Ik zag op de website van A.S. het vliegprogramma voor de jonge duiven in België. Je ziet goed dat er wordt ingespeeld op massa-inkorvers. Maar wat ze in België teveel hebben, hebben wij waarschijnlijk te weinig: selectieve jonge duivenvluchten boven de 400 km.

Bezoek

Gisteren kwamen vader en zoon Verkerk op bezoek en hebben we gezellig over duiven gekletst en ze ook nog even bekeken. Bas is een man van weinig woorden, maar het leek erop dat hij de duiven hier wel kon waarderen.

Dat hun duiven gewild zijn over de hele wereld was onlangs te zien aan hun fantastische gemiddelde bij PIPA. Er zijn maar 3 van de 50 te koop gestelde duiven in Nederland gebleven.

Ze brachten nog drie mooie jonge doffers mee waaruit ik er één heb gekozen. Een halfbroer van Wonder Woman, die in 2016 1e nationaal Asduif WHZB werd. Deze doffer gaat op een dochter uit Super Rossi x Scheele 28 (volle zus Super Daisy). Haar zus – ook een zomerjong – is gekoppeld aan de zoon uit Uranus van Willem. Ik hoop dat de nakomelingen hier of bij Jan voor spektakel gaan zorgen.

Stilstand is achteruitgang, daarom ploeg ik voort en richt ik mijn blik op de toekomst. Behaalde resultaten in het verleden keren niet meer terug, het gaat om de uitdagingen die nog in het verschiet liggen.

In 2012 ontmoette ik Willem de Bruijn voor het eerst toen hij hier met Ad Schaerlaeckens duiven kwam opwachten vanuit Orléans. Meestal wordt dat een slechte vlucht, maar die keer eindigde ik met vijf duiven op teletekst. Nadien hebben we het contact onderhouden.

Willem zit niet meer op veel aanloop aan huis te wachten, dus verkoopt hij jaarlijks een ronde zomerjongen van zijn beste duiven. Hij kweekt meerdere rondes uit zijn toppers en maakt daar een selectie van die naar de verkoop in Thorn kan. Wie niet mooi genoeg is, gaat schijnbaar gewoon naar de poelier.

In mijn ogen ben je pas een waardig kampioen als anderen ook met jouw duiven presteren, en dat doet men met de duiven van Willem.

Hoe vaak heb ik de Belgen al niet heb horen roepen: “dat moeten ze hier eens komen presteren”. Nou, dat deden ze dit jaar met de 1e nationaal Limoges, 1e nationaal Argenton en 1e nationaal Châteauroux. Vorig jaar werd de 1e nationaal Châteauroux en 1e nationaal Angoulême behaald in België, de bakermat van de duivensport. Alle winnaars zijn gekweekt uit duiven van de Nederlandse Willem.

Of wat te denken van de volgende feiten:

– de 1e nationaal Angoulême gekweekt uit een duif aangekocht op de Gouden Duif 2013.

– de 1e nationaal Châteauroux 2018 gekweekt uit een duif aangekocht op de Gouden Duif 2014.

– de 1e nationaal Châteauroux 2019 gekweekt uit een duif aangekocht op de Gouden Duif 2015.

Bij de schenking ten bate van de Gouden Duif is de kans dus groot dat er weer een pareltje te koop komt. Ik zal overigens de successen op de Nederlandse hokken maar achterwege laten, die lijst is me te lang.

Verkoopkrant van De Duif

Aangezien er met deze donkere dagen weinig te beleven valt, heb ik de verkoopkrant van De Duif eens grondig doorgespit. Daarin zag ik drie toppers van Willem en dat zijn Uranus, Murphy’s Law en Aleksej. Uranus werd 2e nationaal Asduif en is dit jaar vader van de 1e nationaal Asduif.

Nu heb ik het geluk te beschikken over twee kinderen van Murphy’s Law door middel van samenkweek en één zoon die ik heb gekregen van Willem uit Uranus.

De zoon uit Murphy’s Law staat hier gekoppeld aan Athena’s Rossi, 1e provinciaal Asduif en dochter van Super Rossi. De dochter van Murphy’s Law – en dat is een plaatje – staat gekoppeld tegen Lichte Super Rossi met 3x teletekst. Van hem verwacht ik overigens spektakel op het kweekhok.

De zoon uit Uranus staat hier gekoppeld tegen een volle zus van Super Daisy met een 1e NPO Argenton op haar conto. Zij is dus een dochter uit Super Rossi x Scheele 28.

Nu is het niet mijn bedoeling om de verkoop in Thorn te promoten (die promoot zichzelf wel), maar gewoon te eren wie ere toekomt.

Zo proberen we ieder jaar te verbeteren en dat kan alleen met uitstekende duiven. Die zijn er de laatste jaren gekomen en dan denk ik ook aan de twee kinderen uit de Olympiade duif van Herman Bevers, waarvan één al vader is van een 1e provinciaal/NPO hier dit jaar.

Ook uit de doffer van Jelle Roziers (uit de 1e x 2e nationaal Asduif KBDB) zit al een topduivin. De vijf duiven uit de beste van de Gebr. Scheele hebben hier al meerdere topnazaten gegeven. Nu waren dit vorig jaar voornamelijk zomerjongen, maar ze gaven al gelijk goede nakomelingen. Vandaar ‘wat goed is komt snel’.

“Heeft u zich al opgegeven voor het nieuwe NPO bestuur? Velen van u staan te schreeuwen aan de zijlijn, dus ik denk dat het vinden van nieuwe mensen geen enkel probleem is” las ik op de website van Gert Jan Beute. En daar zit een kern van waarheid in.

Er zijn vaker mensen van de troon gestoten, maar hun opvolgers deden het niet altijd beter. Eén ding is zeker: de eventuele opvolger wacht een zware taak. Natuurlijk zette Maurice reuzenstappen terwijl hij beter met kleine stappen had kunnen beginnen, maar vaak moet er geforceerd worden om iets te bereiken. Dat dit gedoe de duivensport niet ten goede komt, is ook zeker.

Wij liefhebbers willen gelijke kansen en mooie concoursen. Ik ben tegen concoursvervalsing en dan heb ik het bijvoorbeeld over kampioenschapspunten uit zwakkere samenspelen halen voor nationale, provinciale of WHZB kampioenschappen.

Het kan toch niet de bedoeling zijn dat we op de hoogste podia telkens verschillende duiven zien? Welk kampioenschap moeten we dan nog serieus nemen? Nu staan mensen met een 1e provinciaal Asduif er vaak niet eens bij. Of mensen die provinciaal niet eens bij de eerste vijf Asduiven staan, maar nationaal wel hoger staan dan de 1e provinciaal Asduif in zijn afdeling?

Sommige ‘kampioenen’ staan op terwijl ze dat helemaal niet zijn. Ik heb het in meerdere afdelingen gezien: mensen die op nationale podia hoger staan dan in hun eigen Rayon of afdeling. Of liefhebbers die door een herindeling veranderen van kampioen in krabber of andersom.

Moest ik dingen veranderen om de duivensport aantrekkelijker te maken, dan begon ik met alle kampioenschapspunten uit de afdelingen te halen en vier van de vijf dagfondvluchten seminationaal te vervliegen alsmede vier van de zeven midfondvluchten en drie jonge duivenvluchten.

We kunnen Nederland prima in vier of zes gelijke delen opdelen. Ook kunnen we daar mooie prijzen aan verbinden door bijvoorbeeld sponsoren aan te trekken, de vrachtprijs iets te verhogen of door enkele exclusieve bonnenverkopen te houden.

Verder mooie reportages van de winnaars in plaats van de enkele regeltjes die ze nu krijgen, terwijl een beste hokprestatie een halve bladzijde krijgt.

Op die elektronische veranderingen zit niemand te wachten, 80% van de liefhebbers is immers bejaard. We staan aan de afgrond en dat draai je niet meer terug, dat had 30 jaar eerder gemoeten. We kunnen er wel voor zorgen dat iedereen de komende jaren de mogelijkheid krijgt om op zijn of haar manier van deze hobby te genieten.

In deze periode is er weinig te doen op de hokken. Hier en daar pas ik wat aan. Op het jonge duivenhok maak ik alle bakken die laag aan de grond zitten dicht, zodat ik minder hoef te bukken en het vloeroppervlak kleiner wordt waardoor ik de duiven gemakkelijker kan pakken.

Mijn rugklachten spelen vaker op, dus speel ik daar op in. Ik kweek iets selectiever, dus minder jongen dit jaar. Ik wil er nog wel een dikke 100 omdat ik graag selecteer. Er passen zonder problemen 250 jonge duiven op mijn hokken, dus die 100 à 120 hebben genoeg plaats om te zitten.

Mijn oude duivenhokken raken ook niet overbevolkt. Er zitten 24 koppels op een hok waar een ander 50 koppels in zou zetten. Zo had ik dit najaar een buitenlandse delegatie op bezoek die de kwekers en vliegers wilde zien. Nadat ik de vliegduivinnen- en doffers had laten zien, kreeg ik de vraag waar de andere vliegduiven waren. Ze dachten dat ik hier met 100 oude duiven vloog!

Ik ga graag met duiven om, maar hang niet aan een duif en laat duiven ook niet het voer uit mijn mond pikken. Ik pak ze zelden, alleen om in te manden of omdat ik vermoed dat er iets niet pluis is. Daarbij kan ik slecht duiven verzorgen die geen toegevoegde waarde hebben, die verwijder ik het liefst zo snel mogelijk. Zo ben ik altijd geweest.

Tijdens mijn verkoop in 2006 verkocht ik 50 oude duiven die bijna allemaal een 1e hadden gewonnen, op teletekst hadden gespeeld of Asduif waren. Ballast had ik toen niet nodig en nu nog steeds niet. Is mijn vertrouwen in een duif weg, dan vertrekt hij. Zo simpel is dat, wat ‘ie ook gekost heeft.

Anderzijds heb ik ook wel eens duiven aangehouden waar ik een rotsvast vertrouwen in had, terwijl er de eerste twee jaar geen veer uit kwam. Zij bleken later toch een goede kweker te zijn, wat er door pech of een verkeerde partner eerder niet uit kwam.

Kortom, duivensport blijft moeilijk, maar ik laat me vooral leiden door eigen initiatief en inzichten.

Na al het fysieke ongemak dit jaar maak ik me minder druk om randzaken rondom de duivensport en doe ik alleen nog waar ik achtersta. Verder behandel ik mensen hetzelfde zoals zij mij behandelen, of het nu vrienden zijn of niet.

Veilingen

Ben je nog op zoek naar aanvulling voor je kweekhok? Op P-BAY eindigen morgen en overmorgen twee veilingen van Brabantse tophokken: Colijn-Fox en De Hoogh & Zoon. Beide zijn hokken met kwaliteit onder de pannen. Ik vlieg ertegen, dus ik weet waar ik over praat.

Testproducten

Over het testproduct voor een betere bevruchting nog dit: veel wondermiddelen bestaan uit fabeltjes. Hier kan men Spirulina aan toevoegen wat mij betreft. De twee oudere kwekers alsmede enkele zomerjongen doffers waren onbevrucht.

Nu worden er vanuit het buitenland kruidenpillen opgestuurd die je vijf dagen achtereen moet geven. Ook die worden uitgetest op de twee oude kweekduiven. Ik houd u op de hoogte, al zijn ook hiervan mijn verwachtingen laag.

De afdelingen schijnen zich ook te gaan bemoeien, het NPO-bestuur krijgt het er moeilijk mee. Ik houd me afzijdig en focus me op het nieuwe seizoen.

Aankomend weekend stofzuig ik de hokken waar de jonge duiven ingaan. Eerder had ik ze al uitgebrand. Eens in de drie jaar spuit ik alle hokken zuiver met een hogedrukreiniger. Dit jaar heb ik alleen met de bladblazer overal het stof weggeblazen, ook van de plafonds.

Ik hoef er nu dus alleen nog maar met de stofzuiger langs te gaan. De mest en lavakorrels had ik in de derde week van september al verwijderd, toen de overgebleven duiven naar de oude duivenhokken gingen.

Ik vind dat jonge duivenhokken minstens vier maanden leeg moeten staan voordat er een nieuwe lichting ingaat. Vroeger op de oude hokken was ik zo gek dat ik ze elk jaar ging kalken vanbinnen. Ik mengde daar zelfs Halamid doorheen. Zoals altijd komt verstand met de jaren, dus op de nieuwe hokken sinds 2007 geen kalk meer op de wanden.

Wel zijn de vloerbalken in carboleum gezet, waar insecten en muizen niet tegen kunnen. Op de oude hokken zaten zelfs het ribwerk van de wanden en de kap in carboleum. Ik heb daar nooit één mot op het hok gezien.

Als de hokken met de stofzuiger gedaan zijn, gaat er weer nieuwe lavakorrel in. Vervolgens kan de eerste ronde jongen eind januari weer op zijn plek.

De jaarling vliegduiven hebben op een enkeling na hun laatste pen gegooid. Zij krijgen nog tot half januari om de dag Sedochol in het water en voederolie over het voer.