig gaasfront.

Ik had verschillende duiven in handen — alles was blijven zitten — en de kwaliteit is erg hoog. Ik verwacht dan ook dat Oliver dit jaar zeker de Belgische top gaat bestijgen; dat heeft hij wel in zijn vingers. En het is een prachtlocatie om te wonen, midden in de weilanden.

Nederland en België: toekomst van de sport

Voor Nederland zou het mooi geweest zijn als we in België mee hadden kunnen spelen. Ik zit zelf amper 35 km van de locatie van Roodhooft; ik rij er in 45 minuten heen.

De duivensport krimpt nu eenmaal in zowel Nederland als België. Binnen nu en vijf jaar zal men misschien toch de handen ineen moeten slaan.

Nieuwe mengeling en distributie

De vernieuwde mengeling in de nieuwe zakken vindt inmiddels zijn weg in de winkels. We hebben alles uit handen gegeven aan Ronny van Tilburg, die de verzendingen netjes afwerkt. Ronny bepaalt de prijs voor de nieuwe zakken en producten.

Volgende week worden er nieuwe productfoto’s gemaakt, zodat wijzelf en alle winkeliers hun websites en webshops kunnen bijwerken. Ook zullen wij onze productpagina’s nog updaten en staat er al een actueel voedingsschema op onze website. Deze vind je via deze link.

Voor klanten buiten Nederland en België wordt het alleen maar gemakkelijker nu Ronny de verzendingen doet. Met zijn eigen voeders zit hij al op veel plekken wereldwijd, en die klanten kunnen nu dus ook gemakkelijk de Embregts‑Theunis‑producten mee laten komen.

We weten dat onze mengelingen ook gretig aftrek hebben in bijvoorbeeld Italië, Polen en Ierland. Ook voor Wales, Engeland en Duitsland wordt het nu een stuk eenvoudiger om eraan te geraken.

Bron foto: Facebook Vogelspeciaalzaak W Brabers/123vogelproducten.nl

Beurs en drukte op het hok

De beurs is weer achter de rug. Ik ben dit jaar niet geweest; ik krijg steeds vaker dat déjà-vugevoel zodra ik binnenkom. Ik ben ook niet zo’n sociaal dier dat om aandacht verlegen zit van Jan en alleman, en eerlijk gezegd heb ik het met dit mooie weer veel te druk met de duiven.

Zoals gezegd is het een drukke bende. De vliegers zitten met grote jongen én jongen van veertien dagen (de verlegde koppels). Ze zijn inmiddels al even buiten geweest om over te wennen naar het hok vanwaar ze dit jaar vliegen. Lang vliegen is er nog niet bij, en dat hoeft ook niet. Met dit weer zitten ze zo in conditie, terwijl het vliegseizoen pas over zes weken losbarst.

De kwekers zijn ondertussen nog volop bezig met het opkweken van jongen. Er zitten al een dikke negentig jongen af en die komen al buiten. Om alles te voorzien van hun natje en droogje en alles schoon te maken, ben je toch even zoet.

Gemak dient de mens

Door de jaren heen ben ik gemakkelijker geworden, mede door die vervelende rugkwaal waar ik niet meer vanaf raak. Vroeger stopte ik de jongen regelmatig in de mand om ze aan de mandstress te laten wennen, en hing ik daar water aan zodat ze leren drinken. Dat is inmiddels verleden tijd; ik steek daar geen moeite meer in.

Tegenwoordig handel ik meer zoals in de jaren ’90. Toen deed ik dat nooit door tijdgebrek, en de duiven kwamen er zeker niet slechter door. Je kunt de jongen drie dagen in de mand zetten met een drinkgoot eraan; laat je ze eruit, dan snelt 95% naar de drinkpan omdat ze in de mand niet gedronken hebben.

Mijn redenering was altijd: als ze een ander zien drinken, moeten ze dat zelf ook maar doen. In het hok is het immers niet anders. Ik stop er nooit eentje in de drinkgoot en nog nooit is er een omgekomen van de dorst. Wel ben ik voorstander van minder jongen in de mand bij warm weer, en de eerste keer twee nachten mand zodat iedereen bij de drinkgoot kan komen. Dan maar wat meer vrachtgeld betalen.

Selectie en oude gewoontes

Vroeger startte ik met achttien weduwnaars. Na zes vluchten had ik er al twaalf verwijderd — niet goed genoeg. Ik speelde toen uitsluitend vitesse en midfond.

Heel wat oudere liefhebbers begrepen mijn strategie niet; volgens hen was de sfeer uit het hok. Toch klokte ik vaak alle zes aanwezige duiven ruim één op honderd in de prijzen, tegen toen nog wekelijks meer dan 6000 duiven. Die stonden uiteraard bomvol ingezet. Het aantal tv’s dat ik elk jaar won was zo groot dat ik er meerdere weggaf. Met het gewonnen poulgeld werden na het seizoen altijd duiven aangeschaft om nog beter te worden. Aankomen waaien is het hier nooit geweest.

Zo kiemde ik vroeger granen, totdat ik inzag dat het allemaal lariekoek was. Het opleren van de jonge duiven gebeurde vroeger door tijdgebrek pas enkele weken voor de eerste vlucht. Vaak in de middag, als de aardbeien geoogst waren. Dat het dan vaak boven de 25 graden was, deerde de duiven niets.

Ik had — en heb — een hekel aan duiven die in de avond vliegen. Je ziet dan amper een vogel in de lucht; het is onnatuurlijk.

Voer, opleren en eenvoud

Met het voer had ik het al snel bekeken. Vandaag dit, morgen dat — dat was niets voor mij. Ik gebruikte al snel de twee zakken van Teurlings: de AS‑mengeling voor jong en oud.

Ik wilde dat nog verbeteren om maar één zak te gebruiken het hele jaar rond. Vandaar de Championsmix. Later maakte ik daar de NPO‑mix bij om de duiven op te voeren na hun laatste maaltijd.

Opleren van oude duiven vind ik totaal niet nodig. Vaak gaan die één, soms twee keer naar 30 km en dan gelijk op de eerste klokvlucht. Kuurtjes voorafgaand aan het seizoen doe ik al jaren niet meer aan. Half maart ga ik naar De Weerd met mest en duiven. Mankeren ze niets, dan wordt er niets gedaan — ook niet tegen lichte tricho.

Hoe ouder je wordt, hoe gemakkelijker je lijkt te worden. Mijn aandacht gaat ook uit naar andere dingen dan alleen de duiven. Het is vooral belangrijk de duiven goed te observeren. Na enkele vluchten weet je al snel welke de beste gaan worden en wie er niet bij gaan komen, zowel bij de jongen als bij de oude. Die verwijder je beter, zodat je meer aandacht kunt steken in diegene die het wel verdienen.

Bij de Dutch Stars Top 100 op dit moment op GPS‑Auctions staat nog een bon van mij bij deel 5. Doe er uw ding mee. Aan huis wordt niets verkocht in het vliegseizoen; ik wil die aanloop niet. Vandaar ook maar enkele geschonken bonnen. Ik weet bijna nooit wie de bonnen gekocht hebben, dus neem zelf contact met me op. De kwekers zitten nog bijeen tot juli.