In Op (de) Hoogte kon je lezen dat men rekening wil gaan houden met de werkende mens en daarom later wil starten. Ik kan dit niet goed plaatsen, want in de afgelopen 60 jaar werkte 80% van de liefhebbers tegenover nu een kleine minderheid. De gemiddelde duivenmelker heeft de pensioengerechtigde leeftijd, toch zeker als ik in eigen omgeving rondkijk.

Daarnaast wordt de term ‘roofvogels’ gebruikt. Gisteren las ik echter op PIPA dat die ook in de zomer massa’s jongen oppeuzelen. Het kan aan mij liggen, maar ik begrijp het dus niet. Ze kunnen hun argumenten denk ik beter niet meer laten leiden door een wekelijkse poll waar amper mensen op reageren.

Het weer is de laatste jaren in april en mei geregeld beter geweest dan in augustus. Je zou dan maar in augustus met de jonge duiven moeten starten.

In die 30 jaar dat ik aardbeien teelde, plantten we de jonge stekken van 25 juli tot half augustus. We begonnen met 30 graden en eindigden medio augustus in de stromende regen. Daarna volgde vaak beter weer halverwege september. Als ik op dit moment naar buiten kijk, is het niet veel anders.

Ook dit soort data kan je terugvinden in databases die weersgegevens verzamelen van over de jaren. Zoiets kan bijvoorbeeld wel tot goede onderbouwingen leiden. Een taak voor het NPO-bestuur, misschien?

Als de basis goed is, kan je daar jaren mee vooruit. Zo stonden in de afdelingswinnaar van Jan in Friesland wederom Blue Rocket en Miss Goldnugget (moeder Super Rossi en dochter Young Witbuik) aan de basis.

Duiven bijhalen blijft mijn hobby, maar ze gaan er vaak net zo snel uit als dat ze gekomen zijn. De laatste jaren kies ik vaker voor samenkweek, zodat de helft van de aanwinst een eigen duif is.

Je moet ook weer niet teveel nieuw bloed bijhalen, want je weet nooit wat die onder de leden hebben. Daarbij vervuil je de eigen stam sneller dan je denkt als je een duif die aardig wat gekost heeft, te lang tegen je eigen beste duiven laat kweken.

Hier zijn de meeste duiven verwant aan elkaar geraakt door selectie. Niet op bouw of afkomst, maar op prestaties. Je ziet dan dat de prijswinnende duiven veelal uit dezelfde lijnen komen. Bouw, ogen en pluim boeien mij niet. Wat heb je aan een mooi gebouwde duif die perfect gesloten is en een super oog heeft, maar amper blad kan raken?

Selecteren in de hand doe je vaak op persoonlijke voorkeur van dingen die je ziet of voelt. Je kan echter niet zien of voelen of het een goede wordt. Vandaar dat bij handselecties ongetwijfeld geregeld goede duiven naar de pot worden verwezen.

Hier geldt wel een selectie op gezondheid en na het seizoen dus op behaalde resultaten op het vlieghok. Een enkeling krijgt het vertrouwen als de prestaties niet doorslaggevend zijn.

Jaren als deze maken selecteren lastig. Je bent verplicht meer jonge duiven jaarling te laten worden, omdat ze niet op hardheid getest zijn met deze minivluchtjes. Ze kunnen nu super zijn en het boven 400 km af laten weten. De toekomstige dagfond en zware midfond duiven laten zich echt niet zien op deze korte loopjes. Je ziet dat ook bij overnachtjongen, die halen nu het blad niet eens.

Vandaar dat de NPO na zou moeten denken om volgend jaar een mooi jonge duivenprogramma te maken met enkele vluchten boven 400 km voor de kortste afstand. Laat de nalijn gelijk opgaan met alleen snelheidsvluchtjes, dan kunnen de mensen die angst hebben duiven te verspelen voor de nalijn kiezen en liefhebbers die wel hun jongen willen testen, dat doen op het jonge duivenprogramma.

Nu zie je dat de ene groep het voor de andere verpest en dat kan nooit de bedoeling zijn van een gezamenlijke hobby zoals de duivensport.

De dag begon gisteren miezerig en de vrachtwagen van Brabant stond met stukken. In principe dus niet erg dat de duiven wat later los gingen. Van Quiévrain (nalijn) was het Urana die in Rayon West de 1e wegkaapte tegen 7.417 duiven.

Eerder dit jaar won zij al de 1e in Brabant 2000 tegen 12.231 duiven van Péronne. Een toppertje, dus. Vorig jaar werd ze als jong 9e provinciaal Asduif. Ze komt uit de nieuwe sterkweker, zoon Uranus Willem de Bruijn x dochter Super Rossi.

De tweede arriverende duif was Miss Golden Eye, zij werd eerder 17e Asduif allround WHZB en komt uit het Golden Pair: Grey Millennium (zoon Millennium Koppel) x Golden Ace (dochter Super Rossi). Mijn derde komt ook uit dit Golden Pair.

De vierde is Mathieu, zoon Millennium koppel. Hij won al 5x een 1e prijs. Mijn vijfde is een dochter uit het Millennium koppel en de zesde een dochter van het Golden Pair.

Daarna kwamen de jonge duiven. Zij zaten erg hoog en hadden moeite met vallen, wat tijd kostte. Het werd 7e, 8e en 11e in Brabant 2000 tegen 10.909 duiven in het samenspel. Een ontketende Frans Damen zat voor mij met twee duiven. Zijn tweede en derde duif zijn overigens 50% Embregts-Theunis.

Mijn eerst arriverende duiven waren ditmaal:

  1. uit zoon Millennium koppel x dochter Young Witbuik.
  2. uit Bingo x dochter Golden Pair.
  3. uit broer Dragon Girl x dochter Golden Pair.
  4. uit Avatar (zoon Millennium koppel) x dochter Super Rossi.
  5. uit Olympic Lion (samenkweek 13 Herman Bevers x Olympic Millennium) x Athena’s Rossi (dochter Super Rossi).
  6. uit Golden Pair.
  7. dochter Millennium.
  8. uit zoon Millennium koppel x kleindochter Young Witbuik.
  9. uit Atlantic Verkerk x Dragon Girl.
  10. uit zoon Millennium koppel x kleindochter Young Witbuik.

 

Jan won in Friesland de 1e in de afdeling tegen 11.138 duiven met een echte topper. Deze duif stond niet voor niets als 1e getekende. Hij is een kleinzoon van Golden Super Rossi en Olympic Millennium. Verder was de uitslag niet best, dus nog volop werk aan de winkel in een korte periode.

Vroeger keek ik enorm uit naar de NPO-klassiekers voor jonge duiven. Ik sliep de nacht ervoor niet of nauwelijks. Ik herinner me Orléans 2012 nog goed. De duiven kwamen de vluchten daarvoor super en verkeerden in bloedvorm.

Ik besloot de duiven al op woensdagavond bijeen te laten. Op het moment dat ik de duiven wilde pakken, liep mijn vrouw het hok in. Er stonden controleurs aan de poort. Eerst dacht ik aan een controle voor mijn bedrijf, maar nee, het was een dopingcontrole.

Nu had ik daar al ervaring mee. In ‘97 en ‘98 won ik NPO Bourges, de vlucht waar ik destijds warm voor liep. In ‘99 won ik de 5e NPO Bourges. Bij het binnenbrengen van de klok had de gehele vereniging een smile van oor tot oor. Ik was namelijk in de verzamelloods gecontroleerd op doping.

Je hebt in aanloop naar Orléans natuurlijk liever geen mensen door je hok struinen om mest. Ik moest de duiven nog in de manden steken om ze in te korven. Toen ze weg waren, dat dus snel gedaan. Eenmaal in het lokaal, leek het of de manden leeg waren. Je zag niet één duif zitten door de 1-vaksmanden, die waren allemaal gaan liggen. Toen ik aan de beurt was, nam ik ze uit de manden en ze waren drijfnat. Bezweten en opgeblazen tot en met.

Het was voor mij duidelijk; niemand ging voor mij pakken. Die nacht niet geslapen en om 5u was ik klaar voor de dag des oordeels. Het werd een knaluitslag met vijf duiven in de eerste acht NPO tegen 7.795 duiven. Ik had er 45 mee en won 41 prijzen, waarvan 9x per honderdtal. Zoiets kon alleen door een plan te hebben en dat vanaf het spenen consequent uit te voeren.

Twee weken erna was het weer Orléans en werd ik verslagen door een duif die ik had weggegeven aan een vriend. Desalniettemin won ik zeven duiven in de eerste zestien NPO. De dopingcontroles waren overigens negatief, net als in 1999, 2010, 2012, 2015 en 2021.

Die geschonken duif aan die vriend kwam uit Blue Rocket, die in 2010 de 4e nationaal won van een loodzware Orléans (waarvan ik de snelste had tegen 60.000 duiven). Een andere dochter van Blue Rocket is de duivin van het Millennium koppel, waarvan de nazaten nu verantwoordelijk zijn voor de uitslagen van de laatste vier jaar.

Veel liefhebbers kampen met one eye cold, ik krijg er nog elke dag mails over. Soms ook mails met commentaar, maar daar reageer ik niet snel op. Toch zeker niet van overnachtspelers die een andere mening hebben over het jonge duivenspel. Daarbij verplicht ik niemand om mijn blogs te lezen.

Iedereen ziet en beleeft de duivensport op zijn eigen, unieke manier en het is moeilijk om je als outsider in te leven in wat zich binnen andermans afdeling afspeelt.

Maar goed, terug naar one eye cold. Eén mailer had goede resultaten door een ui op te hangen in zijn hok en daar alle dagen een stukje af te snijden. Wie dat wil proberen, ga je gang.

Ik weet dat er vroeger bij menigeen uien in pantykousen in de hokken hingen tegen de luchtwegen. Zo werden er ook gedroogde varens met mottenballen op het plafond gelegd tegen de muggen.

Bij mijn schoonvader bouwde ik in ‘89 mijn eerste hok van sloophout. Hij hield destijds varkens, dus op het hout zat carboleum, van de ribben van het binnenwerk tot de balken van de vloer. De varkens kwamen daar niet aan.

In de zomer bleef je die carboleum ruiken, het kwam zelfs door de binnenbetimmering heen. Nooit heb ik daar één mug gezien of luizen onder de duiven gehad, en de jonge duiven kwamen super op dat hok.

Jonge duiven

Mijn jonge duiven hebben inmiddels ook one eye cold gehad en dat is nu zo goed als weg. Ik heb ze behandeld zoals in mijn eerdere blog beschreven.

Zaterdag gaan de jongen voor de eerste keer zonder groepslossingen los. Met de westenwind is de ligging hier niet gunstig, daarbij geen massale aankomsten zoals voorheen.

In totaal dus twee vluchten; 145 km voor de late jongen (nalijn) en 245 km voor de ervaren winterjongen (programma). Voor een fanatieke jonge duivenspeler als mezelf is dat om te huilen, maar het is niet anders. Ik ben fanatiek met de jongen en speel dat spel nu eenmaal graag. In principe begint mijn voorbereiding al vanaf het spenen. Helaas is mijn lievelingsspel me zonder geldige reden ontnomen.

Op de trainingsvlucht van afgelopen woensdag zijn ook weer een boel onervaren jongen verspeeld overal, terwijl de oude duiven zo thuis waren. Wat verliezen betreft maakt het dus niet uit of we in juni of half augustus starten. Vele zouden misschien eens bij zichzelf te rade moeten gaan of ze in hun voorbereiding niet wat hebben laten liggen.