Aanstaande zaterdag staat Melun op het programma, dat is 351 km voor mij. Er wordt momenteel een wind vanachter voorspeld met onderweg kans op een lichte bui.

Jan Timmermans speelt in Afdeling 11 een natour vlucht. Ik begrijp het nut van een nationaal vliegprogramma niet met zulke grote verschillen in afstanden en vluchten. Op welke wijze is er dan nog sprake van een ‘nationaal’ programma? Snel afschaffen dus, als je het mij vraagt.

Dat onze duiven onderweg allerlei gevaren trotseren, was aan sommige jongen duidelijk te zien. Ze arriveerden wel fris, dus de verzorging in de wagens was goed.

Toch mis ik er nog zeven van zaterdag. Wellicht niet goed genoeg of vergeten te drinken in de mand. Enkele hadden een blauwe buik, dus die zaten in de onderste manden en zijn met het lossen tegen de grond geslagen. Twee duiven misten meerdere broekpennen, vermoedelijk door een roofvogelaanval.

Wat ook opviel was dat uit één koppel twee jongen al vijf pennen hadden gestoten. Ook die bleven achter. Ik besprak dit met een Belgisch kampioen en die zei dat het een teken van zwakte is wanneer duiven in de verduisterperiode pennen blijven stoten. Hij kan een punt hebben, want in mijn superjaren had ik zelden jonge duiven die meer dan twee pennen hadden gestoten.

In 2017 had ik de 1e Asduif PIPA Rankings met Olympic Millennium bij de jonge duiven. Ik vond de rest van die ploeg niet zo goed, maar hield degene die me het meest aanstonden door en die stelden als jaarling niet teleur. Ik won daarmee drie NPO-vluchten. In die teleurstellende ploeg van 2017 zaten dus toch meerdere goede duiven. Kortom, duivensport is en blijft onvoorspelbaar.

Ook in dat jaar ben ik meermaals naar de dierenarts gegaan. Geen tricho, wormen of coccidiose. Voor de luchtwegen kregen ze een kuur, dus ook dat was uitgesloten. Dit kan men allemaal met een microscoop vinden, dus wanneer het dat niet is, moet je geduldig afwachten tot de duiven in orde geraken.

Het is een feit dat wanneer de jonge duiven niet 100% in goede doen zijn er nog wel kopprijzen gepakt kunnen worden, maar geen kettinguitslagen. Voor dat laatste heb je namelijk ook topconditie nodig.

Kweekduiven

Wij kunnen nog 3 weken spelen en dan wordt beslist welke duiven mogen blijven. Ook in het kweekhok komen er plaatsen vrij en worden er plaatsen gevuld door nieuwe exemplaren.

Er wordt extra kritisch gekeken naar de duiven van vreemde komaf. Sommige gaven het jaar ervoor goede jongen met een bepaalde duivin of doffer. Dit jaar werden die omgekoppeld (doe ik elk jaar) en is van verschillende koppels niet één jong meer aanwezig.

De kweekduiven ruilen hun oude pak nu om voor een nieuwe. Ze worden daarbij geholpen door om de dag Sedochol en Naturaline in het water te doen. Over het voer gaat zoals altijd elke dag Origanum Red, Champions Mineralenmix en tweemaal per week Prestavit.

Deze duiven worden nu eenmaal daags gevoerd en krijgen eenmaal per week een bad. Hier zitten de kweekduiven zo goed als buiten. Ze hebben weliswaar een dak boven hun hoofd, maar daar is eigenlijk alles mee gezegd.

In het najaar krijgen ze een paratyfuskuur- en enting plus een tricho tablet. Hier doen ze een heel kweekseizoen mee. Verder kuur ik die duiven niet. De kwekers hier zijn altijd om door een ringetje te halen, ze doen immers niets en krijgen volop frisse lucht.

Zo is het nu ook met de vliegduiven. Die broeden nu op een jong van een week, maar komen niet los en hier wordt niet meer mee gespeeld dit jaar. Het bevalt goed om eens geen natour te spelen, al doe ik volgend jaar vast weer mee.

Dit jaar ging een tijdklok stuk tijdens het seizoen, waardoor de oude duiven ruim 6 weken dag en nacht in het licht hebben gezeten. Ondanks dat presteerden ze opvallend goed, maar daar betaal ik nu wel de prijs voor. Er zit geen pluim meer in en sommige staan nog op drie oude pennen.

Zo schrok ik ook toen enkele dagen voor het inkorven mijn Benzing M3 begon te flitsen en geen beeld meer gaf. Mevr. van de Berg van Benzing NL loste dit gelukkig snel op door een nieuwe klok toe te sturen en de andere naar de fabriek te verzenden. Zo maak je telkens wat anders mee, soms door je eigen schuld en soms door het lot.

Fontenay viel me eigenlijk een beetje tegen. De duiven zagen er uitstekend uit, maar lieten dat niet zien in de uitslag. Maar goed, ook dat is duivensport.

Mijn eerste duif is wel een goede en won eerder tweemaal de 1e in de vereniging. Hij stond vorige week als 1e getekende, maar arriveerde toen om 18.00u in de avond, terwijl zijn nestzus de 5e NPO won.

Deze duiven komen uit de samenkweek doffer met Eijerkamp uit Turbo Rossi x Olympic Millennium. De moeder is Athena’s Rossi (één van de beste kweekduivinnen hier), afkomstig uit Super Rossi.

Frans en Jordi Damen gingen er met de 1e NPO vandoor. Die duif komt uit een halve van mij en is een kleinkind van Mister Gold (zelf ook top 10 NPO). Hij is weer een zoon van de oude Witbuik.

Al bij al heb ik een haat-liefdeverhouding met de jonge duiven dit jaar. Inmiddels wel 4 weken achtereen top 10 in de afdeling, maar de kwaliteit valt me toch wat tegen. Bij Jan was het ook bagger. Hij won nog wel randje teletekst, maar daar is alles mee gezegd.

Er zitten 67 duiven in de mand voor Fontenay, dat is zo’n 420 km voor mij. Het wordt een pittige strijd met de overwegend noordenwind.

De duiven zijn er klaar voor. Ze zijn flink opgevoerd, maar de uitval moet het goedmaken. Ik heb er 17 uitgeselecteerd waarin ik mijn vertrouwen kwijt was. Er zitten er nog 6 waarover ik na dit weekend een oordeel vel.

Het gaat mij alleen om de goede duiven en die wil ik tot op het bot testen. Dit jaar sneuvelde er een handvol die het als jong super deden, maar het gaat om die enkele taaie rakkers die van 100 tot 700 km alles overleven met meerdere malen kop.

De meeste jaarlingen bleven hier weg op de dagfond die elke week pittig was. Daar kwam de verdere midfond – die tussen de dagfond inviel – nog bij en dat kostte nu eenmaal pluimen. Maar helaas zijn de mannen van het vliegprogramma niet op andere ideeën te brengen.

Het zou namelijk beter zijn om de verdere midfond tegelijk met de dagfond in te manden op donderdag en de kortere vitesse/midfond op vrijdag tussen de dagfond in. Voor het opstellen van een goed vliegprogramma is ervaring nodig en die ontbreekt nog, schijnbaar.

Speel je alleen vitesse/midfond, dan verlies je minder snel duiven. Mijn doel is echter niet om zoveel mogelijk duiven over te houden en die in het najaar allemaal naar de poelier te brengen, maar daarin verschil ik nu eenmaal van een hoop anderen.

Ik heb altijd een hekel aan veel duiven gehad. Alles maar in blijven manden in de hoop één vroege duif te pakken is niets voor mij. Ik wil zoveel mogelijk duiven 1:4, 1:10 en meerdere 1:100. Daarbij wil ik elke duif meteen herkennen en weten waar ‘ie uit komt zonder het op te hoeven zoeken. Minder duiven kan je ook beter verzorgen en begeleiden zonder te hoeven besparen.

Fontenay, we gaan het beleven. Veel succes iedereen.

Ik heb in mijn leven al veel onzin gelezen en gehoord, maar het onderzoek van J. van Doormaal in Het Spoor der Kampioenen spant de kroon. Dit voormalig lid van de WOWD heeft dit onderzoek met een gekleurde bril uitgevoerd.

“Breken dus met het traditionele jonge duivenprogramma in de maanden juni t/m augustus als we het welzijn van onze duiven willen koesteren (prioriteit van het huidig NPO-bestuur)?”

Dit zinnetje sprong er wel uit voor mij. Schoenmaker, blijf bij je leest, denk ik dan.

Toevallig sprak ik gisteren Hans Eijerkamp over de verliezen van jonge duiven, iemand die ik erg respecteer om zijn decennialange ervaring. We kwamen beide tot de conclusie dat de verliezen aan het begin van het seizoen in hun afdeling zijn veroorzaakt door de veel te late lossingen.

In Brabant gingen de duiven eerder los en vielen de verliezen relatief mee. In Afdeling 5 losten ze ook elke keer vroeg en waren er eveneens minder verliezen dan elders.

Afgelopen week hadden we nog meer dan 10.000 duiven in concours. Dit waren er 3.000 minder dan 5 weken eerder, maar dat verschil wordt verklaard door de start van de nalijn. Het is al 30 jaar zo dat veel duivenmelkers hun jonge duiven naar de nalijn brengen zodra die aanvangt.

Het staat eenieder vrij om die keuze te maken. De jonge duivenspecialisten die hun duiven ervaring op willen laten doen, vechten het op de NPO-vluchten wel uit met elkaar. Er zijn ook vitesse- en midfondspelers voor wie 300 km ver genoeg is. Ook die gaan nu naar de nalijn en dat is prima, want iedereen zijn spelvreugde.

Dat laatste is waar het NPO mijns inziens in moet voorzien. Met andere woorden, breng het jonge duivenspel terug zoals het was. Uiterlijk 23 juni starten en minimaal 3x boven 400 km. De nalijn kan begin augustus aanvangen voor de liefhebbers die hun jonge duiven liever niet te ver spelen.

De opmerking van J. van Doormaal over de taartvluchten kan ik ook niet plaatsen. Ik ken veel mensen die hieraan meedoen. Dat daar geen verliezen zijn is echt een misvatting.

Dat verliezen meer verband houden met verkeerde lossingskeuzes, zagen we onlangs in België van Quiévrain. Grote verliezen terwijl die duiven – jong en oud – daar elke week gelost worden.

Presteren op vluchten boven de 300 km – of het nu oude of jonge duiven betreft – heeft te maken met een goede gezondheid en begeleiding van de duiven en niet met ‘te grote inspanning, financieel of tijdsbeslag’. De wil om te winnen maakt het onderscheid, knoop dat goed in de oren.

Anno 2022 kom je er niet meer door de jonge duiven niet op te leren of te verduisteren en ze wat rond te laten slenteren in het hok. Ik kan je garanderen dat je dan niet voor kopprijzen gaat spelen. Datzelfde geldt voor oude duiven. Als de wil om te winnen ontbreekt, is de enige schuldige de liefhebber zelf. Neem een voorbeeld aan de 84-jarige Herman Calon. Niets is hem teveel.

In mijn aardbeientijd werkte ik 90 uur per week, maar ook toen was ik niet te kloppen met de jonge duiven. Ik had er nog een jong gezin naast, maar liet niets aan het toeval over. Het selectieproces was nog veel extremer dan nu. Wanneer de vluchten begonnen waren ik en de duiven er altijd klaar voor.