Winterwerk op het hok

Rui en weerstand opbouwen

De verduisterde jongen gaan hier altijd vanaf begin oktober pas echt los met ruien; de veren en pennen vliegen eruit. Ik ondersteun ze om de dag met Sedochol of Naturaline, alle dagen Origanum Red over de Champions-/NPO‑mix, een schep uit de mineralenemmer, en twee keer per week een schep Prestavit.

Op de eenmalige trichotablet, de paratyfuskuur en de entingen tegen paratyfus en paramyxo na zien de duiven geen medicatie in de wintermaanden. Zoals gezegd komen ze zo vaak mogelijk los en staan de hokken de gehele dag open — goed voor de weerstand. Daarnaast kan ik slecht tegen duivenstof, dus alles staat open en bij de jongen en kwekers draait een goede afzuiging.

Aanpassingen door rugklachten

Momenteel zit ik weer te sukkelen met mijn rug, en dat is nou eenmaal meerdere keren per jaar zo, vooral wanneer het slechtere weer aanbreekt. Ik heb alle hokken daarop aangepast: alle vloeren kan ik met een krabber aan een stok zuiver maken, en alles kan ik vanaf de loods verzorgen — ik hoef niet eens naar buiten. Bij alle kwekers en vliegers liggen mestbanden, wat voor mij een enorme uitkomst is.

Zo heb ik al zolang ik duiven heb de stelregel dat ik baas op het hok ben en niet de duiven. Ze moeten zich aan mij aanpassen en niet andersom. Ik ga er wel wat minder houden vanwege de rugklachten. De meeste samenkweekduiven gaan verhuizen; komt daar een kweker boven drijven, dan kan hij altijd nog naar hier. Zelf heb ik drie topjaarlingen naar de kweek gezet.

Alle vluchten mee — de mand beslist

Wat de goede zijn, laat ik aan de mand over. Moesten we alleen de allerbeste houden, dan zaten er niet meer dan een 20‑tal. Mijn manier van spelen is dat de duiven alle vluchten mee moeten, alle afstanden, alle wind en weersinvloeden.

De Rocket/Millennium‑lijn en Witbuik/Super Rossi‑lijn lieten zien dat ze dat kunnen — niet alleen hier, maar ook op andere hokken. De 8e Nationaal Asduif in België dit jaar bijvoorbeeld, van Esther Vereecke, komt uit een duif die voor 50% Embregts‑Theunis is.

Ik volg vaak de totale verkopingen: als er op de meeste hokken tien goede duiven te koop worden aangeboden met goede prestaties, dan is het vaak op — dat zegt genoeg. We zijn allemaal afhankelijk van een paar uitzonderlijke duiven. Duiven bijhalen is moeilijk; we kweken een boel rommel op een jaar, en dat is op andere hokken net zo.

Verder boeit het me niet zo wat er allemaal speelt rond dat inkorfbeperkingsverhaal. Wij zitten bijvoorbeeld in een redelijk grote vereniging: ik speelde met een goede 50 duiven de laatste vier vluchten, en er deden maar vier liefhebbers meer mee. De rest ging naar de nalijn — en dat is hun keuze. Iedereen beoefent de duivensport nou eenmaal op zijn eigen manier.