Nog twee nalijn en jonge duivenvluchten en dan zit het er weer op. De duivensport beleef ik vooral in de zomer en niet zozeer in de winter. Hoewel er weer veel kampioenschappen zijn gewonnen, heb ik daar minder mee.

De individuele prestaties van een duif staan bij mij hoger aangeschreven dan een hokprestatie. Ik kan onwijs genieten van duiven die iets gepresteerd hebben en dan zie ik het liefst duiven die meermaals echt kop winnen in plaats van een Asduif die elke keer net onder de kop vliegt.

Duiven die 1e prijzen winnen – vooral meermaals – zijn mijn favorieten en daar zet ik me voor in. Zo blijf ik genoeg jongen kweken om enkele pareltjes over te houden, al houd ik zeker niet meer dan 27 kweekkoppels door.

Het moet overzichtelijk blijven en ik speel nu eenmaal graag alle vluchten, behalve meerdaagse. Alle duiven op één vlucht riskeren om die ene vroege duif te pakken en daar naam op hopen te maken, zal ik niet snel doen.

Ik geniet liever elke zaterdag van vroege aankomsten. Daarbij geniet ik van een 1e prijs op 150 km net zoveel als een 1e prijs op 600 km. Waar ik minder goed tegen kan, zijn tegen prijsvliegers die elke week in de middenmoot presteren.

Als ze in de nestschotel liggen, zie ik vaak wel of ik goed of slecht heb gekweekt en of een koppeling is geslaagd of niet. Ik ken mijn eigen duiven door en door. Ze lijken steeds meer op elkaar, vaak kras of blauw van kleur.

Natuurlijk haal ik af en toe ook wat bij, maar niet meer dan één duif. Bevalt ‘ie niet, dan vertrekt hij ook snel weer. Dat beetje nieuw bloed of ‘melk in de koffie’ zoals Antoon van der Wegen destijds zei, brengt vaak verbetering in een licht ingeteelde stam duiven.

Ik hoorde dat Afdeling 5 op 18 september Orléans wil organiseren, andere afdelingen mogen ook aan die vlucht meedoen. Dit zou een prachtig initiatief zijn, mits andere afdelingen inderdaad ook deel mogen nemen.

De NPO zou zoiets moeten steunen, maar nogmaals, dan moet wel iedereen uit alle afdelingen mee mogen doen. Men moet dan per afdeling een inkorfplaats aanwijzen. Afdeling 7, 8 en 9 hebben al een groepsapp aangemaakt waar een en ander op te volgen zal zijn. Ik ben benieuwd.

Hier gaan nog tien koppels oude duiven (die de selectie hebben overleefd) mee op de nalijn. Zij zitten nog steeds op weduwschap, maar worden 11 september gekoppeld en mogen dan op eitjes komen wegens de vraag daarnaar. Uiteraard start ik de Baytril kuur dan pas wanneer ze op eieren zitten.

Aanstaande zaterdag spelen we weer Melun in verband met de zuidoostenwind die wordt voorspeld. Zoals ik gisteren al schreef, zijn mensen gek aan het worden. Men heeft zich door enkele personen aan laten praten dat een zuidoostenwind verschrikkelijk is. Niet bepaald toevallig wonen die personen in het oosten van de afdeling. Over eigenbelang gesproken.

Zoiets zou men pakweg 10 jaar terug toch niet kunnen bedenken? Moet je nagaan hoeveel macht schrijvende en schreeuwende personen tegenwoordig hebben op social media. Dat bestuurders daar zo gevoelig voor zijn, is onbegrijpelijk.

Men kan toch moeilijk elke vlucht met een zuidoostenwind verplaatsen naar een oostelijke losplaats, omdat er anders enkele personen denken ongunstig te zitten? Gaan we de vluchten met een westenwind dan ook verleggen naar een westelijke losplaats?

Mij maakt het allemaal niet meer uit, maar ik vind het af en toe moeilijk te begrijpen. Inderdaad, de wind bepaalt de prijzen, maar als je jezelf een kampioen acht dan moet je er ook staan als de wind wat minder gunstig is.

Ik vind ook dat je een ander geen zand in de ogen moet strooien. Aan duivensport is niets geheimzinnig. Het gaat om goede duiven, een goede begeleiding en verzorging en dan moet je maar afwachten hoe ze het op de vluchten doen. Het belangrijkste is dat je zelf geen steken laat vallen. Het nieuwe seizoen start hier direct na de laatste vlucht.

Ik heb heel wat felicitaties op de mail en telefoon gehad de afgelopen dagen, dat doet een mens natuurlijk goed.

De jonge duiven zien er nog steeds top uit en de mindere exemplaren zijn reeds verwijderd. Het zijn en blijven selectierondes, zoals in iedere sport. Vaak veren de overige jonge duiven dan op; er ontstaat meer ruimte in het hok en er worden nieuwe koppels gevormd. Laten we hopen op een positief effect.

Alles doorhouden doe ik sowieso niet, vandaar dat ik blij ben dat we nu een selectieve vlucht hebben gehad. Het liefst had ik hem natuurlijk nog 100 km verder gezien, zoals in de meeste andere afdelingen.

Maar dat gejammer over verliezen… Het zou beter zijn als iedereen zich bezighield met de duiven die er nog zijn. Bij Jan in Friesland zijn er ook veel weg, maar ik vertelde hem al dat hij zich daar niet druk om moet maken. Weg is pech, maar het gaat om degene die alle weersinvloeden overleven.

Zo snap ik ook het gejammer over een ZO wind niet. In het verleden hebben we daar nooit om gemopperd, maar nu blijft men erover bezig. Als ik om me heen kijk: mijn schoonvader had er vorige week 13 mee en 13 thuis, een overbuur 6 mee en 6 thuis, ikzelf 107 mee en 98 thuis. Wat nou verliezen?

De meeste beginnen al te klagen als de vlucht nog bezig is. Kijk eens op de meeste hokken wat er op de maandag na de vlucht nog achter is. Liefhebbers die zelf niet eens met duiven spelen, moeten al helemaal niet mopperen of schrijven. Daar gaat de duivensport aan kapot.

We leven in een ander tijdperk dan vroeger. Als ik op eigen hok kijk – en dan probeer ik alleen uit de beste te kweken – wordt amper 25% van de gekweekte jongen een jaarling. Als ik alles zou houden, zat hier nog zeker 65%. Het is mij echter om de betere te doen, niet om de thuiskomers.

Zo zijn er tegenwoordig steeds meer liefhebbers die hun plezier halen uit hoeveel duiven er nog terugkomen. Ik vraag me echter af wat je aan zulke laatkomers hebt, want die blijven vaak bij iedere tegenslag achter.

Het ene jaar kweek je nu eenmaal meer bruikbare jongen dan het andere, dat geldt voor iedereen, krabber én tophok. Zo heb ik jaren gekend waarin er veel toppers bij zaten, maar ook jaren dat er niet één bij zat. Ik kan dat niet verklaren, ze komen immers uit hetzelfde kweekhok.

Daarnaast zie je dat sommige kwekers het ene jaar wel doorslaggevend zijn en het andere jaar niet. Young Witbuik is van 2008 en bij Jan vliegt daar weer een topjong van rond. Kinderen van 2020 uit Young Witbuik gaven ook reeds goede bij Jan en mij. Dus, niet uit oude duiven kweken…? Als het maar goede zijn.

Wat bevruchten betreft, hij is van 2008 maar geeft niet één slecht ei. Ik moet daar wel bij vermelden dat hij nooit los heeft gevlogen. Zijn kleinzoon Super Rossi heeft wel drie jaar gevlogen en is van 2011, maar gaf al in 2019 zijn laatste jongen.

De oude Witbuik en Rocket lijnen zijn het na ruim 20 jaar nog niet verleerd bij zwaar weer, bleek gisteren. Hun nazaten maakten het mooie weer bij Jan Timmermans in Friesland en bij mezelf in Brabant.

Resultaten in Friesland

Jan begon met de 1e, 2e, 4e en 6e NPO tegen 6.769 duiven. Dat het zwaar was, zag je aan dat er tussen zijn 1e en 4e duif 22 minuten zat. De eerste twee duiven zaten 5 minuten los vooruit. De eerste vier duiven bij Jan komen uit:

  1. Zoon Young Witbuik x kleindochter Blue Rocket. Deze duif won vorige week de 15e NPO, het was dus geen toevalstreffer.
  2. Kleinzoon Blue Rocket x een duivin van Klaas de Jong uit Ee.
  3. Zoon Super Rossi (broer Athena’s Rossi) x kleindochter Millennium.
  4. Super Gold (kleinzoon Super Rossi) x dochter Golden Pair (Grey Millennium (zoon Millennium koppel) x Golden Ace (dochter Super Rossi)).

 

Resultaten in Brabant

Op eigen hok werd het 1e, 11e, 12e, 21e, 23e, 28e, 45e, 46e, 47e, 48e enz. NPO tegen 4.834 duiven. De duiven die hier als eerste thuis waren, komen uit:

  1. Dochter Golden Pair.
  2. Millennium Ace (9e nationaal Asduif en zoon Golden Pair) x Dragon Star (9e NPO Châteauroux en moeder Dragon Girl).
  3. Lichte Super Rossi (3x teletekst en zoon Super Rossi) x Witbuiks Blue (1e NPO La Souterraine, 11e nationaal Asduif en dochter Young Witbuik).
  4. Imperial Rocket (9e NPO Vierzon, zoon Fast Rocket en halfbroer Dragon Girl) x New Esmee (7e NPO Vierzon).
  5. New Millennium (zoon Millennium koppel) x Miss Golden Eye (17e nationaal Asduif WHZB en dochter Golden Pair).
  6. Urano Willem de Bruijn x Olympic Millennium (dochter Millennium koppel).
  7. Millenniums Winner (1e NPO Châlons-en-Champagne en kleinzoon Millennium koppel) x Olympic Flame (samenkweek Willem de Bruijn Murphy’s Law x Olympic Millennium).
  8. Olympic Lion (samenkweek Herman Bevers 13 x Olympic Millennium) x Athena’s Rossi (dochter Super Rossi).
  9. Zoon Millennium koppel x Rossi’s Warior (7e NPO Sens).
  10. Blue King (3e NPO Orléans) x Olympic Nugget (dochter Super Rossi x Olympic Millennium).
  11. Atlantic Bas Verkerk x Dragon Girl.
  12. Urano Willem de Bruijn x Olympic Millennium.
  13. Bingo (2e provinciaal en 22e nationaal Asduif) x dochter Golden Pair.

 

Referenties

Verder ontvang ik wekelijks referenties, ditmaal beperk ik me tot Brabant 2000:

  • 4e provinciaal Niergnies tegen 12.767 duiven van Stef Bals is 50% Embregts-Theunis.
  • 5e provinciaal Niergnies tegen 12.767 duiven van Rene Roks is 50% Embregts-Theunis.
  • 12e provinciaal Niergnies tegen 12.767 duiven van Peter Colijn is 50% Embregts-Theunis.

 

Selecteren

Dat de duiven op alle afstanden uit de voeten kunnen en in meerdere afdelingen naar winst kunnen vliegen, had ik al bewezen. Desondanks kweek ik net als ieder ander meer slechte dan goede duiven.

Wat mij opvalt is dat de kopduiven wel vaak uit dezelfde lijnen komen. Bij het selecteren zijn uitslagen dan ook leidend. Het interesseert me niet of een duif groot, klein, dik, dun, open of dicht, naar voren hellend, niet zacht of hard gepluimd is. De kleur van het oog boeit me ook niet, zolang ze maar presteren.

Slechts enkele komen alsnog door deze selectie heen als ik er veel vertrouwen in heb. Er ontkomt echter niemand aan dit selectieproces. Ook deze ochtend zijn er gewoon 20 naar de poelier gegaan. Op een gegeven moment raakt mijn geduld natuurlijk wel een keer op.