23 okt Alleen de besten blijven over
Alleen het allerbeste is goed genoeg om aan te houden. We kweken jaarlijks te veel duiven die het simpelweg niet in zich hebben. Ik haal ook elk jaar wel iets bij, niet omdat ik duiven tekortkom, maar omdat ik altijd op zoek ben naar uitzonderlijke kwaliteit.
Of je nu een klein hok hebt of een megahok, overal zitten te veel gewone duiven en te weinig echte toppers. Hier is dat niet anders.
In de jaren dat ik mijn aardbeienbedrijf had, wilde ik in de wintermaanden nooit meer dan zestig duiven houden: twaalf kweekkoppels en achttien vliegkoppels. Dat waren hard geselecteerde duiven.
In 2002 had ik bij de prijsuitreiking van de Gouden Cracks Jong, in een propvolle Bosbadhal, haast alle asduiven jong.
In 2006, mijn laatste jaar op het adres van mijn schoonvader, werden we in Brabant 2000, met toen nog ruim 3.500 leden, 1e, 2e, 6e, 8e en 11e asduif jong. De 1e asduif werd Rocketeer, de 2e asduif Super Girl. Ik koppelde deze twee onderling en daaruit werd Cannonball geboren. Als jong vloog hij direct top en behaalde hij onder meer een top-10-notering Nationaal Orléans.
Uit Cannonball kweekte ik later Cannonball Boy, die de snelste Nationaal Orléans won tegen 60.000 duiven.
Topduiven herken je vroeg
Uit diezelfde Rocketeer kwam ook Blue Rocket. Hij won dat jaar de 4e Nationaal/NPO Orléans en werd 3e Gouden Crack. Later gaf hij de 1e NPO Orléans bij A. Smits en werd hij ook vader van Millennium, de duivin van het Millennium-koppel.
Millennium werd vervolgens moeder van Avatar, die de 1e NPO won bij Jan in afdeling 11 en vader en grootvader werd van meerdere 1e NPO-winnaars. Ook Olympic Millennium, 1e en 2e Nationaal Asduif en Olympiadeduif, kwam uit het Millennium-koppel.
In die jaren gingen de echte topjongen direct naar de kweek. We vlogen toen nog Orléans (445 km), Bourges (520 km) en Châteauroux (567 km). De jongen die toen uitblonken, zoals Rocketeer, Super Girl, Cannonball en Blue Rocket, bleven ook later goede duiven en bewezen dat bovendien over meerdere generaties.
Louis Stabel won bijvoorbeeld in 2010 de 3e Nationaal Orléans met Esmee en bracht haar direct naar de kweek. Rond die duivin bouwde hij vervolgens een hok met uitstekende duiven op.
De echte asduiven
Naar mijn mening zijn we te soft geworden, zowel wat lossingen als afstanden betreft. Daardoor hebben we de laatste jaren een generatie duiven gekweekt die steeds minder aankan, met grote verliezen als gevolg.
Tot vorig jaar hadden we in Brabant 2000 nog een asduifkampioenschap jong over alle vluchten. Dat zijn in mijn ogen de echte asduiven: duiven die er van begin tot eind staan, vroeg vliegen van kortbij én van veraf, onder alle omstandigheden.
Dat zijn precies de duiven waar ik naar zoek en waarop je een hok kunt bouwen. Gelukkig zijn die tussenstanden nog terug te vinden op Compuclub.
In afdeling Zuidwest werden we dit seizoen 1e, 2e, 10e en 16e asduif jong, en in vlieggebied Geel 1e, 2e, 4e, 5e, 7e, 9e, 11e, 15e, 16e, 19e en 20e asduif jong. Dat zijn voor mij de allerbeste jongen van dit jaar.
Jammer genoeg kent afdeling Zuidwest wel een generaal asduifkampioenschap oud, maar geen generaal asduifkampioenschap jong.
Zo had het wat mij betreft ook bij de nationale kampioenschappen moeten zijn: alle vluchten laten tellen en de echte asduiven naar voren halen. Niet zoals bij sommige kampioenschappen waar drie goede prijzen al voldoende zijn. En al helemaal niet wanneer nalijnprijzen meetellen terwijl er ook oude duiven deelnemen. Dan kun je moeilijk nog spreken van een asduifkampioenschap voor jonge duiven.
Bouwstenen voor 2027
Dit was een uitstekende lichting jonge duiven, vergelijkbaar met de jaren 2002, 2006, 2010, 2011, 2012, 2017, 2020 en 2022. Zo’n generatie heb je eens in de zoveel jaar nodig om op hoog niveau te kunnen blijven presteren en om materiaal voor de kweek te selecteren.
Waar het precies aan ligt dat je af en toe zo’n uitzonderlijke lichting kweekt, weet ik jammer genoeg niet. Dat het veel belooft voor het seizoen 2027 weet ik echter vrijwel zeker.
Op mijn eigen hok zijn topjongen vaak ook topjaarlingen geworden. Natuurlijk verspeel je er onderweg enkele, maar B-klasse jongen worden hier zelden A-klasse jaarlingen. Als jong zijn ze immers al zwaar getest en hebben ze hun kaarten op tafel moeten leggen.
Dragon Girl werd als jong al 2e Gouden Crack en won daarna nog zes keer top 10 NPO. Haar dochter Olympic Dragon werd als jong 3e Gouden Crack en won als jaarling zeven keer top 10 NPO. Daarnaast werd ze 1e Nationaal Asduif en Olympiadeduif.
Turbo Dragon, een dochter van Olympic Dragon, won als jong een 8e NPO. Dit jaar won ze de 4e prijs in afdeling Zuidwest van Châteaudun. Haar dochter Blue Turbo Dragon werd 2e Generaal Asduif in afdeling Zuidwest, 3e asduif snelheid en won bovendien de 11e prijs in afdeling Zuidwest van Toury.
Je kunt bijna met zekerheid zeggen dat zij volgend jaar een keer top 10 in de afdeling gaat winnen.
Turbo Dragon zelf was dit jaar jaarling en komt niet meer in actie. Zij mag haar kunsten nu op de kweek laten zien, met Blue Turbo Dragon en haar nestligger als eerste wapenfeiten.
Geen geheimen in de verzorging
Wat voeding en bijproducten betreft heb ik een vast systeem dat hier al vaak genoeg beschreven is. Daar wijk ik niet van af en daardoor kan ik daar onmogelijk fouten in maken.
Ik verwarm de hokken niet. Ze zijn geïsoleerd, maar tegelijk open met gaas. Ik kan slecht tegen stof, dus voor de duiven lijkt me dat ook niet ideaal.
Ik ben goed voor mijn duiven en hou niet van overbevolking. Het ontbreekt ze aan niets, maar voor de rest worden ze hier afgehard. Wie daar niet tegen kan, ziet zijn verblijfsvergunning niet verlengd worden.