Wonden likken

Een vlucht met vragen

Ik mag zeker niet klagen, aangezien alle duiven thuis zijn — op heel wat plaatsen is dat anders.

Of het in de diverse luchtlagen zat, weet ik niet. De duif van Verkerk hield van Cambrai 1684 mpm aan en van Vierzon 1391 mpm. Zegt u het maar. Natuurlijk zit er een verschil van 300 km, maar zo’n terugval in meters blijft opvallend.

Hier vielen de eerste duiven redelijk, met enkele uitschieters. Daarna viel het stil. Van Issoudun had ik een mooie tijdduif; die had in het vroegere Brabant 2000 de 5e NPO gehad — en dat is gewoon goed. Nu zaten er een dikke dertig Zeeuwen voor.

Een veel te breed spelgebied

Het spel is te breed, en dat kost duiven én leden — geloof mij maar. Ik scheel met Scheele bijvoorbeeld zo’n 50 km, maar rijd ik er met de auto heen, dan moet ik toch bijna 100 km westwaarts rijden.

En dan hadden we nu eigenlijk een vitessevlucht moeten hebben tussen de dagfond in. Maar nee, men kiest liever voor 455 km, en de week erna 640 km, met dit weertype. Of dat de duivensport in leven houdt… ik weet het niet.

Kleine spelers komen in de knel

Negentig procent van de liefhebbers zijn kleinere spelers. Die moeten haast wel keuzes gaan maken: óf midfond, óf dagfond. Beide spelen lijkt alleen nog voor de grote hokken weggelegd — die kunnen tegen een stootje.

Nu hadden we 9500 duiven, maar blijft het weer zo, dan zijn er voor La Souterraine (640 km) geen 4000 duiven meer in concours. En dan hebben we het over de tweede dagfond. Voor de verste afstanden in ons speelgebied is dat overigens bijna 700 km, en dat hoort eigenlijk al in de categorie ZLU thuis.