Het is gezond voorjaarsweer met vorst in de nacht en zon overdag. De oude duiven vliegen graag met zulk weer, wat betekent dat spierblessures niet veraf zijn. Geblesseerde duiven lijken te zijn uitgeschakeld, maar sommige herstellen er ook van.

De duiven vliegen soms te gek met dit weer. Met zon en wind klieven ze door de lucht. De roofvogels die hier dagelijks op ze jagen zorgen echter vaker voor blessures. De eerste jonge duiven zijn reeds ten prooi gevallen. Ik kreeg een foto toegestuurd van een uitgeplozen duif met mijn telefoonstempel erin.

Ik speel hierop in door genoeg jongen te kweken, de roofvogel kan ze toch niet allemaal oppeuzelen. Ik tel mijn duiven niet en zie wel wat er nog zit als de chipringen omgaan. Zo sta ik er ook in met opleren, ze gaan gewoon weer één voor één los.

Duiven die weg zijn kosten mij geen geld meer en het gaat om degene die overblijven. Ik heb onlangs alle duiven die er niet meer zijn (jong en oud) uit de klok verwijderd en je staat ervan te kijken hoeveel er elk jaar afvallen.

Goede duiven zijn er betrekkelijk weinig. Duiven die meermaals per honderd- of duizendtal winnen kan je vaak in één mand houden. De rest is bladvulling in mijn optiek. Zoals ik al eens zei: steek de duiven die 3x per duizendtal wonnen maar eens in een mand, dat zijn in mijn ogen de echte goede duiven.

Niet zozeer de Asduiven die toevallig niet missen. Zo heb ik in eigen vereniging al meerdere jaren de kilometervreter: de duif met de meeste prijskilometers. Vaak horen die niet eens in de top 20 van mijn beste duiven thuis.

We beginnen een week later aan het vliegseizoen. Niet wegens corona of de vogelgriep, maar omdat de belangen tegenwoordig schijnbaar alleen bij enkele meerdaagse vluchten liggen en niet bij de rest. Het gehele vliegprogramma lijkt daarop te worden afgestemd.

Nu heb ik altijd wel wat te melden, maar ik tel in ons vliegprogramma toch echt 17 trainingsvluchten tegenover 38 wedvluchten. Bijna de helft, dus. Waarvoor houden we duiven, denk ik dan. We betalen lidgeld om ze te laten trainen in plaats van concoursen.

Mijn planning voor 2022

Uiteindelijk wijzigden hierdoor mijn strijdplannen. Waar ik de vliegduiven voorheen tegen de laatste week van januari koppelde en nog 10 dagen liet nabroeden op hun tweede nest, pakte ik het dit jaar anders aan.

De vliegduiven zijn in de eerste week van januari gekoppeld, hun jongen zijn nu 14 dagen oud. De duivinnen zijn er afgezet voordat ze bij gingen leggen. Alle jongen staan op de grond in hun broedschotel en de woonbakken staan voor de helft dicht.

De doffers zorgen voor de jongen. Tussen de middag gaan de doffers los en mogen de duivinnen – die dan al een uur hebben getraind – binnenkomen op het dofferhok en een uur zorgdragen voor de jongen. Het lijkt wel of alles dubbel gevoerd wordt, want ze groeien als kool.

De duivinnen zijn inmiddels verduisterd. De doffers worden verduisterd zodra de jongen hun eigen hok in gaan. Ik laat ze in de tweede week van april drie dagen samen en leer dan eerst de doffers op, daarna de duivinnen. Met de partner thuis, dus.

Eind maart voert de dierenarts een algemene controle uit. Vindt hij niets, dan krijgen de duiven niets. Hun medische voorgeschiedenis: eind september een tiendaagse paratyfuskuur gevolgd door een enting en in de derde week van oktober een paramyxo-enting, een kwart Flagyl tegen tricho en in de nek een luisdruppel van Schroeder.

In het water zat het gehele najaar Naturaline of Sedochol (tot de koppeldatum). Dit wisselde elke dag. Na het koppelen weer alleen Naturaline om de dag. Op het voer gaat elke dag Origanum Red en aan iedere kilogram voer wordt zo’n 200 gram Champions Mineralenmix toegevoegd. Tweemaal per week gaat daar nog Prestavit overheen.

Hier moeten alle duiven (vliegers, kwekers en jongen) het mee doen. Dat gaat prima, want ze zien er super uit. De kweek verliep goed, dus ik verwacht geen problemen bij de controle eind maart. Er worden geen duiven bijgehaald en ik koop ook geen bonnen. Alles wat hier zit heb ik zelf grootgebracht.

De jongen worden eenmalig tegen paramyxo/rota geënt, gevolgd door een pokkenenting met het kwastje en een paratyfusenting. De bijproducten en open hok zorgen voor een goede basisweerstand. Duiven die hiermee niet gezond blijven worden verwijderd, oude duiven ook.

Duiven die niet in contact komen met duiven van andere hokken kunnen elkaar niet snel besmetten. Ziektes die in het kweekseizoen de kop op steken zijn vaak al maandenlang sluimerende en werden in het najaar niet aangepakt door de liefhebber. Denk aan paratyfus, wormen, coccidiose en tricho. Ziektes die duiven vaak in de mand opdoen.

Vandaar dat ik nooit deelneem aan een trainingsvlucht zonder uitslag. Daarmee kan je alleen onnodig onheil op de hals halen. Ik geloof ook niet zo in trainingsvluchten voor oude duiven. Als die goed aan huis trainen, kan je die prima meteen op 145 km zetten.

Ik ken hokken die hun jongen überhaupt niet opleren en ze gelijk voor de leeuwen gooien op de eerste vlucht. Vaak hebben zij dan wel wat meer verliezen, maar dat staat in schril contrast met de verliezen van liefhebbers die ze dan al 20x hebben weggebracht.

Ik heb er zelf geen ervaring mee, want ik leer mijn jonge duiven altijd gedegen op. Ik moet wel bekennen dat ik mijn overnachtjongen wel gelijk op 145 km had gezet zonder ze op te leren. Geen verliezen.

Tot zover mijn planning voor hopelijk een goed seizoen 2022.

We hebben een erg zachte winter gehad met veel regen. Alle sloten en poelen lopen hier haast over van het vele water. Dit betekent meestal dat er een droog en goed voorjaar aankomt. Het is daarom jammer dat we veel te laat starten met de eerste prijsvluchten.

Het zal vooral voor de vitesse spelers in Brabant 2000 frustrerend zijn om 2 april 60 km, 9 april 100 km en 16 april 145 km als oefenvlucht te moeten spelen. Drie mooie vluchten waar alleen vrachtgeld wordt opgehaald, geen uitslag. Men zal zien dat we dan prachtig duivenweer hebben en de week erop tijdens de eerste prijsvlucht (145 km) regen.

Ik vind dat afdelingen en/of samenspelen altijd een uitslag moeten maken boven de 100 km. Laat hem dan maar niet meetellen voor de kampioenschappen. 90% van de liefhebbers wil met duiven spelen en heeft niets met regionale kampioenschappen, laat staan nationale kampioenschappen. De meeste willen hun duiven in wedstrijdverband spelen en zich meten met de concurrentie.

Als er een uitslag is zullen meer mensen meer duiven meegeven dan wanneer er geen uitslag is. Ik begrijp niet dat de afdelingsbesturen dit niet snappen. Ze hebben in Brabant al zoveel opleervluchten gehad – in het verleden zelfs midweeks – waar geen enkele interesse voor was.

Mensen gaan geen dure vrachtgelden wegsmijten om hun duiven voor jandoedel mee te geven, dat doen alleen overnachtspelers. Het is jammer dat de duivensport steeds meer alleen op die categorie liefhebbers wordt afgestemd.

Houd een ieder te vriend en kom ook die enorm grote groep vitesse spelers tegemoet. Daarbij zijn één of twee opleervluchten van 60 km in het voorjaar meer dan genoeg om de duiven op in te vliegen.

Beter hadden ze van de 100 en 145 km gewoon prijsvluchten gemaakt, zodat een ieder kan genieten van die vaak mooie voorjaarsvluchten. Nogmaals, laat ze niet meetellen voor de kampioenspunten, zodat niemand zich bezwaard voelt om mee te moeten doen.

Zo begonnen we vorig jaar 17 april gewoon met 145 km, er was een enorme deelname in ons samenspel. We hadden prachtig weer en nu vindt men het noodzakelijk om een week later te beginnen. Waarom de duivensport zo graag de afgrond in willen duwen?

Ik krijg regelmatig filmpjes toegestuurd met daarin liefhebbers wiens duiven pinda’s uit hun hand of mond pikken. Ieder zijn ding, denk ik dan. Zelf heb ik niets met tamme duiven.

In het totale weduwschap moet je zeker niet teveel aandacht aan de duivinnen schenken, anders zit je zo met een hok parige duiven en dan kan je het wel vergeten.

Zo had ik ooit een tamme duivin die mij zelfs op het land opzocht. Toen ik daar aan het werk was, kwam ze uit de lucht zo op mijn schouder zitten. Ze bleef achter van de vluchten en had daarvoor ook niet één fatsoenlijke prijs gewonnen. Je ziet dat vaak met die staartslepende duivinnen, dat zijn niet de beste.

Toch zijn mijn duiven ook niet bang. We geven elkaar gewoon de ruimte. Als ik iets moet veranderen in het hok, doe ik dat waar de duiven bij zijn. Hetzelfde geldt voor de hokken uitkrabben. Wat ik niet doe is duiven onnodig pakken.

Verder ga ik het hok in met de kleding die ik op dat moment aan heb. Loop je altijd met een stofjas in het hok, dan reageren ze daar op wanneer je die niet aan hebt.

Wanneer Jan hier op bezoek is verbaast hij zich er altijd over dat de duiven zo rustig zijn als we door de hokken lopen. Ik denk dat wanneer je zelf niet gehaast het hok betreedt, de duiven rustiger op je reageren.

Zelf ben ik door mijn rugklachten niet zo vlot meer met bukken, vandaar dat ik wel eens onnodig misgrijp met beschadigde pennen als gevolg. Zo maak ik de hokken altijd donker wanneer ik ze in de manden ga stoppen.

Ik las het artikel straathonden en rashonden op de website van A.S en inderdaad, met kruisingen kan je zeer goede resultaten boeken. Je moet daarvoor wel eerst over een goede kwaliteit duiven beschikken, het liefst licht ingeteeld om mee te kunnen kruisen.

Ik heb vroeger stad en land afgezocht naar ‘beter’ en dat was zeker niet de juiste weg. Altijd maar denken dat een ander betere duiven had… Ik verdenk mezelf er nog van dat ik daarmee in 2012 paratyfus op mijn hok heb gehaald. Blijf je te lang aan de gang met aangeschafte duiven, dan zal je hok eerder verzwakken dan versterken.

De laatste 5 jaar halen Jan en ik soms één of twee nieuwe duiven uit het beste wat verkrijgbaar is en ons budget toelaat. Die gaan vervolgens tegen mijn beste duiven om er vier jongen van te kweken, niet meer. Graag zie ik als jong direct resultaat en moet één van die vier een goed jong zijn.

Vallen de prestaties hiervan tegen, dan krijgt de aangeschafte duif nog een jaar de tijd op een mindere kweker en wordt ‘ie ook nog een jaar bij Jan getest. Hierna is het game over. Over het samenkweken de laatste jaren ben ik overigens zeer tevreden.

Bijhalen is soms noodzaak, maar met een hok dat uit duiven van 20 verschillende liefhebbers bestaat, geraak je nooit bij de beste des lands. Als je in één jaar van 10 verschillende mensen duiven haalt en die met elkaar gaat kruisen, is dat gedoemd te mislukken. En dan heb ik het nog niet over wat je allemaal op je hals haalt qua besmettingen van al die verschillende hokken.

Marathonavontuur

Het marathonavontuur pakte ik iets anders aan, want daarmee wilde ik gewoon onze producten testen op eigen hok. We haalden van enkele liefhebbers wat late jongen uit hun beste duiven. Deze laatjes werden op zicht tot zes koppels geselecteerd en onderling gekruist. Het jaar erop werden uit die laatjes 20 zomerjongen gekweekt en in de late mand ingespeeld.

Als een- en tweejarige werden die zomerjongen op enkele oude pennen getest met de 1e Agen in het NIC Hoogerheide en de 21e nationaal. Als tweejarige is al wat overbleef eenmaal op een middaglossing gespeeld en won ik de 1e en 2e in het NIC Etten-Leur van Libourne en de 8e NPO tegen 3.188 duiven. Hier stopte voor mij het marathonspel wegens gebrek aan tijd en interesse.

Deze prestaties zijn nietszeggend en zullen vast op geluk zijn gebaseerd, maar er zijn liefhebbers die louter marathon spelen en dit in 10 jaar niet voor elkaar hebben gekregen. Kortom, ga met topmateriaal kweken, gelijk testen (hoe jong dan ook) en wat daarvan overblijft, daarmee moet je verder.

Wat opviel was dat de betere ook op de invliegvluchten als eerste arriveerden. Deze duiven zaten in een open hok en vertoefden hele dagen los buiten. Op de verplichte entingen na zagen ze in hun hele leven maar één medicijn en dat was een scherp mes.

Uiteraard zijn die overnachtduiven gevoerd met de eigen Championsmix, NPO-mix en bijproducten. In de week voor inmanden kregen ze tot 50% NPO-mix met in de laatste vier dagen voor inkorven Octavit over het voer.

Stilte na de storm

Op eigen hok was het vandaag stilte na de storm. De jongen zijn lekker buiten geweest en de kwekers mochten badderen.