Tweede training

Wij hebben hier het geluk dat er ook midweeks trainingsvluchten zijn. Ik geef mijn duiven ook hierop mee, om hun conditie op te bouwen en een voorselectie mogelijk te maken.

Ik ben niet van plan om met 60 oude duiven te blijven spelen. De eerste selectie wil ik voor de twee-nachten-mandvluchten doorvoeren. Wie zich dan nog niet heeft laten zien, gaat dat verderop in het seizoen vast ook niet doen.

Ik vind dat je altijd minimaal 50% 1:4 prijs moet spelen, met enkele keren 1:100 en minstens 30% 1:10. Lukt dat niet, dan zitten er teveel duiven tussen die het niet kunnen. Van die duiven hoef je op de dagfond ook geen wonderen te verwachten.

Alle jongen zijn inmiddels gespeend. Wat onlangs is geringd vertrekt naar Jan in Friesland met nog tien koppels eitjes erbij. De eitjes die bij de onlangs geringde jongen nog worden bijgelegd, zijn bestemd voor de nog openstaande bonnen.

De kweekduiven gaan dus snel uiteen, op enkele koppels na die nog op de boxen worden gekoppeld. Terwijl de kwekers gaan rusten en uitruien, verschuift mijn aandacht volledig naar de oude en jonge vliegduiven.

De wind lijkt de komende periode nog uit de noordhoek te komen. Onderschat dit niet. Als je de duiven nu te krap voert, teren ze te snel in op hun reserves. Daarom krijgen de mijne nu al wat NPO-mix extra de laatste dagen voor inkorven en Prestavit bij thuiskomst. Bij mij staat alles in het teken van de zwaardere maanden juni en juli.

Mijn duiven trainen nu eenmaal daags zonder vlag of iets dergelijks. De duivinnen trainen gemakkelijk een vol uur. Zolang ze dat blijven doen, komt er geen vlag aan te pas. Alle oude vliegduiven blijven tot half mei verduisterd.

Een e-mailer wilde weten of ik ‘s avonds de jongen tel. Nee, daar ben ik 10 jaar geleden mee gestopt. Dit leidt alleen maar tot ergernis. Als ik bij mij over het erf of land loop dan kom ik geregeld hoopjes veren of een afgekloven poot met een ring om tegen, maar veranderen doe ik daar toch niets aan.

Het enige wat ik kan doen is er meer dan genoeg kweken. Zodoende hoef ik niet op een duif meer of minder te kijken en lig ik er ’s nachts ook niet wakker van. Uiteindelijk moet het met de overlevenden gebeuren.

Tenslotte neem ik nooit een jong in de hand. Wie je het liefst ziet raak je vaak als eerste kwijt. Moest ik toch een jong pakken, dan is dat vaak slecht nieuws voor hem of haar. Hier mankeert dan iets aan en dat betekent dat je voorgoed uit de groep wordt gezet.