02 mrt Zin of onzin?
Beurs en drukte op het hok
De beurs is weer achter de rug. Ik ben dit jaar niet geweest; ik krijg steeds vaker dat déjà-vugevoel zodra ik binnenkom. Ik ben ook niet zo’n sociaal dier dat om aandacht verlegen zit van Jan en alleman, en eerlijk gezegd heb ik het met dit mooie weer veel te druk met de duiven.
Zoals gezegd is het een drukke bende. De vliegers zitten met grote jongen én jongen van veertien dagen (de verlegde koppels). Ze zijn inmiddels al even buiten geweest om over te wennen naar het hok vanwaar ze dit jaar vliegen. Lang vliegen is er nog niet bij, en dat hoeft ook niet. Met dit weer zitten ze zo in conditie, terwijl het vliegseizoen pas over zes weken losbarst.
De kwekers zijn ondertussen nog volop bezig met het opkweken van jongen. Er zitten al een dikke negentig jongen af en die komen al buiten. Om alles te voorzien van hun natje en droogje en alles schoon te maken, ben je toch even zoet.
Gemak dient de mens
Door de jaren heen ben ik gemakkelijker geworden, mede door die vervelende rugkwaal waar ik niet meer vanaf raak. Vroeger stopte ik de jongen regelmatig in de mand om ze aan de mandstress te laten wennen, en hing ik daar water aan zodat ze leren drinken. Dat is inmiddels verleden tijd; ik steek daar geen moeite meer in.
Tegenwoordig handel ik meer zoals in de jaren ’90. Toen deed ik dat nooit door tijdgebrek, en de duiven kwamen er zeker niet slechter door. Je kunt de jongen drie dagen in de mand zetten met een drinkgoot eraan; laat je ze eruit, dan snelt 95% naar de drinkpan omdat ze in de mand niet gedronken hebben.
Mijn redenering was altijd: als ze een ander zien drinken, moeten ze dat zelf ook maar doen. In het hok is het immers niet anders. Ik stop er nooit eentje in de drinkgoot en nog nooit is er een omgekomen van de dorst. Wel ben ik voorstander van minder jongen in de mand bij warm weer, en de eerste keer twee nachten mand zodat iedereen bij de drinkgoot kan komen. Dan maar wat meer vrachtgeld betalen.
Selectie en oude gewoontes
Vroeger startte ik met achttien weduwnaars. Na zes vluchten had ik er al twaalf verwijderd — niet goed genoeg. Ik speelde toen uitsluitend vitesse en midfond.
Heel wat oudere liefhebbers begrepen mijn strategie niet; volgens hen was de sfeer uit het hok. Toch klokte ik vaak alle zes aanwezige duiven ruim één op honderd in de prijzen, tegen toen nog wekelijks meer dan 6000 duiven. Die stonden uiteraard bomvol ingezet. Het aantal tv’s dat ik elk jaar won was zo groot dat ik er meerdere weggaf. Met het gewonnen poulgeld werden na het seizoen altijd duiven aangeschaft om nog beter te worden. Aankomen waaien is het hier nooit geweest.
Zo kiemde ik vroeger granen, totdat ik inzag dat het allemaal lariekoek was. Het opleren van de jonge duiven gebeurde vroeger door tijdgebrek pas enkele weken voor de eerste vlucht. Vaak in de middag, als de aardbeien geoogst waren. Dat het dan vaak boven de 25 graden was, deerde de duiven niets.
Ik had — en heb — een hekel aan duiven die in de avond vliegen. Je ziet dan amper een vogel in de lucht; het is onnatuurlijk.
Voer, opleren en eenvoud
Met het voer had ik het al snel bekeken. Vandaag dit, morgen dat — dat was niets voor mij. Ik gebruikte al snel de twee zakken van Teurlings: de AS‑mengeling voor jong en oud.
Ik wilde dat nog verbeteren om maar één zak te gebruiken het hele jaar rond. Vandaar de Championsmix. Later maakte ik daar de NPO‑mix bij om de duiven op te voeren na hun laatste maaltijd.
Opleren van oude duiven vind ik totaal niet nodig. Vaak gaan die één, soms twee keer naar 30 km en dan gelijk op de eerste klokvlucht. Kuurtjes voorafgaand aan het seizoen doe ik al jaren niet meer aan. Half maart ga ik naar De Weerd met mest en duiven. Mankeren ze niets, dan wordt er niets gedaan — ook niet tegen lichte tricho.
Hoe ouder je wordt, hoe gemakkelijker je lijkt te worden. Mijn aandacht gaat ook uit naar andere dingen dan alleen de duiven. Het is vooral belangrijk de duiven goed te observeren. Na enkele vluchten weet je al snel welke de beste gaan worden en wie er niet bij gaan komen, zowel bij de jongen als bij de oude. Die verwijder je beter, zodat je meer aandacht kunt steken in diegene die het wel verdienen.
Bij de Dutch Stars Top 100 op dit moment op GPS‑Auctions staat nog een bon van mij bij deel 5. Doe er uw ding mee. Aan huis wordt niets verkocht in het vliegseizoen; ik wil die aanloop niet. Vandaar ook maar enkele geschonken bonnen. Ik weet bijna nooit wie de bonnen gekocht hebben, dus neem zelf contact met me op. De kwekers zitten nog bijeen tot juli.