05 jan Het kan beginnen
Eerste ringen en winterjongen
De eerste ringen zitten eraan, al zijn die winterjongen hier vaak niet de allerbeste. Ze zitten simpelweg te lang stil voordat het vliegen begint. Maar ik kweek vier rondes, dus vanaf eind januari is het hier elke week bijspenen.
De ringen staan in Compustam; ik voer ze direct in, dan ben je er maar vanaf.
Duiven neem ik eigenlijk nooit in de hand, tenzij er ergens één in elkaar zit — maar die wordt dan meestal meteen verwijderd.
Duiven heb je in alle soorten en maten: de ene wat groter, de andere wat dikker. Dat zien we bij mensen ook. Keuren is vaak niet meer dan de voorkeur van de keurder.
Selectie en kwaliteit
Sommige ouderparen voeren de jongen vaker en beter dan andere koppels, waardoor het soms lijkt alsof bepaalde jongen achterlopen. Daarom begint de echte selectie pas een dikke tien dagen na het spenen.
Dan neem ik de jongen in de hand en krijgen ze hun eerste vaccinatie met Rota RP. Diegene die me dan niet aanstaan, kunnen hun voetring inleveren. Ik hoef de hokken niet bomvol — liever kwaliteit dan kwantiteit.
Afgelopen jaar hadden we op de eerste vlucht een slechte lossing waarbij de helft verdween. De rest van het seizoen had ik er nog een zestigtal, en dat beviel me opperbest. Uiteindelijk zitten er toch maar een handjevol supers tussen: duiven die meermaals top 10 in de afdeling kunnen winnen. Dáár draait het hier om.
Niet elke Embregts-Theunis-duif is bruikbaar. Dat geldt voor alle tophokken in Nederland.
Kampioenschappen en eerlijk spel
Zoals gezegd boeien kampioenschappen me niets. Dan moeten ze eerst de spelregels maar eens eerlijk maken.
Dat aantallen jongen bij de oude duiven in de berekening meetellen, slaat nergens op. Het is toch simpel: als er zes vitessevluchten op het programma staan, dan haal je daar de Nationale Asduif Vitesse uit. En dat geldt net zo voor midfond, dagfond en jonge duiven.
De nalijn telt hier nergens voor, en zou ook voor de Nationale kampioenschappen én de Olympiade niet mee mogen tellen. Het is concoursvervalsing omdat daar ook jongen vliegen die de aantallen beïnvloeden.
Top 10 in de afdeling — en straks in het nieuwe district — dat is wat me interesseert. Dit jaar ga ik meer werk maken van de NPO-vluchten.
Bij de Gouden Duif werd ik Superstar van het Jaar op de snelheid. Van de maand was ik het al vaker geweest. Een sterke competitie waarbij je enigszins geluk moet hebben met de drie eerstgetekende. In een groot spelverband ben je qua coëfficiënten iets meer in het voordeel omdat het aantal duiven in concours meetelt.
Ik ga er normaal elk jaar wel even heen, wanneer mijn rug het toelaat. Een mooie happening met veel bekende liefhebbers, maar dat lange doorhalen is aan mijn lichaam niet besteed.
Gezondheid, verzorging en toekomstige toppers
De vliegers zijn inmiddels ook gekoppeld, en dat ging vanzelf — een kwestie van goed voorbereiden en een sterke basisgezondheid. Bij de dierenarts kom ik voor de entingen; een mest- of keeluitstrijk gebeurt een week of twee voor het nieuwe vliegseizoen.
Verder krijgen de duiven hier niets anders dan dagelijks één eetlepel Origanum Red op één kilo voer, met een schep uit de mineralenemmer erover. En tweemaal per week een maatschep Prestavit op één kilo voer.
Wie zich daar niet mee kan redden, verwijder ik. Als je alle duiven onderzoekt, heeft er altijd wel ergens één Tricho. Ik vergelijk het maar met een verkoudheid bij mensen: ze moeten dat kunnen overwinnen.
We weten nu eenmaal dat de meeste duiven prijsvliegers zijn, en slechts een enkeling groeit uit tot een topper.
Zo had ik afgelopen jaar half april nog enkele jongen bijgespeend uit een topkoppel. Beide waren plaatjes, maar de duivin leek me wel erg slim. De dag erna zat ze al in de spoetnik bij de jongen en hield alles in de gaten. Ik dacht: dat kan een super worden.
En dat werd ze. Ze won twee keer top 10 in Brabant 2000. Er zat er nog één die dat ook deed, en een stuk of vier wonnen drie keer top 20 in de afdeling. Daar zit potentie in.