Februari

De dagen zijn duidelijk aan het lengen. Bij de vliegduiven staan de lichten inmiddels uit. Op het eerste vlieghok zijn de jongen bijna 14 dagen oud. Er staat een extra broedschotel, dus ze kunnen na dit weekend opnieuw met eitjes komen en nog 8 dagen nabroeden.

Ik vind het fascinerend om te zien dat wanneer ik de broedhokken schrab, sommige duivinnen niet van hun jongen willen. Ik zie dit graag, want deze moedertypes zijn vaak bij de betere duiven in het vliegseizoen.

Bij de kweekduiven staan de lichten alleen nog in de ochtend aan. De vlieg- en jonge duiven worden eind deze maand verduisterd. Ze zitten hier 14 uur donker. Het tijdstip waarop de schuiven dichtgaan maakt weinig uit, zolang je maar consequent bent iedere dag.

Hier zijn de schuiven altijd eerder dicht en werk ik met een tijdklok. Het licht springt ‘s ochtends op de juiste tijd aan voor een uur. In de middag ook, zo hoef ik niet op een kwartier eerder of later te kijken om de schuiven open of dicht te doen.

Een pikdonker hok is niet nodig, zolang de duiven maar het avondgevoel krijgen. Wanneer ik een half uur voor de verduistering het hok betreed, ligt alles al te rusten. Ze hebben dat snel door. De duiven kunnen zo makkelijk nog de drinkpot vinden.

Vooral op zonnige dagen komt er overal wel een straaltje licht door. Bij de oude duiven liggen boomse pannen op het dak en daar komt altijd licht doorheen. Toch sluit ik daar net als bij de jonge duiven de plafondschuiven nooit.

Concept

Het concept van Brabant 2000 is klaar en daar werd ik niet meteen enthousiast van. Het gezamenlijk lossen van oude en jonge duiven heeft in het verleden vaak tot problemen geleid. Als het aan mij lag, werden die een kwartier eerder of later gelost. Bij het lossen trekken de oude duiven de klad jongen uiteen met vaak verliezen als gevolg, vooral op de eerste vluchten.

Het door elkaar inkorven van jonge en oude duiven is ook geen pretje. Daarbij worden de oude duivinnen – vaak vol in de rui – bij de verduisterde jongen in de mand gezet. Men kan wel raden dat ik daar geen voorstander van ben.

Natuurlijk zijn er verenigingen of samenspelen die van deze vluchten prijsvluchten maken, al tellen ze voor geen enkel kampioenschap mee. Hoeveel waarde hecht je dan aan de winnende duif? Ik zie er geen meerwaarde in. Laat dan de nalijn maar eerder beginnen voor de oude duiven en maak daar officiële concoursen van.

Het dagfondseizoen wordt erg zwaar doordat men met Zeeland samenwerkt en Zeeland graag afstanden heeft op de dagfond. Hierdoor krijg je vluchten van 700+ km voor de verste afstanden in Brabant, oftewel bijna 11 uur lang vliegen. Na enkele vluchten zijn er dan geen duiven meer in concours. Hier is ogenschijnlijk niet aan de kleinere liefhebber gedacht.

Wat de jonge duiven betreft is er weer ingekort en wordt er een 355 km vlucht ingeruild voor een 285 km vlucht. Raar maar waar, want ondanks dat het jonge duivenspel het meeste geld opbrengt, wordt er weinig geïnitieerd om dit spel aantrekkelijker te maken met mooie vluchten.

Ik voorspel dat op de derde dagfondvlucht (735 km voor de verste afstand) minder dan de helft van de duiven meedoen t.o.v. de eerste dagfondvlucht. We hebben nu eenmaal niet allemaal 100+ vliegduiven. Wat mij betreft is er dus nog wat ruimte voor verbetering, al neemt dit niet weg dat ik gewoon overal aan meedoe. Maar goed, ik ben natuurlijk niet het enige lid van Brabant 2000.