Hier moeten de jongen hun PMV enting nog krijgen, maar enten met vorst doe ik niet. Jonge of oude duiven loslaten met -5 graden en een harde oostenwind doe ik ook niet. De hokken staan wel hele dagen open, duiven kunnen goed tegen de kou.

De kwekers zitten hier gewoon in de buitenlucht, er zit namelijk geen voorzijde in de kweekhokken. Persoonlijk heb ik liever vorst dan regen, dat is ook goed tegen al het ongedierte.

Trainingen

Vanaf volgende week worden de dagelijkse trainingen opgevoerd. Het ziet ernaar uit dat de temperatuur dan weer omhoog gaat.

De duiven moeten hun spieren loskrijgen voor de start van het nieuwe seizoen, anders zit je met een hok vol scheefvliegers. Ik neem aan dat ook zij aan hun uithoudingsvermogen moeten werken, net zoals wij mensen.

Hier zitten nu ongeveer 68 jongen gespeend van de eerste lichting. Van de tweede lichting liggen er ongeveer evenveel. Deze zullen over een dag of twaalf gespeend worden.

Tijdens het enten doe ik gelijk een selectieronde. Waar ik niets in zie, gaat er gelijk uit. Daar steek ik verder geen tijd, geld en energie in. Ik hoef hier immers geen honderden jongen te hebben. Vaak zie je dat de twijfelgevallen als eerste wegblijven, maar dan heb je ze al wel twee maanden lang gevoerd.

Selectiecriteria

Duiven die ik hier niet wil hebben zijn:

  • Extreem grote duiven. Dit zijn namelijk zelden goede duiven.
  • Duiven met een harde en droge pluim.
  • Duiven nu al 2 cm openstaan.
  • Duiven die een oerdomme indruk achterlaten.
  • Duiven die bij een ander gaan buurten en pas laat in de avond terugkeren.
  • Duiven die altijd dik zitten.

 

Duiven terughalen is sowieso niet aan mij besteed, zeker niet als ik weet dat ze hier al rondjes gevlogen hebben.

Jongen die tegen een draad gevlogen zijn en gerepareerd moeten worden vallen hier ook af, uitzonderingen daargelaten. Mocht er een goede oude duif tegen de draad vliegen, dan laat ik hem vaak wel hechten, maar dan gaat hij ook gelijk naar de kweek en zal hij niet meer op het vlieghok verschijnen.

Met perfect gebouwde duiven winnen is al moeilijk genoeg, laat staan met halve duiven die met geluk een keer een prijs winnen met een stormwind vanachter.

Hier zoek ik het in duiven die als jong meermaals 1 op 100 spelen, dit worden vaak de duiven van de toekomst. Hier deden mijn beste duiven zoals Superrossi, Fast Rocket etc. het als jong al super. De twee super Belgen van Peter van Oerle waren ook als jong al bij de betere en werden zelfs Asduif in het samenspel als jong.

Deze week is alweer de voorjaarsbeurs in Houten, zo snel kan een jaar voorbijgaan. Zelf ben ik een jeugdlid van 50 jaar, maar ik hoop nog wel wat jaren te kunnen genieten van de duivensport (mits de gezondheid het toelaat natuurlijk).

Fast Rocket

Gisteren had ik het al even over Fast Rocket, zoon van Last Lady en halfbroer van Harry’s Rocket. Hij is nu naar de kweek gegaan na eerder een 2e, tweemaal 11e NPO en meerdere 1e prijzen gewonnen te hebben.

Natuurlijk geeft dit door. Afgelopen jaar won Dragon Girl (een dochter van hem) de 1e in het Rayon en werd ze 2e Gouden Crack FZN.

Voorbereidingen in maart

Het eerste weekend van maart is ook altijd het tijdstip dat de duiven weer in orde moeten zijn voor het nieuwe seizoen. Zijn ze dan niet goed, dan zijn er nog enkele weken om herstelwerkzaamheden te verrichten.

Hier ga ik half maart op controle met de duiven. Niet zozeer voor Trichomoniasis (’t Geel ), maar meer voor coccidiose of worminfecties (wat ik overigens pas één of twee keer gehad heb in mijn loopbaan als duivenmelker). Coccidiose kan uit zichzelf weggaan, maar wormen niet. Vandaar de controle.

Met wormen is het net als met paratyfus, ze doen het vaak op in de mand doordat ze gevoerd worden tussen de uitwerpselen. Al zit er maar één besmette duif tussen, je kunt hier een hele besmetting door opbouwen zonder dat je het in de gaten hebt.

Preventief kuren doe ik alleen in het najaar tegen paratyfus. Verder kuur ik niet, dit tast namelijk alleen de weerstand van de duiven aan.

Kwaliteit boven kwantiteit

Ik volg dus min of meer het Mariën systeem, oftewel alleen kuren wanneer het écht nodig is. Dit kan echter alleen met een kleine, overzichtelijke kolonie duiven die je goed in de hand hebt. Je moet ze dan wel scherp in de gaten houden. Iemand met meer dan 400 duiven in het seizoen wil ik dit dan ook niet adviseren.

Hier overleven in de winter nu zo’n 100 duiven. Voor mijn verkoop in 2006 waren dit er nooit meer dan 60. Ik kweek wel heel veel jongen, maar de meeste hou je geen zes maanden. Oude duiven hou je jaarrond.

Het is dat ik ook voor Friesland kweek, anders hield ik er niet meer dan 70 (ongeveer 12 kweekkoppels en 24 vliegkoppels). Mochten dat allemaal goede zijn, dan was je de beste van het land. Zo simpel is dat.

Vandaar dat ik nooit aanraad om het in meer duiven te zoeken. Je kunt het beter in goede duiven gaan zoeken, een harde selectie maken en jezelf specialiseren op de vluchten die je wilt spelen. Snelheid, halve fond of dagfond.

Gisteravond heb ik de laatste prijsuitreiking van het seizoen bezocht, de Fondclub Zuid-Nederland oftewel de gouden ringen competitie.

  • 1e met Harry’s Rocket
  • 2e met Dragon Girl (uit superkweker in spe Fast Rocket)
  • 9e Gouden crack jong
  • 10e Gouden crack jong
  • 1e Gouden afdelingskampioen jong en oud op de dagfondconcoursen

 

Geert Kouters

Ik heb daarnaast het podium gedeeld met alle 1e afdelingskampioenen.

Zelf stond ik naast de ondergewaardeerde 90-jarige Geert Kouters, wat heeft die man toch veel gewonnen in zijn leven. Vroeger op de programmavluchten en nu op de overnacht.

Leg er de adelbrieven maar naast: 40 jaar terug was Geert de beste en dat is hij nu nog steeds, maar dan op de overnacht. Daar kan geen schrijverij over prestaties van 30 jaar terug tegenaan.

Weinig verandering

Het bijzondere van alles is dat het ieder jaar dezelfde gezichten zijn en dat de samenstelling van de kampioenen het laatste decennium dus weinig veranderd is.

Ook in 2018 zal het weer om enkele hokken draaien, vaak dezelfde als in de jaren ervoor.

(On)eerlijke uitslagen

Kijk, in Brabant 2000 of de FZN zijn de uitslagen tenminste eerlijk (hoewel ze ook hier de punten uit de eigen rayons halen).

Nationale competities die punten uit rayons of samenspelen pakken, daar geloof ik niet zo in. Hier had ik het gisteren met de heren Stabel over en ook zij weten dat.

Zoals ik eerder al aangaf, de prijzen op de nalijn mee laten tellen bij jonge duiven of Olympiade duiven is concoursvervalsing.

Doordat er geen trainingsduiven meer meegaan, worden de overnachtspelers min of meer gedwongen hun aanhangers vol jonge- of jaarduiven voor prijs mee te geven, terwijl ze niet geconstateerd worden. Speel je samen met heel wat van die overnachtspelers, dan kun je natuurlijk uitpakken.

Enkele jaren terug stond ik tot mijn verbazing bij de 1e Nationale jonge Asduiven met een duif die veruit de minste van het hok was. Voor mijn gevoel waren er toen tien betere, maar hij had toevallig vier prijzen op rij gewonnen (wat tevens ook de enige vier prijzen van hem waren dat jaar).

Zijn hokgenoten waren op die vier vluchten net iets later, maar wonnen wel 7 à 8 keer 1 op 10, waarbij 4x 1 op 100 van de elf vluchten met de jongen. Eigenlijk had ik die dus op moeten ruimen en hem moeten houden. Wat ik dus wil aangeven is: veel kampioenschappen zijn geen graadmeter.

Het is zo simpel: zijn er op de minste afdeling van Nederland bijvoorbeeld maar zes jonge duivenvluchten, dan moet je over heel Nederland de uitslagen van de beste zes vluchten tellen.

Bij de minste afdeling dus alle zes en bij de andere afdelingen alleen de beste zes, de punten uit de afdelingen halen en niet uit de rayons.

Nationaal Morlincourt?

Ook had ik het met Christ van der Linden nog even over het belachelijke idee om Nationaal Morlincourt in te voeren, 160 km voor Zeeland vs. 600 km voor de verste afstand. Hoezo een waanidee, hoe krijg je het verzonnen.

Ik hoop dat e.e.a. gaat veranderen, hopelijk naar vier sectoren waarbij de afstand midden in de sector 400 km is. Zo zouden mijns inziens alle mid-, dag- en overnachtconcoursen moeten zijn: vier sectoren (het land in de lengte en in het midden verdelen) en de afdelingen opdoeken.

Alleen zo is de duivensport te redden.

Petitie

Tenslotte kreeg ik nog een mailtje binnen met de vraag een petitie te tekenen tegen roofvogels.

Uiteraard ben ik een tegenstander van roofvogels, maar denken wij nu echt dat wij met 17.000 duivenmelkers het gevecht kunnen winnen van milieu- en diergroeperingen? Ik hoef hopelijk niemand uit te leggen dat wij aan het kortste eind zullen trekken en slapende honden wakker gaan maken.

Onze producten zijn vanaf heden ook te koop bij:

Dierenspeciaalzaak Leyen
Venlosesteenweg 136/A, 3680 Maaseik
België
Telefoon: +32 89 56 45 69

Lasterie Shop
Franziskusstraße 21, 49767 Twist
Duitsland
Telefoon: +31 6 27993304

Wielink Dierenbenodigdheden
Kraton 5, 8271 RR IJsselmuiden
Overijssel
Telefoon: 038 332 7686

Let op: Wielink is een groothandelaar, dus geen particuliere verkoop. Neem even contact met ze op voor een verkooppunt bij u in de buurt.

Goede duiven heeft in principe iedereen, de een wat meer dan de ander. Helaas lukt het lang niet iedereen om het maximale uit zijn duiven te halen. Dit zit hem vaak in de kleine dingen. Zelfs een waterader kan verschil maken en bepaalde planten in de omgeving van het hok ook.

In dit artikel geef ik enkele tips hoe je het maximale uit je duiven kunt halen.

Tip 1: Vermijd slechte verluchting, vocht en overbevolking op het hok

Om goed te presteren moet er voldoende zuurstof en geen overbevolking op het hok zijn.

Tocht
Tocht moet je vermijden, dit gaat vastzitten in de koppen van de duiven waardoor hardnekkige ornithose (chlamydia) kan ontstaan en daar ben je niet zomaar vanaf. Ornithose (chlamydia) is na paratyfus de grootste veroorzaker van slecht presteren.

Hoe vermijd je slechte verluchting?
Het beste kun je ervoor zorgen dat de duiven niet direct in de luchtstroom zitten, dus boven de duiven alles dicht en alleen verluchten aan de voorzijde van het hok.

Vocht
Vocht is je grootste vijand en is slecht voor zowel mens als dier.

Hoe vermijd je vocht?
Vocht vermijd je middels goed verluchte hokken en door alles dicht te houden met nat en miezerig weer. Lavakorrel zorgt ervoor dat al het vocht in het hok geabsorbeerd wordt. Hierdoor heb je jaarrond een droog klimaat op het hok.

Overbevolking
Overbevolking op het hok is nooit goed. Teveel duiven in één ruimte leidt tot een tekort aan zuurstof en zal resulteren in een vochtig hok. Onthoud deze stelregel: er zijn maar heel weinig goede duiven, dus steek je aandacht alleen in de allerbeste. Duiven waar je aan twijfelt kun je het beste opruimen.

Hoe vermijd je overbevolking?
Een richtlijn voor overbevolking: in een hok van 2h x 2b x 2l kun je het beste niet meer dan 18 vliegduiven plaatsen. Wanneer ze gekoppeld zijn, zijn het er al 36 en dan zie je het vochtgehalte al omhoog schieten.

Tip 2: Geef jaarrond een hoogwaardige, gevarieerde voeding

Het is beter voor de spijsvertering dat de duiven het gehele jaar dezelfde uitgebalanceerde mengeling krijgen, zoals de Championsmix.

Tip 3: Vermijd medicatie zoveel en zolang mogelijk

Om duiven langer bruikbaar te houden moet je de medicijnenkast zolang mogelijk dicht te laten. Op deze manier bouwen de duiven zelf hun basisconditie en weerstand op en blijven ze langer fit, omdat er niet aan gesleuteld wordt.

Mijn tip is om het drinkwater regelmatig te verzuren, of dat nu met Naturaline, knoflook of wat dan ook is. Dit is beter dan naar medicatie grijpen. Wondermiddeltjes bestaan trouwens niet. Dat is één ding dat zeker is.

Tip 4: Neem niet alles aan van iedereen!

Veel liefhebbers zijn niet standvastig genoeg en luisteren naar iedereen. Hier is op zich niets mis mee, maar betekent dit dat je ook direct alles van iedereen moet aannemen en opvolgen? Mijn advies is om voor jezelf een plan uit te stippelen en hier langere tijd 100% voor te gaan. Niet iedere week iets anders proberen. Wij mensen hebben de tijd nodig om aan iets te wennen, maar de duiven ook.

Overige tips, speciaal voor de twijfelaars onder ons

Houd het simpel, observeer en selecteer vooral op gezondheid. Tevens is het raadzaam om niet te lang met stokoude duiven aan te modderen. Een duif die ooit een goede gegeven heeft en nadien niets meer, is geen kweker. Weg ermee dus.

Pas ook op met luizen en motjes, vooral door mijten aangevreten pennen kunnen een seizoen in duigen laten vallen. Mijns inziens zijn de luisdruppels van Schroeder het beste luis- en ongediertemiddel. Eén paar keer per jaar een druppel in de nek zal ervoor zorgen dat alle duiven zuiver zijn.

Duivensport hoeft niet ingewikkeld te zijn. Houd niet teveel duiven, zodat je het overzicht kunt bewaren. Eigenlijk moet je alle duiven op je hok uit je hoofd kennen en weten waar ze uit komen, zonder het op te moeten zoeken. Dit is een teken dat je er teveel houdt.

Alles valt of staat met goede duiven. Hoe slecht je ook speelt, houdt jaarlijks de beste vijf duiven door en ruim alles wat zichzelf niet gezond kan houden op. Binnen enkele jaren zul je de prestaties omhoog zien gaan.

Een goede verzorging is belangrijk, houdt dus niet meer duiven aan dan je aankunt. Duiven houden van regelmaat. Duiven met stront aan hun poten in het vliegseizoen kan echt niet, dan moet je jezelf als duivenmelker schamen (lavakorrel op de bodem zorgt er trouwens voor dat duiven altijd schone poten hebben).

Met duiven rijden die goed trainen heeft geen nut. Met duiven rijden die niet trainen nog minder. Vaak zijn deze duiven niet gezond of te zwaar.

Duiven met blauw vlees duidt altijd op teveel eiwitten in het voer, voer van een slechte kwaliteit en/of een slechte verluchting.

Zulke duiven zullen tot topprestaties komen wanneer je de bovenstaande tips opvolgt. Op ieder hok zit wel een goede duif, het is aan de liefhebber om hier het maximale uit te halen.