Het voorjaar lonkt

Een gezond hokklimaat

Ik hou wel van koud en zonnig weer; aan dat regenachtige heb ik een hekel. De hokken kunnen nu helemaal open en de wind kan erdoor. De fijnstof moet eruit kunnen waaien — slecht voor mens en dier. Zelf kan ik er slecht tegen, vandaar ook de mechanische afzuiging bij de kwekers, die straks ook bij de jongen wordt aangelegd.

Ik heb altijd last van de schilfers van de veren wanneer de jongen hun pluimen gaan wisselen. Daarom altijd een kapje op en alles open. In het vliegseizoen heb ik eigenlijk nooit last. Ik heb veel contact met liefhebbers: één ervan heeft last van duivenstof en draagt een goed masker, een ander is er jammer genoeg mee moeten stoppen om gezondheidsredenen. En dat is vele malen belangrijker dan de duiven. Mocht dat hier het geval zijn, stop ik ook direct — hoe graag ik het ook doe.

Jongen nog even binnen houden

De jongen zitten in de spoetnik te dringen om los te mogen, maar ze moeten nog even wachten op enkele druilerige dagen voordat ze naar buiten gaan. Voorgaande jaren gingen ze de hele dag los, wat misschien na april weer zo zal zijn. Maar in februari en maart zal dat maar een paar uur per dag zijn, op wisselende tijden, om de roofvogels te slim af te zijn.

Natuurlijk zal hij er wel enkele grijpen — en natuurlijk zijn dat de mooiste jongen uit de beste koppels. Maar we doen er verder niets aan, behalve hopen dat ze snel in de lucht hangen en alert zijn. Aan het eind van het seizoen draait het uiteindelijk om een select groepje jongen dat alle gevaren van dat jaar heeft overleefd.

Vaccinaties en verzorging

Ze zijn inmiddels gevaccineerd tegen PMV/Rota en daar moeten ze zich mee redden. Later volgt nog een enting met Colombovac, een pokkenenting met het kwastje en een paratyfus‑enting. Andere medicatie krijgen de jongen niet. Verder om de dag Naturaline; wanneer ze hun veren wisselen komt daar enkele keren per week Sedochol bij. En op het voer natuurlijk dagelijks Origanum Red, Champions Mineralenmix en tweemaal per week Prestavit.

Selecteren doe ik hier het hele jaar op gezondheid. Ik wil een hok vol vitale duiven; de bouw interesseert me niets, zolang ze maar goede en zachte pluimen hebben.

Vooruitblik op 2026

De doelen voor 2026 blijven hetzelfde: zoveel mogelijk top 10 in de vernieuwde afdeling spelen en vluchten winnen. Afgelopen jaar had ik wat tegenslag met mijn eigen fysieke gezondheid, maar uiteindelijk werd het alsnog een goed seizoen — en dat wil ik dit jaar zeker verbeteren.

Vierentwintig vliegkoppels bij de oude zitten klaar om de strijd aan te gaan, al denk ik dat er maar met een veertigtal gespeeld gaat worden. Vorig jaar had ik dertien duivinnen op overschot, dit jaar geen — teveel gedoe. Nu dus 24 koppels, waarvan acht doffers misschien niet eens gespeeld worden.

Jongen kweek ik er zo’n 150, om hopelijk na enkele vluchten alles terug te brengen naar een goede zestig — wat me afgelopen jaar perfect beviel. Wekelijks top 10 in de afdeling winnen kan alleen met echt goede duiven, en die zitten er gelukkig. Daar zijn ze op geselecteerd; wie dat niet kan, daar kweek ik niet eens uit.

Geen hype‑duiven

Zoals gezegd hou ik hier geen papieren tijgers of hype‑duiven die niets gepresteerd hebben maar wel commercieel aantrekkelijk zijn. Ik wil duiven die bewezen hebben meermaals kop te kunnen vliegen in het allergrootste verband. Dat verklaart ook de vele referenties in binnen‑ en buitenland van liefhebbers die erg goed waren met die enkele duif die ze hier haalden.