16 dec Het valt niet altijd mee
Vandaag heb ik alle eitjes onder de loep genomen. Die van de vijf nieuwe jonge kweekduivinnen waren onbevrucht. Die duiven zijn nog wat onwennig op het kweekhok, vermoed ik. Zij krijgen dus weer een nieuwe kans. De eitjes van de oude duiven waren wel allemaal bevrucht.
Bij de gepaarde zomerjongen is het afwachten, die hebben net gelegd of moeten nog leggen. Ik verwacht van die duiven nog niet veel. De doffer die ik vorig jaar bij Bas haalde had zelfs de eerste drie rondes onbevrucht. Nadien wel alles bevrucht met vijf van de zes jongen die prima voldeden. Dit jaar zijn die ook weer bevrucht. Kortom, nieuwe aanwas moet soms wennen en het is niet altijd slim om daar gelijk een bewezen oude duivin op te zetten.
We modderen dus wat aan en zoals ik al zei loopt eind april alles weer vol. Een hok vol kweken is niet moeilijk, dan moet je zorgen dat je veel duiven hebt om uit te kweken. Hier is dat niet de doelstelling. Ik wil een hok met jongen waar ik tevreden over ben en waar de kwaliteit vanaf spat. Of dat er nu 60 of 140 zijn, boeit me niet.
Als ik wil kan ik wel 300 jonge duiven stallen, maar dat zal nooit gebeuren. Ik heb een hekel aan overbevolking. Lopen er hier 150 jongen rond, dan zou je zeggen dat het er amper 80 zijn, want ze hebben 12×3 meter tot hun beschikking.