Trainende jongen

Onnodige zorgen

Zo krijg ik nu al mails van liefhebbers die bezorgd zijn omdat hun jongen niet trainen. Moet dat nu al, als je in Nederland speelt? In België kan ik dat begrijpen — die starten over een week of zes.

Hier maak ik me daar geen enkele zorg om. Ze moeten verplicht twee uur buiten. Ik sluit ze buiten en wat ze in die twee uur doen — vliegen of niet — boeit me niets. Ik heb me daar nog nooit druk om gemaakt.

Waarom ze niet meer wegtrekken

Ze slaan in die twee uur met regelmaat op, maar wegtrekken zoals vroeger doen ze al jaren niet meer.

Dertig jaar terug gingen de duiven in het nabijgelegen St. Willebrord vaak rond dezelfde tijd los, en dan kwamen er hier duizenden over. Toen zaten daar nog meer dan 400 liefhebbers. Nu moet je goed kijken wil je daar nog een duif rond zien vliegen — met het handjevol liefhebbers dat er nog zit. Bij mij in de straat vliegen er tegenwoordig meer los dan in heel St. Willebrord.

Dus wegtrekken doen ze niet meer. Ik zie ze altijd vliegen wanneer ze los zijn. Als de duiven hoog in de lucht zitten, weet ik dat het tijd is om de opleermand tevoorschijn te halen. Duiven die hoog in de wolken vliegen zijn gezond en in conditie.

Luierikken vallen vanzelf af

Wat ik wel doe: ik jaag alle jongen buiten, hokken dicht, en ik sla er één keer met de vlag onder zodat alles de lucht in gaat. Als ze daarna gelijk terug op het hok vallen, boeit me niets. Over vijf weken start hun opleerschool en dan vallen de luierikken vanzelf af.

Dat opleren gaat in stevige stappen: 5 – 10 – 15 – 20 – 25 – 30 km. Verder rij ik niet. Ze gaan wel elke keer in groepen van vijftien los om de risico’s te spreiden.

Het seizoen komt sneller dan je denkt

Of ik de duiven morgenavond al mee heb? Wat dacht je dan.

Châteauroux, 563 km, staat 23 mei al op het programma — dat is nog maar een week of zeven. Dan moeten ze de nodige kilometers in hun vleugels hebben. Dus dit jaar gaan ze, zo goed als het kan, alle opleervluchten mee.