Hitteprotocol…?

Hitteprotocol, vluchten inkorten… je hoort er de NPO niet meer over. Afgelopen weekend kende 75% van Nederland een rotvlucht, vooral in het noorden. Vele duiven arriveerden pas op zondag.

Normaal had onze NPO‑voorzitter nu moeten zeggen: pas op vrijdag inmanden, en dan het liefst een vlucht van rond de 300 km. De duiven hadden dan een extra hersteldag gehad.

Vrijdag lijkt het tropisch warm te worden, dus wat minder duiven in de mand zou zeker geen overbodige luxe zijn.

Hier verliep de snelheidsvlucht op veel plaatsen niet vlekkeloos. Schijnbaar zijn ze pas laat in de nacht vertrokken naar de losplaats. Dat de duiven dan niet meer gedronken hebben voordat ze het luchtruim ingingen, is één ding dat zeker is.

Dode lucht en stroperige jongen

De lucht is momenteel dood met deze warmte. Ik heb de jongen nog wel opgeleerd op 15 km, maar dat ging niet vanzelf — de meesten kwamen één voor één. Ze worden hier in de avond goed afgevoerd met Championsmix, dus ze kunnen tegen een stootje wanneer het misgaat.

De tijd gaat snel en we moeten zorgen dat onze jongen ingevlogen raken. Persoonlijk houd ik mijn hart vast wanneer ze voor het eerst samen met Zeeland los gaan. Ik mag hopen dat er dan geen oost in de wind zit.

Keuzes maken in een zwaar seizoen

Dit weekend staat 455 km op het programma. Ik denk dat er 24 meegaan, maar ik beslis dat morgen. La Souterraine sla ik waarschijnlijk over als het kopwind wordt. Dan kies ik voor de vitesse.

640 km in zo’n zwaar seizoen, met kopwind, betekent al snel 10 uur vliegen. Dat is meer iets voor de grotere hokken met 100 duiven of meer — die kunnen tegen een stootje.