Investeren met een doel

Zo haal ik elk jaar wel wat nieuwe aanwinsten in huis. Of het echt nodig is weet ik niet, maar er kan altijd een verbetering tussen zitten.

Zelf investeer ik alleen in duiven om nog harder te gaan vliegen. Ik sprak laatst een liefhebber die ging investeren in bekende duivenlijnen die goed in de markt lagen. Zelf begrijp ik dat niet. Ik ben 47 jaar geleden de duivensport ingestapt met één doel: vluchten winnen.

Sommigen houden schijnbaar duiven om er geld aan te verdienen, en het liefst zoveel mogelijk. Prestaties op eigen hok lijken hen niet te interesseren. Opvallend genoeg zijn dat vaak al welgestelde mensen op leeftijd die niet snel genoeg lijken te hebben. Misschien verwachten ze dat ze entree moeten betalen in het hiernamaals — wie zal het zeggen.

Natuurlijk veil ik ook elk jaar een twintigtal jongen om de kosten te dekken, maar mijn drijfveer is presteren. Daar heeft altijd alles voor moeten wijken. Zo vind ik voor mezelf elk jaar weer nieuwe uitdagingen. Er zijn er altijd wel die je de loef af willen steken met mooie praatjes, en ik steek daar maar al te graag een stokje voor door net wat beter te presteren.

Winterrust en seizoensmentaliteit

Zoals gezegd ben ik in de winter een gemakkelijke duivenliefhebber die de duiven eenmaal per dag verzorgt. Maar zodra het vliegseizoen begint, gaan de puntjes op de i en moet en zal het gebeuren. Dan moet er veel wijken.

Ook ben ik iemand die elk jaar wel iets vertimmert in of aan het hok, altijd met het doel om te verbeteren. Is het niet naar mijn zin, dan maak ik het weer ongedaan — ook dat hoort bij de duivensport.

Dat deed ik vroeger in de wintermaanden ook met de machines voor de aardbeienteelt. De teelt moest perfect verlopen; ik wilde geen sprietje onkruid tussen de aardbeien zien. Al moest ik op zondagavond nog het veld op met de spuit, of nachten in het land bivakkeren om voor nachtvorst te beregenen — mislukken was geen optie. Werkweken van negentig uur in het voorjaar en de zomer draaide ik mijn hand niet voor om.

Altijd op zoek naar verbetering

Zo ben ik dus altijd op zoek naar verbetering. Ik kocht al heel wat duiven — sommige misschien te duur — maar altijd uit de beste van de liefhebber. Enkele jaren later kwam ik die liefhebbers vaak weer tegen en vroegen ze of ik ermee geslaagd was. Vaak waren die duiven dan al verwijderd.

Ik speel mijn hele leven al goed met de jonge duiven, dus als nieuwe aanwinsten het niet laten zien, is het vaak einde verhaal. De duiven die het wél deden, stonden er als jong meteen. Geduld is niet mijn sterkste eigenschap, en dat is niet altijd een voordeel. Oneerlijkheid kan ik ook slecht verdragen, maar dat hadden de meesten inmiddels wel begrepen.

Vooruitblik op 2026

Het nieuwe vliegprogramma voor 2026 ziet er mooi uit, en we gaan er alles aan doen om daarvan enkele vluchten op onze naam te zetten.

De vernieuwde mengeling hopen we zo snel mogelijk op de markt te krijgen. Alles hangt af van de productiedatum van de nieuwe zakken die in bestelling zijn. De etiketten op de emmers, potten en flessen zijn al in een nieuw jasje gestoken, en ook de zakken komen er zo uit te zien.

Eerste ringen en winterjongen

De eerste ringen zitten eraan, al zijn die winterjongen hier vaak niet de allerbeste. Ze zitten simpelweg te lang stil voordat het vliegen begint. Maar ik kweek vier rondes, dus vanaf eind januari is het hier elke week bijspenen.

De ringen staan in Compustam; ik voer ze direct in, dan ben je er maar vanaf.

Duiven neem ik eigenlijk nooit in de hand, tenzij er ergens één in elkaar zit — maar die wordt dan meestal meteen verwijderd.

Duiven heb je in alle soorten en maten: de ene wat groter, de andere wat dikker. Dat zien we bij mensen ook. Keuren is vaak niet meer dan de voorkeur van de keurder.

Selectie en kwaliteit

Sommige ouderparen voeren de jongen vaker en beter dan andere koppels, waardoor het soms lijkt alsof bepaalde jongen achterlopen. Daarom begint de echte selectie pas een dikke tien dagen na het spenen.

Dan neem ik de jongen in de hand en krijgen ze hun eerste vaccinatie met Rota RP. Diegene die me dan niet aanstaan, kunnen hun voetring inleveren. Ik hoef de hokken niet bomvol — liever kwaliteit dan kwantiteit.

Afgelopen jaar hadden we op de eerste vlucht een slechte lossing waarbij de helft verdween. De rest van het seizoen had ik er nog een zestigtal, en dat beviel me opperbest. Uiteindelijk zitten er toch maar een handjevol supers tussen: duiven die meermaals top 10 in de afdeling kunnen winnen. Dáár draait het hier om.

Niet elke Embregts-Theunis-duif is bruikbaar. Dat geldt voor alle tophokken in Nederland.

Kampioenschappen en eerlijk spel

Zoals gezegd boeien kampioenschappen me niets. Dan moeten ze eerst de spelregels maar eens eerlijk maken.

Dat aantallen jongen bij de oude duiven in de berekening meetellen, slaat nergens op. Het is toch simpel: als er zes vitessevluchten op het programma staan, dan haal je daar de Nationale Asduif Vitesse uit. En dat geldt net zo voor midfond, dagfond en jonge duiven.

De nalijn telt hier nergens voor, en zou ook voor de Nationale kampioenschappen én de Olympiade niet mee mogen tellen. Het is concoursvervalsing omdat daar ook jongen vliegen die de aantallen beïnvloeden.

Top 10 in de afdeling — en straks in het nieuwe district — dat is wat me interesseert. Dit jaar ga ik meer werk maken van de NPO-vluchten.

Bij de Gouden Duif werd ik Superstar van het Jaar op de snelheid. Van de maand was ik het al vaker geweest. Een sterke competitie waarbij je enigszins geluk moet hebben met de drie eerstgetekende. In een groot spelverband ben je qua coëfficiënten iets meer in het voordeel omdat het aantal duiven in concours meetelt.

Ik ga er normaal elk jaar wel even heen, wanneer mijn rug het toelaat. Een mooie happening met veel bekende liefhebbers, maar dat lange doorhalen is aan mijn lichaam niet besteed.

Gezondheid, verzorging en toekomstige toppers

De vliegers zijn inmiddels ook gekoppeld, en dat ging vanzelf — een kwestie van goed voorbereiden en een sterke basisgezondheid. Bij de dierenarts kom ik voor de entingen; een mest- of keeluitstrijk gebeurt een week of twee voor het nieuwe vliegseizoen.

Verder krijgen de duiven hier niets anders dan dagelijks één eetlepel Origanum Red op één kilo voer, met een schep uit de mineralenemmer erover. En tweemaal per week een maatschep Prestavit op één kilo voer.

Wie zich daar niet mee kan redden, verwijder ik. Als je alle duiven onderzoekt, heeft er altijd wel ergens één Tricho. Ik vergelijk het maar met een verkoudheid bij mensen: ze moeten dat kunnen overwinnen.

We weten nu eenmaal dat de meeste duiven prijsvliegers zijn, en slechts een enkeling groeit uit tot een topper.

Zo had ik afgelopen jaar half april nog enkele jongen bijgespeend uit een topkoppel. Beide waren plaatjes, maar de duivin leek me wel erg slim. De dag erna zat ze al in de spoetnik bij de jongen en hield alles in de gaten. Ik dacht: dat kan een super worden.

En dat werd ze. Ze won twee keer top 10 in Brabant 2000. Er zat er nog één die dat ook deed, en een stuk of vier wonnen drie keer top 20 in de afdeling. Daar zit potentie in.

Rond de kerstdagen zijn de eerste jongen hier uitgevallen. Niet alles komt natuurlijk uit, maar die eenlingen leg ik dan bij elkaar of onder een ander koppel. Ik kies er liever voor om drie jongen onder een koppel te leggen dan één jong alleen op te laten komen — vaak krijg je dan dat gedoe met buispennen.

Koude nachten en ongelijke uitkomst

Met deze koude nachten zie je vaak dat de duiven direct vast gaan broeden op hun eerste ei. Daardoor komen de jongen soms verschillend uit. Tegen de tijd dat ze geringd worden, leg ik de kleinste bij elkaar, anders blijft het grootste jong alle aandacht opeisen.

Bij normale omstandigheden moeten ze gelijk uitvallen. Een jong dat dan later uitkomt, is vaak niets.

Voeren en opgroeien

Zijn de jongen eenmaal tien dagen oud, dan komt er een extra broedschotel bij te staan voor de nieuw te leggen eitjes. Bij de kwekers is het regime nu nog: eenmaal daags voldoende voeren. Zodra de jongen geringd zijn, voer ik tweemaal daags.

Beter zou zijn om meerdere keren per dag te voeren — elke keer dat je voert, voeren de ouderparen immers de jongen. Maar vetmesten is hier niet de bedoeling. Ze moeten gewoon normaal en gelijkmatig opgroeien.

Het jaar 2025 zit er zo goed als op. We zijn alweer begonnen met het kweekseizoen en de eerste jongen vallen volgende week uit. De voornaamste koppels die verlegd waren, zitten inmiddels al voor de tweede keer op eitjes.

Vooralsnog heerst er rust op het kweekhok. Zodra er jongen zijn, ga ik de duiven tweemaal daags voeren. De vliegers worden half januari gekoppeld. Daarna is de relatieve rust voorbij en begint de dagelijkse drukte weer: eind januari zitten namelijk de eerste jongen eraf.

Volgende week lijkt het weer mooi te worden — koud maar droog. Misschien maak ik dan van de gelegenheid gebruik om de duiven naar hun hok over te wennen. In die periode moet je er toch bij blijven, anders zit er zo een roofvogel onder.

PIPA-veiling

Alle geïnteresseerden in onze duiven in de PIPA-veiling, die eind deze maand afloopt, wens ik heel veel succes. Het zijn duiven van mijn allerbeste, geselecteerd op een perfecte bouw. Duiven die ik zelf ook op het kweekhok gezet zou hebben.

Feestdagen

Vanaf hier willen we iedereen fijne feestdagen met de familie toewensen, en een gelukkig en gezond 2026!

Gezondheid en overbevolking

De duivensport is niet echt een goedkope hobby, maar toch kunnen we de kosten in de hand houden als we dat willen. De meeste gezondheidsproblemen beginnen vaak op een overbevolkt hok. Iets wat ik niet begrijp: er zijn namelijk zo weinig écht goede duiven, dus waarom de hokken volproppen?

Jongen kweken uit vliegduiven die niets bewezen hebben betekent later massaal verspelen. Beter is het om van de beste duiven de eitjes enkele keren om te leggen.

Kuurtjes en controles

Al die voorbereidende kuurtjes voor een goede kweek zijn onzin. Een goede liefhebber ziet aan de duif wel of alles in orde is, ja of nee.

Zo stuurde ik vorig jaar de verzamelde mest van een week op naar twee bekende dierenartsen. Er kwamen twee verschillende resultaten uit: bij de ene was alles oké, bij de andere hadden ze coccidiose. Bij zo’n uitslag doe ik dus niets, en de kweek verliep gewoon goed. Later in het seizoen liet ik de mest nog eens onderzoeken bij een derde partij, en de duiven mankeerden weer niets. Heeft die ene dierenarts iets gevonden, of wilde hij mij een coccidiose-kuur aansmeren? Wie zal het zeggen.

Het beste is dus niets te doen. Tricho-kuren als ze op nest zitten? Hier niet. Ik geef direct na het vliegseizoen alle duiven een Tricho-tablet. Ze komen vervolgens niet meer los en er komt geen duif bij. Komt er toch een nieuwe duif, dan krijgt die ook een Tricho-tablet. Dat is overigens de enige Tricho-medicatie die de kwekers in een heel jaar krijgen.

Veelvuldig kuren leidt vaak tot zwakkere duiven. Duiven die individueel ziek worden verwijder ik gelijk. Verder alleen de dagelijkse Origanum Red op het voer — daar red ik mezelf al jaren mee.

Verzorging

Een goede, stipte verzorging van de duiven is een groot pluspunt. Hier geen droge mest of andere troep op de bodem: eenmaal daags schrapen en klaar. Je moet elke duif kennen in het hok en weten waar hij of zij uitkomt. Lukt dat niet, dan heb je er teveel.

In het vliegseizoen ben ik bij de vliegduiven een liefhebber van vitaminen. Dat zijn hier gewoon de bruistabletten uit de supermarkt. Ik los die op in twee liter water, en vaak krijgen ze dat al bij thuiskomst en midweeks. De kwekers krijgen nooit extra vitaminen; die moeten ze tweemaal per week uit de gevitamineerde Prestavit halen.

Verder vind ik een veelzijdige mengeling, twaalf maanden per jaar, erg belangrijk. Een mengeling die uit meer dan 25 verschillende granen en zaden bestaat. De duivenlichamen zetten zich daar vanzelf naar: zuivering, rui, kweek — die aparte mengelingen zijn aan mij niet besteed. Vaak is de ruimengeling erg arm en zitten er maar enkele granen en zaden in.

We zien de gebruikers van die arme mengelingen vaak op de snelheidsvluchten. Daar kunnen de duiven nog wegkomen met een mindere kwaliteit mengeling. Maar eenmaal voorbij de kaap van 250 km hebben ze toch echt een betere kwaliteit mengeling nodig.

Goedkoop voer bestaat niet

Het kan natuurlijk nooit dat goede kwaliteit voer goedkoop aangeboden wordt. Dan ontbreken er vaak de vette, dure zaden en granen van de eerste gradatie. Vaak worden silo’s opgeschoond en alles gaat in een zak goedkope mengeling. De enigszins professionele liefhebber waagt zich daar niet aan, en de leek lijkt het verschil niet te kunnen zien.