02 apr Misère op het duivenhok
Een blessure verandert alles
In het leven van een duivenliefhebber is het altijd wel wat. Zo liet ik de duivinnen uit, en helaas: de beste duivin van vorig jaar liep op de grond met een vleugelblessure.
Uit ervaring weet ik dat zulke duiven nooit meer de oude worden nadat ze hersteld zijn. En herstellen doen ze wel — ook de scheefvliegers — maar op hun oude niveau komen ze zelden terug.
Deze gaat nu dus vervroegd naar de kweek. Daar zitten er al meerdere die door een kwetsuur eerder met pensioen gingen. Elk nadeel heeft zijn voordeel, zou Cruijff zeggen: je kunt ze niet meer verspelen en vaak groeien ze op de kweek toch uit tot goede kweekduiven.
Gele aanwassen en Paratyfus
Ik had het eerder al over jonge duiven met van die gele aanwassen in hun bek. Links en rechts hoor ik meerdere liefhebbers met deze problemen. Opruimen is het beste — we moeten werken aan sterke, gezonde jongen, en daar horen deze duiven niet thuis.
Eén ding weet ik wel: hokken met deze problemen zijn vaak hokken waar ook Paratyfus rondsluimert. Zo werd ik onlangs door een topspeler gebeld; ook hij had Paratyfus onder de oude duiven.
Mijn ervaring en advies
Ik heb zelf één keer Paratyfus gehad, in de winter van 2011/2012. Ik ben toen samen met Ad Schaerlaeckens, die er een jaar eerder last van had, naar Stijn Gijsbrechts gereden. Die man had het bij het juiste eind: 10 dagen Baytril en daarna enten met een levende entstof.
Hij adviseerde me om elk jaar een kuur te geven met een afwisselend product en daarna te enten met een dode entstof. De levende entstof was om de Paratyfus te stoppen; de dode entstof was preventief om het onder controle te houden. Ook zei hij dat je eens in de drie jaar opnieuw 10 dagen Baytril moest geven.
Ik heb zijn goede raad opgevolgd en heb er sindsdien nooit meer last van gehad. Dus adviseerde ik de beller hetzelfde: 10 dagen Baytril, daarna enten met een levende entstof zoals Salmoporc. Daarna de hokken goed natspuiten met Virkon S en eventueel droog branden.
Let op: Virkon S is geen middel om licht over te denken. Sommige liefhebbers in België geven het zelfs in het drinkwater — dat zou ik nooit doen, ook niet om duiven in te dompelen bij One‑Eye‑Cold.
Duiven met duidelijke Paratyfussymptomen — sterk vermageren, kreupel lopen, warme gezwellen, bloedwratten, witte pupil — ruim ik altijd. Genezen kan soms, maar dragers blijven het vaak toch.
Selectie, weerstand en vroeger
Ik schrijf het al jaren: hard selecteren op gezondheid en een Paratyfuskuur + enting nooit overslaan. Eén keer per jaar is genoeg. Daarnaast werken aan weerstand: hokken open, elke dag Origanum Red, één soort voer en niet elke dag wat anders. Met af en toe Naturaline in het water doe je weinig verkeerd.
Duiven die zichzelf niet gezond kunnen houden, moet je ruimen. Dat wordt toch nooit iets — ongeacht afkomst of prijs. We moeten verder met de gezonde exemplaren, en zelfs dan zitten er maar weinig echt goede tussen.
Vorig jaar raakten een clubgenoot en ik door een verkeerde lossing heel wat jongen kwijt op de eerste vlucht. Natuurlijk baal je daarvan — ze komen immers uit goede duiven — maar dat zegt nog niets.
Bij de jongen die wél thuiskwamen zaten bij ons beiden verrassend veel bruikbare duiven. Misschien was het dus een harde, maar goede selectie.
In het algemeen zijn de duiven niet beter geworden dan vroeger. We selecteerden toen veel harder met het poulesysteem en er werd alleen uit toppers gekweekt. Nu wordt er vaak gekweekt uit duiven die nog niets bewezen hebben, met misschien als gevolg dat we meer jongen kwijtraken.
Vroeger kregen de jongen een veel zwaarder programma, met grotere lossingen en zelfs nationale lossingen. Duiven die toen top‑10 NPO wonnen, zette ik direct op het kweekhok — en daar had ik jaren plezier van.