Gisteren hebben de oude duiven Duffel gevlogen (52 km), daar hadden ze 45 minuten voor nodig. Na een half uur koers moesten er nog 20 van de 63 komen, maar alles was dezelfde dag wel weer thuis.

Ik werd nog gemaild door iemand die een duif van mij op PIPA had gekocht. Hij kocht hem als doffer, maar op het DNA certificaat stond dat het een duivin was. Zelf was ik ervan overtuigd dat het een doffer was, dat had ik ook op de eerste stamboom vermeld, maar ik moest dit veranderen omdat uit DNA bleek dat het wel degelijk een duivin zou zijn.

Wat blijkt, nu wist de koper van de duif mij te vermelden dat het dus toch een doffer is! Aangezien wij extra moeten betalen om het geslacht te bepalen, zou je toch hopen dat dit altijd kloppend is.

Wij hebben hier het geluk dat er ook midweeks trainingsvluchten zijn. Ik geef mijn duiven ook hierop mee, om hun conditie op te bouwen en een voorselectie mogelijk te maken.

Ik ben niet van plan om met 60 oude duiven te blijven spelen. De eerste selectie wil ik voor de twee-nachten-mandvluchten doorvoeren. Wie zich dan nog niet heeft laten zien, gaat dat verderop in het seizoen vast ook niet doen.

Ik vind dat je altijd minimaal 50% 1:4 prijs moet spelen, met enkele keren 1:100 en minstens 30% 1:10. Lukt dat niet, dan zitten er teveel duiven tussen die het niet kunnen. Van die duiven hoef je op de dagfond ook geen wonderen te verwachten.

Alle jongen zijn inmiddels gespeend. Wat onlangs is geringd vertrekt naar Jan in Friesland met nog tien koppels eitjes erbij. De eitjes die bij de onlangs geringde jongen nog worden bijgelegd, zijn bestemd voor de nog openstaande bonnen.

De kweekduiven gaan dus snel uiteen, op enkele koppels na die nog op de boxen worden gekoppeld. Terwijl de kwekers gaan rusten en uitruien, verschuift mijn aandacht volledig naar de oude en jonge vliegduiven.

De wind lijkt de komende periode nog uit de noordhoek te komen. Onderschat dit niet. Als je de duiven nu te krap voert, teren ze te snel in op hun reserves. Daarom krijgen de mijne nu al wat NPO-mix extra de laatste dagen voor inkorven en Prestavit bij thuiskomst. Bij mij staat alles in het teken van de zwaardere maanden juni en juli.

Mijn duiven trainen nu eenmaal daags zonder vlag of iets dergelijks. De duivinnen trainen gemakkelijk een vol uur. Zolang ze dat blijven doen, komt er geen vlag aan te pas. Alle oude vliegduiven blijven tot half mei verduisterd.

Een e-mailer wilde weten of ik ‘s avonds de jongen tel. Nee, daar ben ik 10 jaar geleden mee gestopt. Dit leidt alleen maar tot ergernis. Als ik bij mij over het erf of land loop dan kom ik geregeld hoopjes veren of een afgekloven poot met een ring om tegen, maar veranderen doe ik daar toch niets aan.

Het enige wat ik kan doen is er meer dan genoeg kweken. Zodoende hoef ik niet op een duif meer of minder te kijken en lig ik er ’s nachts ook niet wakker van. Uiteindelijk moet het met de overlevenden gebeuren.

Tenslotte neem ik nooit een jong in de hand. Wie je het liefst ziet raak je vaak als eerste kwijt. Moest ik toch een jong pakken, dan is dat vaak slecht nieuws voor hem of haar. Hier mankeert dan iets aan en dat betekent dat je voorgoed uit de groep wordt gezet.

Het was slechts 52 km, maar door de noordwestenwind verliep de eerste trainingsvlucht zeker niet vanzelf. Hier vielen er drie tegelijk en na een klein gaatje een hele ploeg. Zij maakten er wel een feestje van. Onervarenheid, zullen we maar denken. Al bij al ben ik wel tevreden. Nu maar afwachten of er enkele talenten opstaan die het verschil gaan maken dit jaar.

Een liefhebber wilde weten of ik wel mee zou doen, vanwege de gedeeltelijke eclips. De duiven zouden daardoor wel eens verstoord kunnen raken. Ik heb geantwoord dat ze er dan maar een dag langer over moeten doen om thuis te geraken. Sommigen zijn ware meesters in het zoeken van excuses om niet te spelen.

Ik ben normaal geen liefhebber van trainingsvluchten met de vereniging, maar bij mooi weer speel ik ze liever zo dan dat ik er zelf mee op pad ga. Ze komen namelijk meer één voor één thuis dan wanneer ik ze zelf wegbreng.

Smile for the camera

Het complete terrein hier, waaronder alle duivenhokken, het huis en de loods, wordt al tientallen jaren van binnen en buiten beveiligd met diverse camera’s en alarmsystemen. Helaas is dit nodig. Weet dus dat alles wat hier gebeurt of wordt ontvreemd, tot zo klein als een potje capsules, wordt geregistreerd.

Moesten we hier in de lager gelegen afdelingen 1:1.000 selecteren, dan hadden we niet veel duivenvoer nodig. De aantallen duiven dalen met de week hard en veel grote inkorvers kennen we hier niet. De NPO-vluchten op de dagfond of de overnacht halen amper de 3.000 duiven, dan kun je per duizendtal selecteren wel uit je hoofd zetten.

Veel liefhebbers zijn ongerust omdat hun jongen nog niet trainen. Men maakt elkaar gek. Zelf speen ik nog steeds bij en dan trainen ze natuurlijk ook niet. Toch doe ik het zo al 30 jaar en ik heb daar geen seizoen minder om gepresteerd. Als ze niet trainen kan je ze ook niet verspelen. Nu al volop trainen, terwijl we pas in juli starten, is nergens voor nodig. Kortom, blijf rustig en laat je jonge duiven eerst eens goed uitgroeien en aan de omgeving wennen.

Vandaag ben ik op controle geweest bij Belgica de Weerd en zoals verwacht was alles in orde.

Voor mezelf zit de kweek er inmiddels op. De laatste jongen worden begin april gespeend. Op de vechtpartijen in de eerste ronde na verliep het kweekseizoen perfect.

Hier zitten 24 kweekkoppels en vier testkoppels van mijn Chinese vriend. Natuurlijk zijn dit niet allemaal sterkwekers. In mijn hele leven heb ik maar enkele kweekduiven gehad die met verschillende partners ieder jaar redelijk goede gaven. De meeste gaven af en toe een redelijke.

Zo heb ik ook kweekkoppels gehad die in één jaar drie (van de vier) goede gaven, maar in de jaren erop niet één meer. De meeste lijken 1 of zelfs 2 jaar over te slaan. Het Gouden koppel bijvoorbeeld gaf de eerste jaren louter goede, daarom bleven zij bijeen. Plots kwam er 2 jaar niets fatsoenlijks uit, om vervolgens de draad weer op te pakken en met grote regelmaat goede te geven.

De leeftijd lijkt niet uit te maken. Mijn beste kwekers gaven tot het einde van hun vruchtbare periode goede duiven (vaak wel met een jongere partner). Dus ja, wat kwekers betreft: eens ze enkele goede hebben gegeven zou ik ze niet te snel verwijderen wanneer ze een mindere periode hebben.

Echte kweekkoppels heb ik er in mijn hele leven trouwens maar twee gehad: het Millennium koppel en het Gouden koppel. Vandaar dat ik de term ‘superkoppel’ nooit te serieus neem.

Vroeger zei iemand die graag verkocht tegen mij: “Een kweekkoppel moet je maken”. Bij hem kwam zogezegd alles uit dat ene koppel, waarvoor men flink geld betaalde voor de jongen. Met de DNA-testen van nu gaat deze vlieger gelukkig niet meer op.

Zo zijn er ook mensen met een bekende topvliegduif die grof geld ontvangen voor jongen, broers, zussen of kleinkinderen daarvan. Ik zou de vijf best presterende jongen van die topvliegduif wel eens willen zien. Hun prestaties, uiteraard.

Daarbij zou ik zelf de pluimpjes van die superduif en de jongen wel eens willen trekken en opsturen voor DNA-onderzoek, want dit kan wel eens een koude douche zijn. Dat er wel eens met DNA gerommeld wordt, waarbij de liefhebber zelf de pluimpjes kan trekken en opsturen, is inmiddels wel duidelijk.