Het lijkt alsof er een nieuwe generatie toppers is opgestaan die op de hoogste podia het verschil maken. Vorig jaar heb ik een hoop zomerjongen van het Millennium koppel en Super Rossi naar de kweek gebracht en hun nazaten maakten al gelijk het verschil.

De 19/883 werd 3e nationaal Asduif bij Jan en komt uit een zoon van het Millennium koppel. De 19/009 werd 4e nationaal Asduif bij Jan en komt uit een zoon van het Millennium koppel x Golden Ace (dochter van Super Rossi).

De 19/008 werd 5e Asduif WHZB, won tweemaal teletekst en is de nestligger van 19/009. De 19/888 werd 6e nationaal Asduif bij Jan en is een kleindochter van Super Rossi. De 19/937 werd 8e nationaal Asduif bij Jan en komt uit een zoon van het Millennium koppel.

Verder won Jan nog de 1e NPO met een kleindochter van Super Rossi en een 1e provinciaal met een kleinzoon van Witbuik. Hier dus een 1e provinciaal met een dochter van Super Rossi.

Zelf werd ik 5e beste liefhebber WHZB, dan moet je dus op de vitesse, midfond, dagfond en jonge duiven je beste beentje voorzetten. En dan heb ik het nog niet over de 1e provinciale hokkampioenschappen in Friesland en Brabant.

Het gekke is dat dit al de vijfde generatie duiven is uit de oude Witbuik van 1997 en Dragon Rocket van 1999, die begin 2000 zo hard uithaalde op de teletekstvluchten met de jonge duiven. Twintig jaar later maken ze dus nog steeds het verschil, enigszins opgefrist met vers bloed van andere topduiven.

Een simpele begeleiding

De begeleiding is zo simpel mogelijk. Mijn duiven eten al meer dan 20 jaar Championsmix met de laatste jaren de vetrijke NPO-mix. De darmen worden om de dag aangezuurd met het goedkope Naturaline waar ik nog knoflook aan toevoeg. Verder om de dag een greepje Allerlei en alles zoveel mogelijk open voor verse lucht.

Dit verkondig ik al jaren en is voor iedereen te doen. Waarom de duivensport onnodig duur maken met allerlei toevoegingen? Het draait immers om de kwaliteit van de duiven. Dat is bij mij, maar ook bij andere hokken die al jaren aan de top meedraaien.

Medicatie is ideaal als het mis lijkt te gaan, maar nogmaals: bezoek eens per zes weken (of na enkele slechte vluchten) een dierenarts die gespecialiseerd is in duiven. Mankeren ze niets, dan is overal van afblijven het beste en komt het vaak vanzelf op gang.

Het is buiten vies en grauw en daar heb ik weinig mee. Overwinteren lijkt misschien een betere optie, maar dan moet je natuurlijk geen duiven hebben.

In deze tijd van het jaar staan alle hokken wagenwijd open en circuleert er dus verse lucht door de hokken. De duiven wennen hier snel aan.

Als ik enkele dagen van huis ben, blijven de hokken dicht. Door alle pluimen lijkt het dan alsof het gesneeuwd heeft in het hok. Verwarm je de hokken, dan ruien ze nóg harder. Toch kies ik liever voor de koude optie. Een rustige rui vind ik belangrijker dan een rui waarbij de duiven volledig kaal in het hok zitten.

De verduisterde jongen gooien er ook stevig op los, maar die hoeven pas eind januari klaar te zijn. De kweekduiven hebben het ergste achter de rug en de niet-verduisterde jongen hebben hun nieuwe verenpak al aan.

Bezoekjes

De tijd van huldigingen is ook aangebroken, maar omdat ik er in de wintermaanden wel eens op uit trek, ben ik bij weinig prijsuitreikingen aanwezig. Een hele avond op een houten stoel zitten is ook niet echt bevorderlijk voor mijn rug.

Wel bezoek ik in de wintermaanden enkele hokken om mezelf te versterken. Tijdens die bezoeken heb ik al snel door of ik daar versterking kan vinden of niet. Er moet een klik zijn met de duiven en de liefhebber, anders wordt het niets.

Zo was ik recentelijk bij Dirk van Dyck, één van de sympathiekste Belgen die ik ken. Dirk is al heel wat jaren aan het tobben met fysieke problemen, maar presteert desondanks ieder jaar uitstekend.

Ook heb ik hokken bezocht waar massa‚Äôs geld gevraagd werd door kinderen die de financi√ęle kant van de hobby van vaderlief regelden. Bij zulke hokken haak ik natuurlijk snel af.

Ik wil best geld uitgeven, maar dan moet ik wel overtuigd zijn van wat ik koop. Zo vind ik dat de liefhebber ook achter zijn koopwaar moet staan, of het nu verkocht of weggegeven wordt. Als je zulke duiven zelf in de kookpot zou doen, moet je ze ook niet weggeven of verkopen, vind ik.

Duiven die openstaan alsof ze hun eerste ei moeten leggen, behoren in de slachtmand. Ook als ze uit je beste koppel komen. Je mag zulke duiven niet weggeven en al helemaal niet verkopen.

Zo kweek ik ieder jaar wel een ronde duiven voor eigen aanvulling, bonnen of die weggaan, maar 10% verwijder ik op voorhand. Dit zijn duiven waar ik niets in zie, die gebreken hebben of zich niet gezond kunnen houden in open rennen.

Het is al moeilijk genoeg om enkele goede te kweken, dus kan je maar beter achter je duiven staan die je verkoopt of weggeeft, toch zeker wat hun bouw betreft.

Zo komen hier al jaren dezelfde mensen uit binnen- en buitenland. Het ene jaar zijn ze er goed mee, het andere jaar niet. Adam Thomas uit Wales bijvoorbeeld heeft overal duiven gehaald, maar elk jaar haalt hij er hier één of twee. Ook dit jaar weer en dat hij er goed mee is, laat zich raden.

Opvallend is de jonge leeftijd van die mensen, vaak amper in de 30. Zo krijg ik nog een Fransman op bezoek die net 30 is, terwijl hier de liefhebbers onder de 30 met een vergrootglas gezocht moeten worden. Ik denk dan aan de Gebr. Homma, de Gebr. Dekker, Huijsmans, Bals etc., die op eigen kracht en zonder hulp van ouderen of ouders aan de top zijn geraakt.

Topjaren

De jaren als duivenmelker gaan snel, vooral als je fanatiek bent en ieder jaar aan de top wilt staan. Voor hen is het 365 dagen per jaar topsport. De vluchten zijn net voorbij en je bent alweer bezig met het nieuwe jaar en de verbeteringen naar aanleiding van afgelopen jaar.

Zo herinner ik me 2002 als √©√©n van de topjaren, toen ik zelf amper 35 was en op √©√©n na alle trofee√ęn bij de Gouden Cracks jong won in een veel zwaardere competitie als nu. Ook tegen jonge duivenspecialisten destijds als Ludo Claessens.

Soms heb je van die jaren als 2002. Ook 2006, 2012, 2015 en 2017 staan me bij. Ik kweekte in die jaren de ene na de andere topper. Waren de kweekduiven toen in topvorm of was het (deels) geluk? Ik zou het niet weten.

Er zijn jaren waarin je een mand vol toppers kweekt en jaren dat er niet één fatsoenlijke duif uit dezelfde ouders komt die het jaar daarvoor wel goede gaven. Heeft dit dan met de stand van de maan te maken? Ik geloof het niet. De kweekduiven in topvorm? Hmm, ik betwijfel het.

In de genoemde topjaren ging er in de kweekperiode ook van alles mis. Eitjes kapot, onbevrucht of een week verschil tussen het leggen van de koppels. Ik weet het echt niet. Geloof me, anders zou ik er wel op inspelen.

Wat ik wel weet, is dat het belangrijk is om het kweekhok jaarlijks te verjongen en goed te blijven selecteren. Duiven die in het verleden super gepresteerd of verschillende goede gegeven hebben, maar dat al enkele jaren niet meer doen, kan je beter verwijderen.

Wat dat aangaat ben ik blij dat ik elk jaar één of twee rondes eieren naar Friesland breng en die test op de hokken van Jan. Vaak zit daar uit een bepaald koppel een topper, terwijl er datzelfde jaar hier niets van zit. Dit is ook wel eens andersom natuurlijk.

Dit jaar hebben we een superkoppel ontdekt dat in Friesland twee toppers gaf en bij mij drie. Of dat volgend jaar weer het geval is, moeten we maar weer afwachten.

Schijnbaar zijn de meeste secties voor keuze #4 is mij medegedeeld. Maar zoals ik eerder aangaf, maakt het mij niet veel uit. Ik houd niet meer duiven dan ik aan kan en dat adviseer ik iedereen. Als je moet opzoeken waar een duif uit komt, dan heb je er teveel.

Ik ben nooit een liefhebber geweest van veel oude vliegduiven. Jonge wel. Die hield ik maar een half jaar, daarna was er maar een klein gedeelte over om aan te vullen.

De aantallen duiven zijn wel nodig om de boel te bekostigen en dan heb ik het niet alleen over die vier of vijf professionele spelers die er zijn. Wat denk je van vervoer, gespecialiseerde duivenartsen, voerboeren… Er hangt natuurlijk best wat af van veel of weinig duiven.

In de winter beoefen ik de duivensport op de eenvoudigste manier die je kan bedenken. De duiven krijgen eenmaal per dag eten en drinken en schoonmaken doe ik eenmaal per week. Nu de rui op zijn hevigst is, blijven ze binnen. Over enkele weken gaan ze er gewoon weer uit.

Geen grote verbouwingen aan de hokken, bij de vliegduiven worden alleen zes woonbakken verwijderd. Daar kunnen nog maar 24 koppels zitten, al breng ik dit misschien nog terug naar twintig afhankelijk van de inkorfbeperking. Zoals ik eerder aangaf, houd ik geen trainingsduiven en voedsterduiven meer aan.

Bij de kweekduiven wordt alles verhoogd om mijn rug te ontlasten, dus geen drink- en voerbakken meer op de grond. Het strijdplan: 24 kweekkoppels en zes koppels zomerjongen brengen drie rondes groot om mee te spelen.

Ook bij de jonge duiven komt er een inkorfbeperking. Ik moet ze dus goed aan de tand voelen en streng selecteren voordat de prijsvluchten beginnen. Nogmaals: trainingsduiven houd ik niet.

De paratyfuskuur en enting zijn achter de rug. Volgende week geef ik alle duiven een geeltablet en een luisdruppel. Over enkele weken pak ik ze nog eens voor de PMV-enting. Over de pokkenenting bij de kwekers moet ik nog nadenken. Als ik die ent, is het met de naald in plaats van de borstel.

Verder om de dag Sedochol of Naturaline met look en dagelijks 80% Championsmix en 20% NPO-mix. Hoe gemakkelijk kan het zijn. In de duivensport draait het om een vast stramien. Wie zich daar aan houdt, speelt het best. Wie luistert naar Jan en alleman, blijft altijd zoekende. Zo simpel is het.

Uiteindelijk voert de kwaliteit van de duiven de boventoon en slechts deels de kunsten van de liefhebber. Ik heb teveel hokken gezien waar de liefhebber een prutser was, maar waar wel een goede duif zat die het wel deed en de rest van het hok niet. Vandaar dat de kwaliteit van de duiven het belangrijkst is.

Lichte Super Rossi is verhuisd naar het kweekhok. Ik vermoed dat hij één van mijn beste kwekers wordt samen met zijn zus Golden Ace, die dit jaar al enkele toppers schonk zoals de 4e nationale Asduif en een machtige duivin die tweemaal teletekst won. Miracle Rocket (zoon van Fast Rocket) gaat ook naar de kweek. Hij won zelf teletekst en een dochter van hem heeft reeds ook teletekst gewonnen.

Verder weinig vreemde aanwas dit jaar. Ik heb enkele prachtige samenkwekers uit Olympic Millennium x Murphy’s Law van Willem de Bruijn en een prachtexemplaar uit Olympic Millennium x de fameuze 13 van Herman Bevers. Ook lopen er nog vier zomerjongen 2019 uit het Olympiade koppel en twee uit Super Rossi x Argentina voor de kweek.

Medisch en bijproducten

Als ik iets medisch niet vertrouw, ga ik te rade bij Jan van Wanrooij bij Belgica de Weerd. Hoe minder hij mij ziet, des te beter het dus gaat.

Ik heb dit jaar wat nieuwe bijproducten en oliepillen getest, maar zoals ik al vermoedde gaven ze geen verslechtering maar ook geen verbetering. Testen doe ik altijd met de helft van de duiven op meerdere vluchten, zodat ik een goede conclusie kan trekken.

Ik geloof steeds minder in voedingssupplementen. Ze zullen vast niet slecht zijn, maar goede duiven en een goede voeding zijn het belangrijkst. Ik blijf wel oregano olie gebruiken. Ik geef dit samen met de poeder van Mari√ęn over de Allerlei in plaats van over het voer. Het lijkt alsof ze een stuk minder eten in het vliegseizoen als er iets over het voer geplakt zit.

Wij zitten al in rustmodus, maar er wordt nog ieder weekend gespeeld. In Nederland de taartvluchten vanaf Afdeling 5 tot 11 en in Belgi√ę de Ronde van Belgi√ę. Aan de wekelijkse deelname te zien, is hier best wat interesse voor.

Hier was afgelopen week een taartvluchtspeler die van de 80 duiven 35 jongen verspeelde, nadat ze al enkele keren mee waren geweest op de taartvluchten. Dat er na augustus geen duiven verspeeld worden, is dus echt een fabeltje.

Het is overigens jammer dat wij dit soort vluchten niet kennen. Ideaal om late jongen of overnachtjongen wegwijs te maken.

Ik ben benieuwd hoe de inkorfbeperking vorm krijgt. Mij maakt het niet zoveel uit, al kan ik me niet echt vinden in ringnummers voor de vlucht doorgeven. Voor de oude duiven kan ik dit nog begrijpen, maar voor de jonge is het beter dat je ze na drie vluchten eenmalig aan mag vullen tot 60.

Je zou de ringnummers de eerste vlucht door moeten geven en door een foutieve lossing zoals dit jaar op de eerste vlucht 70% verspelen. In dat geval moet je de volgende acht vluchten met 18 duiven verder en dan moet je maar hopen dat er geen meer afvallen.

Moet je die 18 duiven op prestaties beoordelen, dan kan je er twee doorhouden als het even tegenzit. Ik vermoed dat het einde van de duivensport dan nog iets sneller nadert dan wij nu denken.

Verder hoorde ik dat er geen geld meer is voor dopingcontroles. Dat is te gek voor woorden natuurlijk. Gooi de vracht verplicht met 5 cent per duif omhoog en stort dat af in de pot voor steekproefsgewijze controles. En dan niet zoals we voorheen deden, maar bij een lab zoals in Zuid-Afrika waar ze de onderste steen boven kunnen halen.

We moeten niet terug naar waar we vandaan kwamen: dat enkele slimmeriken de concoursen domineren door het gebruik van foute producten.