De kweekperiode is zo goed als overal in volle gang. Het is wachten op heldere weersomstandigheden en dan zien we de koppels trainende duiven weer voorbij trekken. De duivensport is tegenwoordig vrij intensief en er is weinig tot geen ruimte voor fouten of om achterover te leunen.

Hier heb ik het houten interieur van het hok van de tweede en derde ronde vervangen door plaatmateriaal. Het hout wat er zat, dateerde van 1989. Overigens maakt het de duiven niet uit of ze op planken of platen moeten zitten.

Het verleden

Persoonlijk ben ik blij dat de winter over enkele maanden weer voorbij is. Voor mij voelt de winter als een trieste tijd met donkere dagen, koud en vochtig weer. Ook denk ik in de winter vaak terug aan vervlogen tijden, goede vrienden of liefhebbers die er niet meer zijn of aan vluchten uit het verleden.

Vluchten zoals die in 1997, toen ik de 1e nationaal Bourges won met grote voorsprong en de wind in het nadeel. Het jaar nadien deed ik dit nog eens over met een 1e, 3e en 7e prijs. Of die vlucht vanuit Chartres, toen ik met zeven duiven teletekst vloog in de toenmalige ZNB. In 2002 had ik bijna alle Gouden Cracks met de jonge duiven.

Het heden

Inmiddels zijn het tijden die achter ons liggen en niet meer terugkeren. Gelukkig begint het in maart na de voorjaarsbeurs weer te kriebelen. Jonge duiven die rondvliegen, oude duiven die harder gaan trainen.

Tegen die tijd is het noodzakelijk om de duiven nog meer in de gaten te houden wat gezondheid betreft. Ik kuur zo min mogelijk, maar dat wil niet zeggen dat ik niets op voorraad heb (al is het meeste inmiddels over de datum, maar dat schijnt niet erg te zijn als de potjes niet open zijn geweest).

Bij duivenvoer daarentegen moet je wel letten op versheid. Een van de voordelen van onze mengelingen is dat ze een hoge omloopsnelheid hebben, omdat ze jaarrond gebruikt worden. Op alle verkooppunten vind je dus verse zakken. Dit in tegenstelling tot seizoensgebonden mengelingen, die her en der in winkels onder een laag stof op het vliegseizoen hebben liggen wachten en dus niet meer vers zijn.

Olympiade

Op naar de Olympiade met Olympic Millennium. Deze duivin zit nu gekoppeld aan Super Rossi en zal later dit jaar in samenkweek gaan met die top duif van Willem: Murphy’s Law. Goed op goed blijft nu eenmaal de enige weg naar succes. Let wel: samen kweken heeft alleen zin op basis van vertrouwen en met duiven van hetzelfde kaliber.

Ik krijg nog steeds vragen over hoe ik de duiven kuur voor het kweek- of vliegseizoen, dus leg ik het nog een keer uit. Direct na de vliegperiode krijgen ze een tiendaagse paratyfuskuur gevolgd door de enting. Een week later volgt de paramyxo-enting met een Tricho tablet. Twee weken erna de pokken enting met het kwastje en een luisdruppel in de nek. Dat was het.

Let wel: hier komt daarna niet één duif meer op het hok en wie ziek dreigt te worden, moet zijn verblijfsvergunning inleveren. Spectaculair is het dus niet. De mest laat ik al jaren niet meer onderzoeken, omdat er bij mij de afgelopen 10 à 20 jaar nooit wormen of coccidiose gevonden zijn.

Eind maart / begin april ga ik langs bij de dierenarts voor een keeluitstrijkje, waarbij ik zelf beslis of ik het wel of niet laat behandelen, mochten ze lichte Tricho vinden. Eventuele opmerkingen of mijn duiven in conditie zijn of niet, leg ik direct naast me neer. Dit wordt bepaald door de uitslag, enkele weken later.

Verder laat ik niemand op de hokken, dus de kans op besmetting van buitenaf in het najaar, winter en voorjaar is klein. Alle dagen staan de hokken vol open, behalve bij regen. De duiven moeten hier altijd afharden. Wie daar niet tegen kan, heb ik niet nodig.

Maar zoals ik al vaker aangegeven heb: ga je dit systeem met duiven doen die van tevoren in de watten zijn gelegd in een verwarmd of klinisch zuiver gehouden hok, dan zal je de eerste maanden raar opkijken. Ze moeten hier aan wennen en niet alle duiven kunnen dat. Sommige zullen met natte ogen en/of vuile neuzen (niezen) komen te zitten. Deze kan je beter verwijderen.

Voeding in de kweekperiode

De voeding is inmiddels wel bekend, die is al meer dan 20 jaar het gehele jaar hetzelfde. In de drinkpot gaat om de dag Naturaline met extra look, ook dat doe ik twaalf maanden per jaar. Ik voel me hier goed bij en de duiven weten niet anders.

Jonge duiven vetmesten in de kweekperiode is niet moeilijk. Geef de kwekers maar alles wat op de markt te vinden is, veel erwten, kunstmatige korrels of pikkoeken. Alles vreten ze op en proppen ze in de jonge duiven. Ga je zes keer per dag voeren, dan voeren ze de jonge duiven ook zes keer. Uiteindelijk speen je vetgemeste jongen af met papkonten en slap en zwak vlees.

Uiteraard gebeurt dat hier niet. Hier moeten ze het doen met de Championsmix en NPO-mix en om de dag krijgen ze een potje Allerlei voorgeschoteld. Ik wil mooie, harde, vaste jonge duiven. Groeien doen ze vanzelf wel. Vetgemeste jonge duiven krijgen gelijk een terugval wanneer ze op eigen benen komen te staan.

De eerste ringen gaan weer om, wat betekent dat de start is gemaakt. In het Verenigd Koninkrijk kunnen ze de jonge duiven al bijna opleren, zo vroeg krijgen ze daar de ringen. Ik meen begin november zelfs. Het rare is dat ze daar geen eigendomsbewijzen bij de ringen krijgen.

De doelen voor 2019 staan vast: het oude duivenseizoen van 2018 verbeteren zal niet meevallen, maar het jonge duivenseizoen van 2018 verpletteren is een absolute must.

Ik heb er zin in en hoop dat degene die om mij heen staan inclusief ikzelf gezond mogen blijven en dat ik er weer vol tegenaan kan hier en in Friesland, waar het hok met oude duiven sterker lijkt dan hier. Verder probeer ik alle dagen te genieten waar het kan en mezelf iets minder te ergeren aan onbelangrijke zaken.

Huidige situatie

Er zitten 28 koppels oude duiven klaar, waarbij de beste 15 koppels onderling gepaard worden en de overige 13 op hun tellen moeten passen, willen ze er na acht vluchten nog zitten. De 24 kweekkoppels zorgen samen met 12 voedsterkoppels voor de nieuwe aanwas.

Hier geen extreme aantallen oude duiven, ik heb daar altijd een hekel aan gehad. Wellicht dat dit in de toekomst nog verandert, maar dat lijkt me sterk. Ik kan er slecht tegen om duiven aandacht te geven die het niet verdienen.

Bij de jonge duiven ga ik terug naar vroeger: ik kweek tot eind april, maar selecteer tot eind september. Grofweg 35% sneuvelde vroeger door selectie op gezondheid en intelligentie. Daarnaast gaan ze tot aan het vliegseizoen hele dagen los. Wat opgevreten wordt, het zij zo. Het maakt me niet uit of ik moet starten met 40 of 120 jonge duiven, het gaat mij om de kwaliteit die overblijft.

Nieuw is niet altijd beter

Voor de rest weinig nieuwe ontwikkelingen. Ik heb zwarte maïs getest in de Championsmix, maar zag geen verbetering of verandering, dus dat gaat er niet doorkomen. Bovendien zou de mengeling dan weer duurder worden, iets wat we dit jaar overigens toch niet tegen kunnen houden door de verhoging van het lage btw-tarief, maar dat moeten wij zelf ook gewoon weer afdragen.

Het wiel kan men slechts één keer uitvinden, dus waarom zou je iets veranderen wat goed is. Vaak zie je dat veel dingen slechts modegrillen zijn en dat men na enkele jaren weer terugvalt in het oude. Hetzelfde destijds met ATX of stralingswarmte. Ik heb ze zelf ook hangen, maar ze hangen er alleen nog maar om stof te vangen, zoals op de meeste hokken. Ze worden hier al jaren niet meer gebruikt.

Ik hoorde dat de voetringen op de lokalen waren, dus gelukkig niet de problemen van vorig jaar. Hier gaan 1 of 2 januari bij twintig koppels de voetringen om. Degene die verlegd zijn, volgen twee weken later.

De vliegers zet ik eind januari of misschien zelfs begin februari bijeen. Ik doe dat de laatste jaren, omdat ik meer aandacht aan de oude vliegploeg besteed (wat ik vroeger wegens tijdgebrek niet deed).

Tevens ben ik van mening dat wanneer je later koppelt, je de duiven niet terug hoeft te koppelen. Ze brengen hier een koppel jonge duiven groot en broeden aansluitend nog tien dagen, zodat ze rustig en op gewicht aan het nieuwe seizoen kunnen beginnen.

Doordat ik zorg dat de duiven lang bij elkaar blijven richting het nieuwe seizoen, heb ik ook weinig tot geen last van duivinnen die paren in het seizoen. Duivinnen zitten hier gewoon los op het hok. Eenieder verschilt hierin van mening en heeft zijn eigen manier, maar dat is hoe ik het doe.

Eenvoud

Ik houd de duivensport graag simpel: altijd hetzelfde voer en zo min mogelijk medicatie. Ontsmetting na de vlucht? Ik hecht hier bij de oude duiven steeds minder waarde aan. Ik heb weinig last van Tricho, misschien komt dit doordat mijn duiven het gehele jaar om de dag Naturaline met extra look drinken.

Coccidiose, wormen etc. is al tientallen jaren geleden hier. Met onze lavakorrel op de hokken krijgen coccidiose en wormen ook geen kans zich te verspreiden. Schimmel is het enige wat ik in de gaten houd tijdens het seizoen.

Ruzie op het hok

Afgelopen week had ik een gesprek met iemand waarbij al drie koppels eitjes kapot gevochten waren door een doffer die al drie keer in de verkeerde bak was gegaan. Ik vroeg: Wat is dat dan voor duif? Niks waard zeker? En inderdaad, hij had hem al eerder op moeten ruimen.

Domme duiven verraden zich snel. In een duivenhok moet je geen problemen hebben met vechtpartijen. Duiven die te dom zijn om hun eigen bak te vinden, moet je opruimen. Hetzelfde geldt voor duiven die keer op keer niet fris zitten of slechte mest hebben.

Ik heb in mijn carrière vijf superduiven gehad op het vlieghok en nadien in de kweek. Nooit heb ik deze duiven ziek gezien of in elkaar zien zitten. Een oud kampioen zei eens: al trek je een paar schoenen aan van maat 52, je trapt zomaar geen kampioen dood in het hok. Zo is het en niet anders!

Voor 2019 wens ik iedereen een goede gezondheid toe en veel plezier in de duivensport. En onthoud: keep it simple!!!

De titel van dit artikel oogt misschien raar, maar toch zijn er mensen die op deze manier naar de duivensport kijken.

Enkele weken terug vond een spectaculaire verkoop plaats van een Belgisch kampioen van tien jaar geleden. Inmiddels lijkt het alsof iedereen die hier duiven van bezit, ze te koop zet. Is dit meeliften op andermans succes, of voldoen de duiven toch niet helemaal aan de verwachtingen?

Vier soorten duivenliefhebbers

In die 40 jaar dat ik in de duivensport meeloop, heb ik gemerkt dat er vier categorieën duivenliefhebbers zijn ontstaan. Allereerst heb je de profs die omzet moeten draaien, omdat zij van hun hobby hun werk gemaakt hebben. Dit is de kleinste categorie en hier is mijns inziens niets mis mee.

Dan heb je de fanatiekeling die wil winnen, ongeacht wat hiervoor opgeofferd moet worden. Hij of zij is twaalf maanden per jaar scherp, pluist alles uit en streeft ernaar beter te worden. Dit is in omvang de middelste categorie.

De hobbyist geniet ervan om zijn duiven thuis te zien komen en koestert de omgang met zijn duiven en vrienden. Hij of zij heeft er geen slapeloze nachten van, het boeit immers niet zoveel of hij vroeg of laat pakt. Dit is (gelukkig) de grootste categorie.

Tenslotte is er nog de ‘liefhebber’ die met dollartekens in zijn ogen rondloopt, geen prestaties levert, maar altijd op stambomen jaagt in de hoop dat de nazaten wat opleveren. Niet voor de vluchten, maar voor de bankrekening.

Iedereen mag voor zichzelf bepalen tot welke categorie hij of zij behoort of wil behoren.

Duivensport: ik snap er steeds minder van. Kampioenen die wat jonge duiven te koop zetten na een topseizoen, zien daar geen bevestiging voor terug. Sommige die hun hele leven nog geen deftige prestatie hebben neergezet, wel. Gelijkheid en eerlijkheid in de duivensport; het zal er niet voor 2019 zijn, vrees ik.